
Trouw | Pesticiden-vrij
Wij worden – terwijl we ademen, leven, werken, spreken en ons drukmaken over ministers in dit kabinet die in een rechtvaardiger wereld nog niet eens vice-voorzitter van de speeltuinvereniging zouden kunnen worden – constant omringd door stoffen, stofjes die invloed op ons hebben. Omdat we ze inademen, doorslikken, omdat ze onze huid raken, omdat ze er zijn. Veel daarvan zien we niet, van veel daarvan weten we weinig, en over het algemeen genomen kunnen onze lijven het aan. Net zoals onze lijven om kunnen gaan met zonlicht, vettig eten, stress, Suzan, en Freek.
Als ik er iets dieper over nadenk, en dat doe ik op deze plek nogal eens, vind ik het zowel angstaanjagend als vreselijk onrechtvaardig dat het zo kan zijn, in ons verder zo goed-geregelde en beschaafde land, dat je, op de plek waar je werkt of woont, constant omringd bent door stofjes die slecht voor je zijn, die je gezondheid beinvloeden. Dat kan te maken hebben met de fabriek die iets verderop staat, de landingsbaan of snelweg, dat kan te maken hebben met het regenpak dat je draagt of de pan waarin je bakt en braadt, dat kan te maken hebben met het voedsel dat je tot je neemt (waaraan Sjamadriaan in deze krant nog niet is toegekomen), dat kan te maken hebben met stoffen die de agrarische sector toepast om gewassen te beschermen, beter te laten groeien. Soms heet het landbouwgif, soms bestrijdingsmiddelen, soms zelfs gewasbeschermingsmiddelen.
Ik kwam afgelopen dagen in pittige discussies terecht met (in dit geval) de bloemensector in ons land, omdat ik me wat negatief had uitgelaten over de manier waarop wij (in dit geval) tulpen produceren. Voor uw paas-tafel, voor de export.
De tegenargumenten kwamen me bekend voor: het is toegestaan, het is een belangrijke (economische) branche, er is al veel verbeterd in de sector, wij doen het veel beter dan andere landen. De eerste twee argumenten vind ik zwak, want het feit dat regels tekortschieten (hallo lobby!) en dat er veel geld mee verdiend wordt doet niks af aan de schande van gezondheidsschade. De andere twee argumenten kloppen deels (ik wás in het Westland, ik zag inzet van insecten in plaats van de gifspuit, ik zag succesvolle innovaties), maar ik blijf het onverteerbaar vinden dat het zo kan zijn dat een ondernemer vlakbij jouw huis tulpen of lelies gaat verbouwen, en jij dan voortaan angst voor Parkinson hebt, of zelfs je kleinkinderen niet meer uitnodigt omdat je hun gezondheid niet wil schaden. Er is wat mij betreft geen enkel argument te bedenken dat dát goed kan praten.
11 april is het, wat Natuur&Milieu betreft, Pesticide Vrij-Dag, met ondermeer een grote bijeenkomst in Den Haag. Het gaat om: ‘een gezonde landbouw voor mens en natuur’.
Nee, Natuur&Milieu is net zo min als ik tegen boeren, maar het moet toch mogelijk zijn bestrijdingsmiddelen niet meer toe te staan als er twijfel is over gezondheids- en milieueffecten, boeren te helpen bij een overstap naar een landbouwsysteem zonder deze middelen, en de natuur te versterken (schoon water, een gezond ecosysteem, een vitale bodem). Sturen we daarna Wiersma en Agema een bloemetje.