#JANSENPRAAT | Actiebereidheid
Gisterenmiddag, u mag donderdag zeggen, stond ik op een podium. Maar laat me dat laatste even duiden. Ik stond eerder deze week al in een zaaltje in Burgers Zoo, een lezing over Tijd te geven, op een immens podium met dito zaal in het MECC in Maastricht – de zaal was gevuld met anesthesisten of anesthesiologen, mijn favoriete grapje was ‘de een noemt het een roesje, de ander noemt het consent’ – dit weekend sta ik nog in comedyclub Toomler én in Carré – echt, ik verzin niks – maar dit podium week af van ongeveer alles. Het was een soort opengescheurde vrachtwagen-oplegger, de enthousiaste wind woei er enthousiast doorheen, er wapperden vlaggen aan en tegenover van XR, Milieudefensie, de Partij voor de Dieren en aanverwante betrokkenen, en toen ik een half uur voor aanvang van de actie arriveerde zat er al een serieus kijkende man op een van de stoeltjes bij wat we dus het podium zullen noemen met een zelfbeschilderd bord met daarop in hoofdletters DEZE WEG LOOPT DOOD. Een bevlogen man, een bezorgd man, een man waarvan ik hoop dat hij, onderweg naar een volgende actie of demonstratie, dat bord niet constant omhoog houdt, want dan zou hij zomaar menig verkeerscirculatieplan waarin wethouders en gemeenteraden bloed, zweet, tranen en heel veel tijd hebben geinvesteerd, volledig naar god kunnen helpen. Terwijl hij er zat, en velen anderen er waren, om te laten zien dat de huidige weg van agro en Big Agro en ook investeringen daarin niet de goede is. We stonden, dat had ik u nog niet verteld, tegenover het hoofdkantoor van de Rabobank in Utrecht. Hoog groot glimmend pand vlak naast het station, werken vast een hoop leuke mensen die ook maar doen wat je nou eenmaal doet bij een bank.
En toch, of juist spraken we ze aan. De mensen van de bank, en vooral al diegenen die je op een andere plek aandeelhouders zou noemen.
Voor best veel mensen is namelijk duidelijk: de agrarische sector moet veranderen, en kan veranderen, maar zolang de economisch en financieel belanghebbenden daar geen brood in zien, gebeurt er hoegenaamd niks. Behalve natuurlijk vrolijke spotjes met duurzame mensen die zo opgetogen en gelukkig zijn dat er volgens mij wel medicatie in het spel moet zijn, ronkende teksten op websites, gloedvolle vergezichten en zo nu en dan een CEO die niet tegengesproken door Rick Nieman of Sven Cockeldito op tv mag vertellen hoe ver zijn – meestal zijn, ja – betrokkenheid gaat en hoe graag hij echt en meer zou willen veranderen, maar ja, de markt, de geopolitiek, de voedselzekerheid, de consument die niet meer wil betalen, de economische realiteit de yada yada yada.
Ik mocht ruim een uur in eerdergenoemde volle wind staan – nadat ik was aangekondigd met ‘we wilden graag Claudia de Breij maar die kon niet’, terwijl ik toevallig weet dat Claudia wel kon, maar mij ook wat gunde – om te horen over de Amazone en hoe wat daar gebeurt met ons te maken heeft, over hoe nauw de banden van Rabo met JBs zijn – de grootste vleesproducent ter wereld, verantwoordelijk voor het doden van 128 duizend varkens, 13 miljoen kippen en 77 duizend koeien per dag -, over Rabo’s lidmaatschap van lobbyclubs die alles op het gebied van dierenwelzijn, klimaat en natuur blokkeren of traineren, over sociale verantwoordelijkheid als (zelfs) juridische wegen niet voldoende opleveren en over Toekomstboeren, die laten zien dat het wel anders kan. Natuurlijk. Biologisch. Verstandig. Toekomstbestendig.
Dat was een hoopvol verhaal, wat me, in deze branche en politieke discussie, maar ook op andere gebieden vooral wanhopig maakt is dat we elke keer weer zien dat degenen die gedijen in een systeem, die hun (grote) geld verdienen in een systeem, die gewend zijn aan een systeem, die leidend zijn in een systeem, nauwelijks de wil hebben om het systeem te veranderen. Terwijl zij wel degenen zijn die dat zouden moeten doen.
Verandering doet altijd pijn. Wij moeten de leiders en CEO’s en aandeelhouders en politici duidelijk maken dat we door die pijn heen moeten, en dat zij dat moeten gaan bewerkstelligen. En anders moeten ze, zoals de wetenschappelijke term is, opsodemieteren, zodat de ruimte voor verandering ontstaat.
