Vroege Vogels | Boe
Onlangs leerde ik, dankzij Wakker Dier, weer een hoop over communicatie. Dat is op de keper beschouwd een van mijn specialiteiten – ik bedoel ik communiceer heel veel en als ik bij hoge uitzondering even mijn mond hou wil ik nog wel eens luisteren ook – maar dit ging meer specifiek over hoe dieren communiceren. Met elkaar, met ons ook. Ik hield mijn mond, en luisterde.
Het ging deze middag vooral over de communicatie van dieren die wij houden, opsluiten, vetmesten, melken, slachten, u weet wel, maar natuurlijk eerst even over de hond en de kat. De dieren die velen van ons dichtbij hebben, en die we ook nooit iets aan zouden doen, laat staan in een veetransport mieteren om etcetera.
Ik zag beelden van een hond die niks (van me) wilde drinken, maar me wel te vriend wilde houden, ik zag beelden van een kat die me tot zelfinzicht konden brengen dat onze niet-zo-soepele relatie toch echt aan mij lag.
Daarna maakten we de stap naar de koe. Voor mij was best moeilijk te aanvaarden dat de koe haar tijd neemt voor communicatie, en zeker zo moeilijk dat de koe in staat is zo nu en dan 45 minuten helemaal niks te doen. Gewoon te zijn. Geen actie, vermoedelijk geen gedachtes. Drie kwartier, lieve vroege luisteraar, in die tijd kan ik een kind verwekken en een column schrijven. Waarbij ik toegeef dat ik me de afgelopen 27 jaar vooral op columns heb geconcentreerd.
Ik zag, dankzij Leonie Cornips – die zich heeft ondergedompeld in koeien, die met ze mee graast en zelfs een koe heeft geadopteerd – hoe een moeder-koe haar kalfjes-kind roept, die pas na drie keer begint te luisteren, hoe koeien onderling communiceren, hoe ze op elkaar letten en elkaar beschermen. Het was niet de eerste keer die middag dat ik dacht dat wij, met onze snelwerkende hersenen en glimmende auto’s en goedsluitende stallen, nog een hoop kunnen opsteken van het vee waarmee we dit land delen. Later hoorde ik dat het kalf als ze nog in de moederbuik zit, de stemklank van zijn moeder leert kennen en herkennen, maar dat de moeder na de geboorte niet weet hoe haar kalf klinkt, omdat dat kalfje zo snel mogelijk is weggehaald. Zodat de melkstromen blijven stromen, voor ons, zodat het kalfsvlees niet veel later zo blank mogelijk bij uw slager op glimmende schalen gedeponeerd kan worden. Ik schreef deze laatste zinnen tussen verdrietig en boos, twee emoties die vaker bij me overheersen als ik me realiseer welke omgang met andere levende wezens wij, vooralsnog, normaal vinden in onze beschaving.
Ik leerde dat voor de koe het gesprek eigenlijk al begint als je haar huis, zeg de stal, binnenkomt, dat ze kijkt, daarna ook even wegkijkt (om niet te opdringerig te zijn), dat elke soort boe die ze produceert iets betekent, relationeel is, en ook dat een koe die doorheeft dat het de hele dag een komen en gaan is van nieuwe gezichten – bijvoorbeeld omdat kinderen van een naastgelegen camping de stal in kunnen – net zo makkelijk iedereen negeert, onder het motto ‘ik ben ook nog aan het herkauwen, ik blijf niet aan de gang met mensen begroeten’.
Boeren, die elke dag en hun hele werkende leven met koeien te maken hebben, hebben het druk. Die hebben helemaal geen tijd om de ene boe van de andere te onderscheiden, die hebben niet de luxe om de koe te knuffelen, zoals wij op sommige plekken mogen, boeren moeten door, want de melk moet klotsen en de leningen moeten worden afgelost.
Twee dingen nam ik nog mee van de fascinerende middag. Op de vraag ‘begrijpt de koe ons?’ kregen we het gemeende antwoord ‘ze weten meer van ons dan we denken’, wat me ontroerde, en ook deed denken aan de onvolprezen tekenaar Gary Larsen (the far side). Op een van zijn tekeningen staan koeien op hun achterpoten in de wei, in gesprek, zo te zien over politiek of aandelenkoersen. De uitkijk-koe roept ‘car!’ waarna ze allemaal netjes op vier poten gaan staan kauwen, om zodra de auto uit het zicht is weer rechtop staand hun gesprekken voort te zetten.
De andere gedachte was: ik begrijp wel een beetje dat de agro-sector, en de meeste boeren, helemaal niet zitten te wachten op onderzoeken aangaande de taal en de communicatie van hun koeien. Of hun varkens. Of hun pluimvee. Het lijkt me toch zo te zijn dat als je eenmaal door hebt dat je te maken hebt met communicerende, slimme en soms zelfs intelligente levende wezens, het zo ongeveer onmogelijk wordt te blijven doen wat we doen met die koeien, met die kalveren, met al die andere dieren die we houden om te gebruiken, om te doden.
Fijne zondag.

