#JANSENPRAAT | Mooie dagen
Ik geef gelijk maar toe dat ik tot voor een paar dagen geen idee had dat het alweer zo’n beetje Pasen is. Ik zit niet echt goed in de religieuze hoogtijdagen, heb geen kinderen met krankzinnige vakantieperiodes, en was met andere dingen bezig. Werk, buikspieroefeningen, echtscheiding. Tot ik een uitnodiging kreeg voor een zondagse paasbrunch.
Ik antwoordde, te snel wellicht: ik doe niet aan brunches, want op zondag slaap ik uit. En wtf paasbrunch, waarom zouden we vieren dat een haas met een mand vol Pfas-houdende en daaroverheen nog eens fel-beschilderde eitjes ergens in jouw achtertuin de wederopstanding van een vermoedelijk verzonnen hippie uit het jaar nul komt vieren? Jezus…hou op met me!
Afijn, toen bleek dus dat het dit weekend Pasen is én dat het juist nu, in de tricky tijden waar we allemaal mee te maken hebben, van groot belang is tijd door te brengen met elkaar. In vriendschap. In gesprek. In een perkje op zoek naar eerdergenoemde eieren, omdat je kinderen dat allang opgegeven hebben en weer lekker op tiktok zitten. Als tiktok een door de Chinezen met een grote grijns onderhouden plek is waar kids naar dansjes kijken en worden aangezet tot vapen in fantasierijke smaakjes, zou er dan plek zijn voor toktok. Toktok, een wat simpeler variant van tiktok, speciaal voor aanhangers van de BBB, net wat langzamer, en draaiend op rode diesel?
Sorry, ik wilde niet weer over agraria beginnen, maar zelfs op mooie dagen vol vriendschap en eigeel op je witte shirt zijn er soms dingen die iets van woede in me doen opborrelen.
Bijna twee pagina’s in Trouw, sinds ruim 2,5 jaar zeker wellicht de beste krant van Nederland, over pesticiden. Volgens sommigen landbouwgif, volgens sommigen gewasbeschermingsmiddelen, volgens de een onvermijdelijk als je behoorlijke productie wilt draaien en de steeds vaker opgeworpen voedselzekerheid in stand wilt houden, volgens anderen een beangstigend feit dat zomaar je achtertuin, je huis, je lijf kan binnenwaaien.
Ik begrijp dat we in dit land best schaarse ruimte met elkaar moeten delen, ik begrijp dat dingen elkaar dus wel eens dwars kunnen zitten, ik begrijp dat boeren werken met de middelen die ze hebben, die betaalbaar en nodig zijn, terwijl ze in een doorgaande strijd zijn verwikkeld met supermarktinkoopcombinaties en RABO-achtige geldschieters die een hoop geld van ze tegoed hebben. Maar wat ik niet begrijp althans niet kan aanvaarden is dat het is toegestaan, in dat wat volle land, op allerlei plekken middelen rond te spuiten waarvan het duidelijk is dat ze niet gezond zijn, en waarvan de kans behoorlijk groot is dat omwonenden, en de agrariers zelf, daar echt ingrijpende ziektes aan overhouden. Parkinson, ALS.
Eén voorbeeld uit Trouw: In Wapserveen, Drenthe, een gebied met bovengemiddeld veel bollen- en lelieteelt, is het aantal gevallen van ALS en Parkinson, én leukemie en geboortenafwijkingen bij baby’s dusdanig dat ruim 50 artsen een brandbrief schreven.
Wat ze vragen is volgens mij zo volstrekt redelijk en menselijk: sta bestrijdingsmiddelen niet toe als de gezondheid van omwonenden gevaar loopt. Het gif – want hoe je het ook noemt, dat is het – verspreidt zich via lucht en water, het gif – want je kunt lobbyen in Brussel en Den Haag zoveel je maar wilt, maar dat is het – wordt aangetroffen in wapperend wasgoed, in urine, in babyluiers, in huisstof. Waar nog bijkomt dat het aantal gemelde mentale klachten van bewoners opvallend hoog is, en als ik me probeer voor te stellen hoeveel angst en stress je ervaart als je weet dat de buurman mag sproeien, maar je niet weet of jij, je kinderen, je kleinkinderen, daar ziek van kunnen worden, begrijp ik dat heel goed.
En burgemeester Spoelstra ‘snapt de zorgen’ maar doet vooralsnog niks. Waarmee hij dus de kant kiest van de telers, de sproeiers, de genoemde politieke beweging. Toktok.
Oke, ik heb het gevoel van onrecht even van me af kunnen schrijven, en spreken.
Ik wens je heel fijne dagen, met die brunch, die haas, die hippie, dat Paasvuur en vooral in goede gezondheid met lieve mensen om je heen.
