
Trouw | Aan de markt overlaten
Visie lijkt al een hele tijd uit de politiek verdwenen te zijn. Mark Rutte maakte er ooit nog een oogarts-grapje over. Dat hij zelf ongetwijfeld allang weer vergeten is. Maar visie, – het liefst verbonden met idealen over het soort maatschappij dat je zou willen bewerkstelligen, en dat dan graag weer door ideeen en maatregelen voor te stellen die enig verband met de realiteit hebben – ik mis het nogal. En mocht u bewindspersoon zijn in het kabinet-Schoof dan begrijpen we allemaal dat U van de vorige lange zin eigenlijk helemaal niets begrepen heeft.
Omdat het aan visie zo vaak ontbreekt zijn politici, denk ik, gek op nader (diepgaand) onderzoek, dan hoef je namelijk voorlopig geen beslissing te nemen en kijken zowel geit als kool je glimlachend aan, en ook op hard aanpakken – dat suggereert urgentie én actie – en op dingen aan de markt overlaten. Als je namelijk de markt als iets moois ziet – dáár wordt ondernomen, onderhandeld, het onderste uit de kan gehaald, dáár wordt winst behaald, daar komt al die goedbetaalde werkgelegenheid vandaan – moet het wel een goed idee zijn zaken daaraan over te laten. Uw columnist van dienst, met zeker geen afgeronde economie-studie, maar wel met een kritische blik, denkt daar anders over. Sterker nog: heel anders.
De markt is namelijk niet een soort mythische plek waar vraag en aanbod uiteindelijk op een voor iedereen redelijke prijs uitkomen, de markt is niet de plek waar wij al die economische ontwikkeling en welvaart aan te danken hebben, de markt, in politieke zin, zijn gewoon de bedrijven, de branches, de multinationals. Dingen aan de markt overlaten betekent voor mij twee dingen: als politiek geen beslissing nemen, en uiteindelijk altijd de belangen dienen van hen die de markt vormen. En dat zijn die bedrijven, die branches, die multinationals, en alle daaraan vrolijk verbonden aandeelhouders.
De markt gaat het belang van (bijvoorbeeld) een planeet met een gezonde biodiversiteit en een op de meeste plekken leefbare temperatuur niet afwegen met economische belangen, de markt gaat voor zoveel mogelijk winst. De markt gaat de volledige productieketen van een product niet nalopen, om te kijken of alles wel netjes geteeld is, of arbeiders wel netjes behandeld worden, of het product niet krankzinnige reizen in containerboten aflegt, de markt maakt zich niet druk om uitstoot en hoeveelheid verpakkingsmaterialen en afval, de markt is uiteindelijk het bedrijf dat maar één doel heeft: winstmaximalisatie.
En dan is op een onbegrijpelijke manier ook nog eens alles toegestaan: grote kledingbeukers (Zara, Primark etc) mogen liegen over hun kleding-recycleprogramma, waarmee ze fast fashion, greenwashing en extra vervuiling weten te combineren, Friesland-Campina mag doen alsof ze hun uitstoot fiks verminderd hebben, terwijl ze vooral een ondoorzichtig systeem van ‘ontbossingsvrije landbouwgrond’ (voor soja, voor veevoer) en zelfbedachte SBLC-certificaten in elkaar sleutelden. Lees de Correspondent voor alle verbijsterende details.
Het gaat met niet alleen om deze twee sectoren, het gaat mij erom dat ‘de markt’ altijd maar één echte begunstigde kent, en dat is de markt zelf. En dat betekent dan weer dat politiek die zaken aan die markt overlaat, haar werk gewoon niet doet.
Laatste columns
Trouw | Bedachte realiteit
12/01/2026
Trouw | Vrijheid en regels
05/01/2026
Vroege Vogels | Ierse vergezichten
04/01/2026
