Druktemaker | Fatsoen
Morgen begin ik aan de jaarlijkse tour met mijn oudejaarsvoorstelling, dit keer onder de vlag ONGEKEND (in bijna Trumpiaanse capslock). Ik ga, is het idee, tot 1 januari zo’n 75 voorstellingen spelen en ik verheug me net zoveel op Heerde of Heiloo als op de grootste zalen van Leeuwarden of Rotterdam.
De politiek is mij goed gezind. En dan praat ik puur als satiricus want als mens vind ik de walmende shitshow van de afgelopen 1,5 jaar ook echt heel erg. Vorig jaar zei ik aan het begin van mn oudejaars ‘vroeger was de verdeling in ons land duidelijk: de politiek deed de politiek, en ik deed de satire’, waarna een diepe zucht voldoende was. Dit jaar zijn we nog wat verder in absurdisme en lelijke machtspolitiek weggezakt, waardoor het kabinet nu nog bestaat uit twee dolende partijen onder leiding van een man zonder eigenschappen die afgelopen zaterdag als ‘een waardeloze dag’ omschreef. Voor de meeste mensen is ‘een waardeloze dag’ iets met neerslag op je tuinfeest, of als je op net het verkeerde moment doorkrijgt wat ‘erectiestoornis’ eigenlijk behelst. Níet het verder in elkaar storten van een kabinet waarin absolute minkukels als Barry Madlener, Mona Keijzer en Reinette Klever gewoon een plekje kregen, waarin een minister van Landbouw etcetera kan vasthouden aan beleid dat op geen enkele manier nog verband houdt met de realiteit of met wat dit land nodig heeft – ik noem schoon en voldoende water, ruimte om te bouwen, minder mest en dierenleed en natuur in overvloed – en waarin evenveel gezelligheid en samenwerking te constateren was als in een ontmoeting tussen, zeg, Jan Slagter en Eus.
We hebben nog aardig wat waardeloze dagen te gaan, ben ik bang, deze week nog krijgen we te horen welke bestuurlijk zwaargewichten van de BBB en welke opportunisten der VVD ook nog minister gaan worden, en daarna mogen we ons democratisch recht gaan uitoefenen in een stemhokje met wappergordijn.
En als Frans Timmermans en de zijnen nou niet heel snel een combinatie vinden van activisme, menselijkheid en linksig populisme, zou het weleens kunnen dat het CDA er eind oktober met de buit vandoor gaat.
Voor mij reden genoeg om even te kijken waar die partij tegenwoordig voor staat. Dat blijkt fatsoen te zijn. De titel van de plannen is namelijk Een Fatsoenlijk Land, met een dikke groene punt daarachter. Ik hoop van harte dat dat niet het enige groene zal blijken, in de Bonteballenbak. Volgaarne zou ik nu alle CDA-plannen met u doornemen, of hun ’15 keuzes voor een fatsoenlijk land’, maar dan zou deze druktemaker zelfs in mijn spreektempo zeker tot kwart over 1 in beslag nemen, vandaar dat ik alleen even inga op fatsoen. Fatsoenlijk.
Aan de ene kant een wat ouderwets woord, vroeger werd je geacht, zeker als meisje of vrouw, fatsoenlijk te zijn. En laat ik het netjes zeggen: dat leverde je geen spetterend seksleven op, en niet zo’n gelukkig leven überhaupt. Fatsoen heeft te maken met je gedrag, en dat heeft weer te maken met normen waaraan je je moet houden. Waarna natuurlijk de echt belangrijke vraag is: wie bepaalt die normen?
Fatsoen is gelukkig ook prettig met elkaar omgaan, oog hebben voor elkaar, aandacht geven aan wie dat nodig heeft, solidariteit in je directe omgeving en met de wereld waarvan je onderdeel bent, en het gesprek aangaan zonder beledigingen, beschuldigingen en minzame Yesilgöz-lachjes.
Een fatsoenlijk land verkleint inkomensverschillen en zorgt ervoor dat niemand in armoede leeft.
Een fatsoenlijk land zorgt ervoor dat meisjes en vrouwen op elke plek veilig zijn.
Een fatsoenlijk land laat winsten en economische groei niet gaan voor welzijn en natuurbehoud.
Een fatsoenlijk land zorgt ervoor dat het supermarkt-aanbod niet voor ruim 80% ongezond is.
Een fatsoenlijk land staat niet toe dat een bedrijf in Wijk aan Zee decennialang mag vervuilen, zijn vervuilende restproducten nog steeds mag blijven gebruiken en miljardensteun kan claimen om op termijn te verduurzamen en mensen in de omgeving geen kanker en astma meer te bezorgen.
Een fatsoenlijk land staat nergens toe dat de agrarische activiteit van de een middels sproeien van bestrijdingsmiddelen de ander leukemie of parkinson bezorgt.
Een fatsoenlijk land stelt zich met echt alle middelen teweer tegen een bevriende natie dik 4000 kilometer verderop die al ruim 22 maanden lang een bevolking verjaagt, bombardeert, uithongert en anderszins vermoordt.
Een fatsoenlijk land: ik ben ervoor!

