
Trouw | Dit Is Het Nieuws
Afgelopen woensdagavond was ik in de club van ComedyTrain in Amsterdam, waar ik dezer maanden veel vaker ben, om te spelen en een beetje in de gaten te houden hoe groot de concurrentie is van de jongste generatie comedians. Laat ik het zo zeggen: er komt een hoop goeds aan. En ik ga zelf vanaf juni weer met mijn oudejaars-circusje op pad, dus dan hebben ze in de club ook geen last meer van me.
De avond had het tv-programma Dit Was Het Nieuws als aanleiding, een aantal van de huidige makers/schrijvers ging (soms met knikkende knieen) het podium op, mij was gevraagd de avond af te sluiten. Als ‘maker van het eerste uur’, als iemand ‘die het allemaal heeft meegemaakt’ als ‘oud’ dus eigenlijk. Dat laatste had gelukkig (nog) geen enkele invloed op mijn energieniveau, dus nadat we al een hoop goeie grappen en wat dieppersoonlijk leed en aanpalende vunzigheden over ons heen gekregen hadden, plus een bloemlezing op bierviltjes van tientallen grappen die de uitzending niet gehaald hadden (en hoe onterecht dat was), hoefde ik alleen nog maar even de oude doos te openen – hoe Lebbis en ik samen de kranten lazen én koppen uitknipten én grappen schreven én alles (per fax!) met de hoofdredacteuren deelden en gewoon en vooral heel hard werkten – waarna ik de huidige tijd ook nog even meenam.
De misdadige oorlogen in het Midden-Oosten, ondermeer, en hoe de VVD ‘belangrijke bondgenoot’ Israel ondanks Gaza, ondanks Westbank, ondanks Iran en ondanks Libanon onverkort blijft steunen. Als je eenmaal ‘bondgenoot’ bent volgens de ooit-liberale partij, kun je bij hen thuis de voorgevel in de fik steken, een paar dochters in een geblindeerd busje gooien en meenemen naar onbekende bestemming en op de eettafel kakken, maar word je nog steeds uitgenodigd voor de jaarlijkse barbecue, want ja, van ‘bondgenoten’ kunnen ze net wat meer hebben.
Een avond later presenteerde ik de uitreiking van Managementboek van het Jaar, vanuit de Rode Hoed in Amsterdam, waar ik de zeker aanwezige Sonja Barend-vibes meenam terwijl ik mijn eerdergenoemde energie de zaal inpompte, ‘de mens achter de schrijver’ (maal 5) interviewde, een hoop grappen op het randje maakte, en netjes buiten het fotografenshot ging staan toen de prijswinnaars werden vastgelegd.
En, zoals ik wel vaker doe als ik eigenlijk geacht wordt comedy te bedrijven, maakte ik nog een statement over mijn vreugde dat we (nog) in een land leven waar de schrijver volledige vrijheid heeft, en waar we, denk ik, de schrijver en de denker en de uitgever en de leider met visie meer nodig hebben dan ooit, we hebben de journalist nodig die onderzoekt en publiceert, niet gehinderd door de eigenaar van zijn krant die soms heel andere belangen dient, we hebben de talkshowhost of presentator anderszins nodig die de soms pijnlijke vragen wél stelt, en die doorvraagt als de politicus zich eruit draait met zinnen als ‘ik ga natuurlijk niet op elke tweet reageren’ of ‘we gaan nader onderzoek instellen’.
En ja, de rol van de satiricus – DWHN, Lubach, Even tot hier, Klikbeet, de Speld, Spijkers met Koppen – is in het wat wankele medialandschap belangrijker dan ooit.