“Jim en Dolf Jansen mijmeren prettig ontregelend over de wetenschap”
Het is een soort traditie geworden: jaarlijks bundelen de broers Jim en Dolf Jansen een alfabet aan wetenschappelijke overpeizingen. Jim Jansen, de hoofdredacteur van New Scientist, levert interviews met onderzoekers. Cabaretier en columnist Dolf reflecteert vervolgens op dat interview. Ze begonnen hiermee in 2020 en zijn nu aan hun zesde boek toe. Sterrenkunde, seks en serendipiteit. Voor elk wat wils, kortom.
Het leest in ieder geval als een trein. De interviews van hooguit drie bladzijden zijn soms vrij persoonlijk, soms meer op het onderzoek gericht, maar nergens is het echt bikkelen om het betoog te kunnen volgen. Het biedt een snel inkijkje in wat de betreffende onderzoeker drijft, en dan weer door. Knap gedaan, want de simpele uitleg is doorgaans veel lastiger te geven dan de moeilijke.
De prijs die je daarvoor betaalt is natuurlijk de diepgang. Lees dit boek niet als je wilt weten hóe de circulaire chemie die hoogleraar Chris Slootweg voorstaat er nu uit moet zien. Je kunt niet alles hebben, daarvoor zijn twee pagina’s echt te weinig. Wel lees je hoe hij als kind op vakantie in de Auvergne zijn fascinatie met chemie opdeed, en dat is best interessant en inspirerend.
Schietschijf van Dolf Jansen
Wat ook knap is, is dat de sprekers prima op hun gemak lijken met het format. Als ik over mezelf zou moeten vertellen in de wetenschap dat Dolf Jansen achteraf nog eens zijn imposante vermogen tot vrije associatie op mijn woorden zou loslaten, zou ik toch behoorlijk afgeleid zijn tijdens het gesprek. Sta je daar enthousiast te vertellen over een definitie van toeval, of over gedragsonderzoek onder apen – dan voel je je toch een beetje de schijf in de schiettent, lijkt me.
Dolf Jansen doet dat prijsschieten meestal wel leuk. Soms mijmert hij door over het onderzoeksveld van de geïnterviewde, soms haakt hij aan op een onbenullig detail en rent hij ermee weg. Of hij smijt er een volstrekte non sequitur tegenaan, want ook zo kun je zeshonderd woorden volkletsen. Maar iedere keer ben je toch weer benieuwd wat hij ervan gaat maken.
Het geeft het boek een dynamiek die je met een ‘gewone’ reeks interviews niet zo gauw zou bereiken. Prettig ontregelend. Op naar deel zeven.
Joost van Egmond | Trouw


