Vrij Nederland | Dolf doet iets niet
Essay voor het maandblad Vrij Nederland (Oktober)
Essay
Cabaretier Dolf Jansen is naar eigen zeggen van de generatie die bepaalde sinaasappelen niet kocht en stickers plakte met Shell helpt apartheid. En nog altijd boycot hij allerhande producten, bedrijven en activiteiten. ‘Het is een fijne manier om betrokken te zijn.’
De eerste boycot waarover ik u graag vertel, spel je met dubbel t. Wellicht kwam u hem al elders in dit onvolprezen magazine tegen: Charles Boycott. Deze Boycott was een van de vele Britten die er langdurig in slaagde de Ierse bevolking te onderdrukken, uit te buiten, leeg te trekken, te laten verhongeren en erger. (Als Forum voor Democratie ook in Engeland actief was, zou Boycott ongetwijfeld een van hun helden zijn, ‘want kolonialisme heeft ook heel veel mooie kanten’. Leuk voor een geschiedenislesje in Almere, zoiets.) Waarbij ik graag met u deel dat die Britse bezetting van Ierland mij altijd extra raakt – en soms ook op iets fellere bewoordingen laat uitkomen – omdat ik half Iers ben, en omdat mijn opa, James Dawson, ruim honderd jaar geleden een van de vele jonge Ieren was die zich, als lid van de Irish Volunteers, tegen dat onrecht verzette. Hij slaagde er uiteindelijk in om de Britten van een groot deel van het eiland af te jagen. Zo’n 40 jaar eerder, jaren tachtig van de 19de eeuw, was Boycott uit Norfolk ‘rentmeester’ in Ierland. Hij runde de boel terwijl het land, in County Mayo, natuurlijk feitelijk van de Ieren was. Die gingen zich verzetten, op zoek naar iets van redelijkheid en rechtvaardigheid, en toen Boycott probeerde dat verzet te breken, besloot de hele gemeenschap hem in zijn sop gaar te laten sudderen, als dat althans een uitdrukking is: niemand sprak nog met hem, winkels verkochten hem niks meer, de post werd niet meer bij hem bezorgd en geen enkele landarbeider deed nog iets voor hem en ‘zijn land’. Au! Uiteindelijk werden soldaten ingezet om de oogst te redden, maar een paar jaar later verliet Boycott met dubbel t het grootse groene eiland, met zijn staartje tussen de benen.
GEWELDLOOS MIDDEL
Een boycot – iemand negeren, buitensluiten, niks van hem kopen, niks aan hem verkopen, kaltstellen überhaupt – bleek een sterk en geweldloos middel om je activisme te tonen. Ik realiseer me nu: iemand boycotten, buitensluiten, cancellen om een goed Nederlands woord te gebruiken, is eigenlijk helemaal niks voor mij. Ik geloof er wél in dat je met bepaalde politieke partijen en ‘bewegingen’ eigenlijk niet moet samenwerken, bijvoorbeeld omdat ze de democratie een stuk minder serieus nemen dan zou moeten, bijvoorbeeld omdat ze dichter bij de Kremlinlijn zitten dan bij die van Europa, als het gaat over Oekraïne en daarmee over onze vrijheden, bijvoorbeeld omdat ze Israël blijven steunen en iedereen die kritisch is op dat land en haar leger oorlogsmisdadigers meteen maar tot antisemiet bestempelen. Maar ik denk ook dat je op menselijk niveau altijd in gesprek moet proberen te blijven. Ook al heeft iemand een afzichtelijke mening (in jouw ogen). Ook al vertegenwoordigt iemand belangen die jou tegen de borst en wellicht nog andere lichaamsdelen stuiten. Producten, bedrijven, activiteiten, dat vind ik een heel ander (boycot)verhaal. Ik ben van de generatie die bepaalde sinaasappelen niet kocht, de generatie die stickers plakte met Shell helpt apartheid, een variatie op de catch phrase van deze olieboer: Shell helpt! Ook nu, najaar 2026, is er heel veel reden Shell en BP en Total en ExxonMobil te ontlopen, omdat het allemaal multinationals zijn die vijftig jaar geleden al wisten dat de fossiele economie de planeet ernstig zou gaan schaden en wellicht zelfs te gronde richten, maar de wetenschappelijke rapporten dienaangaande in diepe donkere lades lieten verdwijnen, zodat de boringen door konden gaan, de uitstoot exponentieel toenam en de dividenden tegen de plinten klotsten. Het enige dat dit Big Oil-verhaal nog erger zou kunnen maken is als ze ook nog eens extreme, extra winsten zouden kunnen boeken door een krankzinnige nergens-toe-leidende-oorlog, maar ik denk dat ik nu echt even terug moet naar de realiteit. Toch?
