
Trouw | Vertrouwen (2)
Precies een week geleden begon ik op deze plek over vertrouwen, en hoe dat zomaar en ingrijpend geschaad kan worden. Deze plek is trouwens niet helemaal waar, want omdat verspreid over een lang weekend de Heilige Geest over ons werd uitgestort, verscheen er afgelopen maandag helemaal geen papieren krant. Alleen online. Genoemde Geest had logischerwijs geen tijd een krant te lezen, en redacteuren genoten dus van een (welverdiende!) vrije dag. Lekker even helemaal niks in de lucht van barbequende buren, of in een prachtig heuvel- of dijkenlandschap genietend van groepen luidronkende motorliefhebbers.
Even kort: ik werd twee weken geleden in vrij grote omvang befraudeerd. Mijn telefoon-uitbater eindigt op –dido, mijn bank (eindigt op -iodos) belde me (zo leek het) om fraude te melden en voor me op te lossen, een paar uur later was ik (vooralsnog) een hoop geld kwijt.
Kort daarna hadden we twee agenten over de vloer, om aangifte te doen. Een van hen keek wat langer naar me en sprak, nadat zijn collega hem had verteld wie ik ben, toen woorden die ik ga onthouden ‘ik vroeg me al af, heb ik hem nou laatst aangehouden, of ken ik hem ergens anders van?’ Ik heb hem maar niet verteld dat er genoeg collega-artiesten zijn voor wie dat allebei kan gelden, ik heb wel netjes verteld op welk moment het misgaat als je je niet realiseert dat alles dat je ziet en hoort (dát het je bank is die je belt, dat ze heel veel weten van je rekeningen, dat ze zeer behulpzaam en vriendelijk aan jouw kant staan) helemaal niet waar is. Dat het vertrouwen dat je hebt, in instanties, in andere mensen, in elk geval op dat moment op helemaal niets gebaseerd is.
Twee dingen nog: van genoemde telecommer had ik nooit iets gehoord, terwijl het zo bleek te zijn dat de bad guys al mijn gegevens hadden, inclusief bijvoorbeeld het adres van mijn manager die soms van dezelfde bankrekening gebruik maakt. En: iemand die ik goed ken is gisteren voor wetenschappelijk onderzoek naar het buitenland vertrokken, en kreeg vorige week een mailtje over een upgrade van de luchtvaartmaatschappij waarmee ze vliegt. Precies zoals je tegenwoordig online kunt inchecken. Maar dit was een poging tot fraude, en zij had het wel door..
Wat ik me afgelopen week realiseerde: het is zo fijn om uit te gaan van vertrouwen, ervan uit te gaan dat de meeste mensen het goed met je voor hebben, er zelfs van uit te gaan dat anderen jou ongeveer net zo leuk vinden als jij hen. En dat er dus geen reden is de ander te tillen, te liegen, te bedriegen, te befrauderen. Maar dat is dus net even te vaak niet zo.
Maar, volgende maar, ik wil niet leven in een constante staat van wantrouwen. Al was het maar omdat er al zoveel wantrouwen wordt verspreid, vaak met een politiek doel, tegen instanties, de overheid, de media of specifieke groepen mensen. En ik echt geloof dat dat wantrouwen een samenleving schaadt, dat het ons menszijn schaadt.
Eigenlijk heb ik een woord nodig dat betekent: blijf uitgaan van vertrouwen in de ander, maar wees heel erg oplettend waar dat helaas nodig blijkt.