#JANSENPRAAT | Stel je voor…
Stel je voor dat het donderdagochtend vroeg is, en Dick Schoof schrikt wakker. Van de ochtendkranten. Trouw, Volkskrant, AD en Telegraaf, in een grote plof van drukinkt, nieuws en propaganda op de glimmende tegels in de hal.
Schoof heeft geen zin, in al die kranten, hij heeft geen zin in weer foto’s van stervende kinderen in Gaza, hij heeft geen zin in weer columnisten die hem op de feiten wijzen, op zijn verantwoordelijkheid, op zijn plicht. En opeens denkt hij: ik stop ermee, IK STOP ERMEE, mijn gedraai en getreuzel en ge-helemaalniks, ik stop met mijn angst voor Wilders en mijn ontzag voor Yesilgoz en mijn medelijden met de resten van het NSC. En van der Plas kan helemaal in de walmende drijfmest wegzakken, met een beetje mazzel komt Henk Vermeer haar redden en verdwijnt ie ook in de stront, en kan die nep-minister van Landbouw, die namaakboerin op naaldhakken, dan een onderzoek aankondigen om te zien of ze zijn verdronken in een overschot aan mest, of dat de veestapel in Nederland in elk geval niet mag krimpen en dat zij dat persoonlijk in Brussel gaat regelen. Als iemand daar haar nog te woord wil staan althans. Denkt Schoof. En hij voelt zich bevrijd. Hij realiseert zich dat hij helemaal niks meer te verliezen heeft, hij is de slechtste minister-president ooit, van het wankelste wrakhoutkabinet in de geschiedenis van de mensheid. Het hangt van de ruzies, halve compromissen en gaffertape aan elkaar, aangevuld met onderling wantrouwen waar de gemiddelde doodgebloede relatie nog een puntje aan kan zuigen, en grotendeels samengesteld uit mensen die gewoon helemaal niks kunnen, behalve aan een talkshowtafel mild racisme verstoppen in glimmend populistisch inpakpapier. Het zogenaamde Mona Keijzer-principe.
En dus zegt Schoof in het debat tegen Wilders: moet u luisteren, koning van de peilingen, zolang u racistische verkiezingsposters verspreid, zolang u ministers levert waarbij vergeleken Sofie Hermans veel heeft bereikt, zolang u een Kamerfractie heeft die een combinatie is van mak stemvee en steeds-weer-absenten, zolang u denkt dat het steunen van genocide en etnische zuivering een goed idee is in uw kansloze strijd tegen een wereldreligie, wil ik u helemaal niet horen. Ga lekker campagne voeren op Urk!
Daarna zegt Schoof tegen SGP en CU dat ze geen enkel recht van spreken hebben over Israel en Gaza zolang ze middels Gristenen voor Israel op grond van een krankzinnig verhaal van een beloofd land in een heilig boek de steeds heftiger illegale kolonisatie van de Westbank blijven steunen.
Tegen Yesilgoz zegt Schoof: follow the money, Dilan. Nederland heeft meer investeringen en zakelijke belangen in Israel dan enig ander Europees land, spreek ze aan, die bedrijven en investeerders, namen en shamen, hop hop, en biedt gelijk even je excuses aan aan Douwe Bob die je voor de bus probeerde te gooien.
Ah, JA21 bij de interruptiemicrofoon, Schoof krijgt er steeds meer lol in: moet u luisteren, Eerdmans, ik heb geen zin in omfloerste antisemitisme-beschuldigingen en weer wennen aan een nieuwe bril, ga wat doen met uw leven, solliciteer als voorzitter van een speeltuinvereniging in Spijkenisse en hoop en bidt dat u de enige kandidaat bent. Wegwezen. En neem van de Plas en Vermeer mee alsjeblieft, zolang ik hier nog de baas ben ruikt het hier niet naar mest, maar naar eerlijkheid.
Schoof voelt, hij begrijpt er zelf ook niks van, menselijkheid opborrelen. In plaats van politieke tactiek, in plaats van de kool en de geit sparen en daarmee toestaan dat een volk wordt uitgemoord, hij begrijpt opeens waarom zoveel mensen de afgelopen 15 maanden gillend gek van hem zijn geworden.
Nooit vond hij echt iets, nooit durfde hij iets, hoe prominenter de wallen onder zijn ogen werden hoe zwakker zijn leiderschap. En elke keer, elke keer, als het over Gaza en Palestijnen en oorlogsmisdaden en etnische zuivering en geplande uithongering en dreigende concentratiekampen ging, kwamen er nog meer nietszeggende zinnen uit zijn mond, over stille diplomatie en historische banden en recht op verdediging en een ontboden ambassadeur. Terwijl de bombardementen met Nederlandse steun doorgingen, terwijl kinderen moeders vaders hulpverleners en journalisten vermoord werden, terwijl het IDF elke dag weer tientallen wanhopige mensen op zoek naar meel en water doodschoot.
En toen zei Schoof, op donderdag 7 augustus om half zeven ’s avonds: we verbreken alle banden met moordstaat Israel. Alle militaire banden, alle zakelijke banden, alle investeringen, alle tegoeden worden bevroren, we gaan de Palestijnse staat erkennen, en minister Veldkamp gaat morgen mee met de eerste voedseldropping. We droppen Casper samen met de 16000 kilo voedsel, aan een eigen parachute. Kan hij beneden de boel coordineren.
En de boodschap een Nethanyahu is deze: alle grenzen open, alle hulpgoederen toelaten, alle militaire actie per direct stopzetten.
Dat. Vandaag. Stel je voor.