1. BOYCOT SHELL
Ik tank trouwens niet bij Shell of een van de andere genoemde bedrijven. Waarbij ik gelijk maar opmerk dat dat ook is omdat ik helemaal geen rijbewijs heb, en ja, jazeker, ik rijd wel eens mee in een auto die niet helemaal elektrisch rijdt, en ja, ik heb ooit een paar leren schoenen gehad en ja, om Ierland te bereiken heb ik in mijn leven geregeld gevlogen. Stukje duiding: als je je ergens over uitspreekt, is er altijd wel iemand te vinden, meestal in een socialmediariool of achter een desk van SBS, die op hoge toon beweert dat je HYPOCRIET bent omdat je zie boven. Ik maak dat veel mee. En ja, dat is soms vervelend, en ja, de enige reden dat reaguurders in smoezelige joggingbroek of witte mannen van een zekere leeftijd dat doen, is omdat ze op geen enkele andere manier inhoudelijk met je in gesprek durven. Naar ik aanneem omdat ze argumenteren op het niveau van Mona Keijzer. En dat is, dat weet u: praten met een hoog het-istoch-gewoon-zo-gehalte; waar mogelijk de term betutteling en/ of woke inzetten; en natuurlijk erdoorheen kakelen als iemand wel inhoudelijk gedegen spreekt.
2 . BOYCOT VLEES, MEUK EN AI
Ik boycot, zou je kunnen zeggen, al ruim 26 jaar de vleesindustrie. Ik eet geen vlees, passeer slagerijen met afgewende blik (daar liggen namelijk geen riblapjes en koteletten, maar stukken van een levend wezen dat wij vermoord en uitgebeend hebben) en heb meer argumenten om dat te doen dan er varianten barbecuesaus in uw supermarktschap liggen. Ik boycot heel veel plekken en websites waar je spullen, dingen, producten en gadgets kunt aanschaffen, door mij meestal onder de term ‘meuk’ gevat, omdat de productie én het inpakken én het vervoeren over de wereldzeeën én aansluitend het vervoeren naar en daarna weer van distributiecentra allemaal veel energie kost, en daarmee veel klimaat ontwrichtende uitstoot oplevert. Ik boycot, in rechtstreekse zin, AI en datacentra, maar weet ook wel dat er al zoveel door AI gebeurt, dat het onvermijdelijk is dat je er, als consument, medeverantwoordelijk voor bent. Of je nou wil of niet.
En dat brengt me op een vraag die elke boycotter zich weleens zal stellen: levert mijn boycot wat op, doet het de producent, de verkoper, de techpooier pijn dat ik zijn of haar spullen weiger aan te schaffen, weiger te gebruiken? De vraag stellen is hem beantwoorden, natuurlijk. Het interesseert de oliepomper hoegenaamd niks. En JBL of Van Drie of een andere vleessnijder extraordinaire heeft geen idee van mijn 26 jaar vegetarisme. En ook techbedrijven plannen gewoon hun volgende, nóg grotere datacentra want: ze ‘kunnen natuurlijk niet achterblijven bij de ontwikkelingen in de wereld’.
3. DOE IETS NIET
Maar, Grote maar: hierboven staat volgens mij niet dat een boycot niks betekent, dat een boycot echt niks oplevert. Het is een erg fijne manier om betrokken te zijn, iets te doen (vaak door iets niet te doen, feitelijk), het laat heel duidelijk zien waar je staat, wat je vindt, het kan ook een reden zijn het gesprek aan te gaan. (Liefst met mensen die heel anders naar die bedrijven kijken, die de economie – en groei – als iets moois zien, die het maar overdreven vinden jezelf vlees – of kerosine, of snelle informatie waarvoor een machine het hele internet heeft afgegraasd – te ontzeggen.) Omdat je er iets van vindt, omdat je de schade die jouw consumptie oplevert te groot vindt, omdat je het idee van menselijke beschaving en het op industriële schaal doden van vele miljoenen levende wezens per week niet zo goed te combineren vindt.
