
Trouw | Boycot?!
Geregeld ontvang ik via hardwerkende Trouw-opinie-collega’s, reacties op mijn wekelijkse bijdrage aan uw maandagochtend-geluk. Ik ben er altijd blij mee, als ik in mooie woorden lees dat ik iets deelde waar de lezer blij van werd, door geraakt werd, door ging nadenken, maar ook als hij het volstrekt met me oneens was. Of zij, zelfs.
Afgelopen week schreef ik over het songfestival, en mijn gevoel dat we als land en als NPO daar niks mee te maken moeten willen hebben, zolang Israel daar feestelijk mag zingen en dansen, terwijl de genocide en ethnische zuivering in hoge versnelling doorgaat. Lezer E vond dat ‘raak’, maar vraagt zich ook af hoe het dan zit met bijvoorbeeld de Russen in de sport. Zoals u wellicht weet komen zij steeds vaker terug in de topsport en grote toernooien, vaak nog onder ‘neutrale vlag’ of met een niet helemaal Russische omschrijving achter de naam van de atleet, maar van een volledige boycot is allang geen sprake meer. Terwijl ondertussen, althans op het moment dat ik dit schrijf, de oranje kleuter in het grote Witte Huis, op allerlei manieren bezig is Putin te paaien, Oekraine te verraden, alles in een poging zijn absolute wanbeleid van de afgelopen bijna twee jaar (hogere prijzen, duurder autorijden, onnodige oorlogen, extreme zelfverrijking) te verdoezelen. Omdat het ernaar uitziet dat de komende midterms, ondanks alle pogingen het democratisch proces te ontwrichten, klinkende nederlagen gaan opleveren.
Kun je, in zo’n tijd, en een tijd van toenemende aanvallen op burgerdoelen in Oekraïne, op een voetbalveld of in een turnhal of op een schaatsbaan doen alsof er niks aan de hand is vraagteken uitroepteken. Ik ken de tegenargumenten kwa boycot: die sporters hebben er niks mee te maken, je mag atleten niet straffen voor het politieke wanbeleid van hun leider(s), we moeten sport en politiek gescheiden houden. Om die laatste moet ik al jaren nogal grimlachen, want sport en politiek zijn natuurlijk op allerlei manieren verweven. Ik noem in mijn oudejaars 2026 de FIFA ‘een wereldwijde vredesorganisatie die probeert vrede te bewerkstelligen door voetbaltoernooien toe te wijzen aan dictaturen’. (Cynisch) grapje, natuurlijk, maar het klopt bijna elke vier jaar. En als de naam Gianni Infantino u een beetje aan een langlopende Italiaanse criminele organisatie met extreem sterke familiebanden doet denken, kan ik daar natuurlijk helemaal niks aan doen.
Wat ik denk dat ik vind (ja, ook een columnist weet het echt niet altijd zeker): we moeten proberen op allerlei manieren vrede en gerechtigheid te bereiken, en alles in het werk stellen om de politiek daarin mee te krijgen. We moeten meer doen dan ‘stille diplomatie’, zeker als we ondertussen handelscontacten en investeringen weinig in de weg leggen. We kunnen zelf onze betrokkenheid tonen, door niet (indirect) te investeren of te profiteren van handel met de bad guys, door Protect Ukraine of een andere organisatie te steunen, door de Rode Lijn te lopen en Jetten en de zijnen maar weer eens serieus aan te spreken. En door een boycot als laatste middel te zien. En ja, dan zíjn er plekken en momenten waar in de huidige tijd het dundoek van Israel of van Rusland niet mag wapperen. Eerst vrede, dan weer een vlag.
Lezersreactie
Kleuter
Met plezier lees ik meestal de column van Dolf Jansen op de achterkant van de maandagkrant. Deze week verbaasde ik me echter over de kop van zijn column, waarin hij het heeft over ‘de oranje kleuter in het grote Witte Huis’ (Trouw, 26 oktober). Hieruit spreekt voor mij een grote minachting voor het eigene van de kleuter. Na meer dan 25 jaar ervaring in het onderwijs aan kleuters heb ik veruit de meeste kinderen in deze leeftijdsgroep leren kennen als eerlijk, openhartig, onbevangen, nieuwsgierig, spontaan en leergierig. Dolf kan toch niet menen dat die ‘oranje man’, die zo onbetrouwbaar en onvoorspelbaar is en zo’n grote, negatieve impact heeft op wat er in de wereld gebeurt, vergelijkbaar is met een kleuter? Misschien moet Dolf wat meer ervaring opdoen met kleuters om respect voor deze leeftijdsgroep te krijgen?
Els van Meer, Deurne
