
Trouw | Echte verandering
Er zijn, denk ik, allerlei manieren om verandering te bewerkstelligen. Echte verandering.
Revolutie is een mogelijkheid, maar dat gaat toch best vaak gepaard met bloedvergieten, gesneuvelde ruiten en ander gedoe.
Plannen maken en daar een democratische meerderheid voor zien te verkrijgen is een optie, maar voor je het weet sta je in november 2025 als leiders van twee middenpartijen met ideeën en plannen en optimisme en hoop en de wens tot samenwerking, en verzand je daarna in een minderheidscoalitie afgedwongen door de derde leider die je erbij trok. En sta je tien maanden na dat moment van hoop en optimisme (verandering!) nog steeds te debatteren van gaan we over links of gaan we over rechts of gaan we wanhopig rechtdoor en hoe groot is nou eigenlijk de kans dat we daar een blinde muur of een zinkgat gaan treffen?!
Verandering is ook te bereiken door dingen te bedenken die voor vermogenden en grootverdieners echt lekker zijn, waarna de kans groot is dat vermogenden en grootverdieners er wel wat voor over hebben om dat te bereiken, waarna dat lukt en de grootverdieners nog groter gaan verdienen, en de vermogens over de plinten gaan klotsen. Dat lijkt corruptie, maar heet in ons land geloof ik lobby of belangenbehartiging.
Ik pleit, kwa verandering, voor iets anders. Soms is het goed gewoon in te zien dat wat we doen – vaak omdat we het al heel lang zo deden – in zichzelf een slecht idee is. Iets dat we gewoon niet meer moeten doen. Iets waarmee we, eindelijk, moeten ophouden. Zo kwam aan transatlantische slavenhandel een eind, zo kregen vrouwen kies- en andere rechten, zo werd de kinderarbeid (in best veel landen) afgeschaft. De realisatie dit is niet goed, dit gaat tegen menselijke waarden in, dit past niet in of bij een beschaving, kan voldoende zijn voor echte verandering. En terecht uitroepteken.
En dat brengt me op staatssecretaris Erkens en zijn plannen aangaande het fokken en houden en slachten van vee in ons land. Een paar punten: het afknippen van staartjes van biggen is verboden maar wordt niet gehandhaafd; dieren krijgen niet meer ruimte, want het moet wel ‘realistisch, uitvoerbaar en betaalbaar blijven’; er komt geen verbod op (extreem snelgroeiende) plofkippen, en ook de vleeskuikenouderdieren vinden de staatssecretaris niet aan hun kant, ‘omdat pluimveebedrijven mogelijk naar het buitenland vertrekken als de regels strenger worden’; het stimuleren van weidegang wordt niet eens meer geprobeerd. De staatssecretaris wil graag ‘natuurlijk gedrag bij dieren’ zien, maar doet er hoegenaamd niets aan dat te bewerkstelligen. En de agro-lobby is tevreden.
Ik denk: de sector gaat niet veranderen, de financiële belangen zijn te groot, en dit is wat ze al heel lang zo doen. Verandering kan alleen komen als wij ons realiseren: het is niet normaal, strookt niet met menselijke waarden om (miljoenen) dieren zo te behandelen, te mishandelen, te onderdrukken (en aansluitend te doden).
Dus: we moeten stoppen met opfokken en ophokken en kip-ploffen en kalvermesten, we moeten inzien dat het een schandvlek op de menselijke beschaving is dát we dit doen, en denken dat het normaal is. Omdat we een stukje vlees op ons bord willen.
Ik pleit, dat begrijpt u, voor verandering.