4. BESPREEK JE BOYCOT MET MATE
Aside: het schijnt dat hardcore veganisten vaak geboycot werden op borrels en afterparty’s, omdat ze altijd over hun hardcore veganisme en de achtergronden daarvan wilden praten. Mijn vriend Lebbis kwam ooit, na een comedyshow, in discussie met een veganistische feminist, en heeft daar nog steeds herbelevingen van. Wat ik maar bedoel te zeggen: gebruik (bespreek) je boycot met mate. Dat vergroot de kans op oprechte interesse bij je eventuele gesprekspartners. Een ding nog: je gaat je goed voelen, over jezelf vooral, als je boycot. Zeker als de boycot iets betreft dat je eigenlijk graag zou willen, maar toch niet doet/koopt/eet, omdát de schadelijke gevolgen zie boven. Of omdat de herkomst van de producten je zo kwaad maakt dat je geen andere keus hebt. Maak hier zelf een zin met ‘bezette gebieden’, ‘genocide’, ‘etnische zuivering’, ‘handel’ en ‘dadels
5. EEN KLEIN BEGIN HEEFT ZIN
Het is bekend dat één zwaluw geen zomer maakt, ook omdat de meeste zwaluwen al vanaf half april aan door klimaatverandering veroorzaakte hittestress leiden, maar evengoed is het zo dat één actieve vlinder ergens in de Amazone een paar dagen later een serieuze storm bij Hoek van Holland kan veroorzaken. Waarmee ik bedoel: een boycot die (meestal) klein begint, kán uiteindelijk wel grote gevolgen hebben. Gaan we toch nog een keer naar mijn moederland: Mary Manning was begin jaren tachtig in Dublin cassière bij Dunnes Stores, een soort kruising tussen supermarkt en V&D. Zij weigerde, 19 juli 1984, halverwege haar morning shift, Outspan-grapefruits af te rekenen. Omdat haar vakbond streed tegen de apartheid in Zuid-Afrika, en zij zich daarbij aansloot. Mary werd geschorst (het Dunnes-management wilde ongetwijfeld geen gedoe, dacht aan de omzet, of vond wellicht dat ze in Kaapstad best lekker bezig waren), dat was het slechte nieuws. Maar het goede nieuws: tien collega’s van Mary gingen uit solidariteit in staking. Die staking, voortkomend uit een minimale boycotactie, duurde drie jaar. Ieren zijn koppige types, ik zeg het er maar even bij. Desmond Tutu sprak zijn steun uit, Nelson Mandela, waar het natuurlijk mede om ging, zei later dat de actie van de Ierse vrouwen hem op Robbeneiland niet alleen bereikt had, maar ook een groot hart onder de (overigens verboden) riem had gestoken. Voorjaar 1987 besloot de Ierse regering tot een boycot van producten uit Zuid-Afrika. Dan gaat het, economisch, een beetje pijn doen, maar vooral is dan de boodschap luid en duidelijk: wij verzetten ons tegen een systeem waarin bepaalde mensen worden achtergesteld, buitengesloten, gediscrimineerd. Alleen omdat Mary jaren daarvoor dacht: Fuck you and your bloody grapefruits!
6. BLIJF BETROKKEN
In mijn oudejaarsvoorstelling Schaamteloos praat ik avond aan avond aan avond over de grote gebeurtenissen die ons leven en onze toekomst bepalen, praat ik over politieke machinaties en de steeds grotere macht van het (steeds grotere) grote geld, praat ik over corruptie (in Nederland heet dat nog steeds ‘lobby en beïnvloeding’) en talkshowtafels en populistische praatjes en fascisme. Maar er zitten ook heel veel grapjes in, zeg ik er voor de zekerheid even bij. Uiteindelijk gaat de voorstelling over activisme, en probeer ik vooral duidelijk te maken dat dat activisme niet hoeft te betekenen dat je je aan een hek of snelweg vastlijmt, of dat je een glimmende gevel met bloedrode verf besmeurt. Activisme is, vind ik, alles wat je doet om je betrokkenheid te laten zien, alles wat je doet om de democratie en wat daarbij hoort – media, cultuur, het vrije woord, satire, onafhankelijke rechtspraak, diversiteit – te beschermen. Activisme is onderdeel zijn van de samenleving en er actief aan bijdragen. Dat kan zich uiten in protest zoals hierboven met lijm en verf, maar ook iets organiseren in je buurt waardoor mensen elkaar treffen, en met elkaar in gesprek gaan. Je kunt (actief) lid worden van een politieke partij of vakbond, maar vrijwilligerswerk kan ook. Je kunt de raffinaderij blokkeren zodat daar in elk geval het drill baby drill-narratief voor even wordt onderbroken, maar tegels wippen en bomen planten is ook een heel fijne groene optie. Je kunt inbreken in het slachthuis en de beelden verspreiden, of zoveel mogelijk gerechten met peulvruchten verspreiden. Een boycot is een sterk middel, een duidelijk middel, er bestaat geen twijfel over je mening en je drive om iets te veranderen. Maar het is natuurlijk ook een soort laatste middel, zoals het in de poging tot het enigszins opvoeden van ons nageslacht echt een laatste middel is om op hoge toon uit te spreken: ‘Als je nu niet … Dan ga ik je ….’ Voorbeeld: ‘Als je nu niet stopt met het praten over het oorlogsverleden van opa Bertus, dan ga ik je in de auto zetten, krijg je geen glazuurafbijtende energiedrank meer en moet je je iPhone inleveren tot we weer thuis zijn!’ Na zo’n laatste waarschuwing is er geen volgende stap. Na de boycot ben je een beetje uitgepraat. Vaak. Vandaar, denk ik, dat ik zo houd van de andere kant van de boycot, niet het luidkeels níet-doen, niet het weigeren, niet het buitensluiten, maar juist het nadruk leggen op positieve actie.
Laatste nieuws
Vrij Nederland | Dolf doet iets niet
07/10/2026
Spijkers met Koppen Terugluisteren
03/10/2026
LEEFTEKENS
01/10/2026




