Dolf Jansen

Nieuws

Burgervader

Sinds gisteren het overlijden van Eberhard vd Laan bekend werd, ging het in dit land zomaar over lief zijn, voor je stad, voor elkaar, voor de mensen om je heen.

Nou zijn lief en lief zijn voor elkaar woorden waar de cynici en reaguurders zonder enige moeite mee aan de haal kunnen, maar het mooie is, daar hoeven we even niet naar te luisteren, dat hoeven we helemaal niet te lezen.

We leven in ingewikkelde tijden, politieke partijen trekken steeds meer naar rechts om al bestaande rechtse partijen wind uit zeilen te nemen, het naderende vrienden-voor –het-leven-kabinet laat in het uitgelekte vluchtelingen- en integratiebeleid zien hoe snel een sociaal en solidair land kan verharden, en ondertussen lijken de oorzaken van vluchtelingenproblematiek – oorlog, conflict, oneerlijke wereldeconomie, klimaatverandering – nauwelijks aangepakt te worden.

Dus, denk ik, dat we  juist in deze tijden de woorden en nalatenschap van vd Laan nodig hebben: blijf lief voor elkaar. Die simpele zin laat in ‘blijf’ zien waar we vandaan komen, en in ‘lief’ wat we nodig hebben: sociaal gevoel, betrokkenheid bij mensen om je heen, empathie, voor je eigen kansen gaan zonder anderen te schaden en soms zomaar wat van je eigen overvloed en geluk delen.

Blijf de lieve stad die je bent gaat over Amsterdam, natuurlijk, maar evenzogoed over Utrecht, Rotterdam, Leeuwarden, Goes, Venlo. Het gaat over dit land en de wereld waarin we leven.

De man die dat nalaat en daarnaar leefde, was meer dan de bestuurder van een grote stad. Hij was een burgervader. 

6 oktober: Dolf bij DWDD

 

 

Een eerlijk salaris en minder werkdruk. Dat is de reden waarvoor vandaag de basisschoolleraren staken, 90% van de scholen was dicht. 60.000 docenten trokken naar Den Haag om de actiedag kracht bij te zetten. Drie leraren van de TheresiaSchool in Rotterdam-Zuid, Maaike Ivo, Karis Ketelaar en Mabel Mercedes Ramirez, waren aanwezig, Dolf Jansen stond de hele dag als spreekstalmeester op het actiepodium. 

5 oktober: Dolf bij Pauw

Leraren in het basisonderwijs gaan weer de bres op voor meer salaris en minder werkdruk. Tim den Besten en Dolf Jansen hebben zelf mooie herinneringen overgehouden aan hun schooltijd en brengen een ode aan juffen en meesters. Dit aan de vooravond van de landelijke staking op 5 oktober in Den Haag.

Lowlands 2017

Was jij bij de eerste Lowlands in 1993 of speelde je toen liever met Playmobil? Misschien was je zelfs nog niet eens geboren. Het maakt allemaal niets uit, want Lowlandshits zijn tijdloze hits! ‘Insane in the Brain’? Check! ‘(You Gotta) Fight for Your Right (to Party!)? Ja, duh! ‘I Bet You Look Good on the Dancefloor’? Absoluut! Er zijn er vele voorbijgekomen in 25 jaar Lowlands en je hoort ze allemaal tijdens De Grote 25 Jaar A Campingflight to Lowlands Paradise Greatest Hits Sing-along op zaterdagochtend in de Alpha.

Tijdens dit spetterende flashbackspektakel vol legendarische meebrulhits en andere onvergetelijkheden wordt de all-time greatest Lowlandsgangmaker Dolf Jansen bijgestaan door een muzikaal dreamteam onder leiding van drumbeest Martijn Bosman. Wie er nog meer langskomen? De Jeugd van Tegenwoordig, Heideroosjesheld Marco Roelofs, Dichter des Vaderlands Ester Naomi Perquin en zelfs Kees van Hondt – de man wiens feestjes van Andorra tot Zimbabwe bekendstaan als het ultieme geluk. 

Beste. Jubileumfeest. Ooit. Want zoals Dolf zegt: ‘Er zijn dingen die je maar een keer in je leven meemaakt: Feyenoord kampioen, een frisruikende slaapzak, 4 integere politici bij elkaar en natuurlijk De Grote 25 Jaar A Campingflight to Lowlands Paradise Greatest Hits Sing-along!

We zijn opgehouden met tellen hoe vaak Dolf Jansen op Lowlands gestaan heeft, dus als er een cabaretier is die de titel Mr. Juliet mag dragen, is hij het wel. Omdat het alweer een paar jaar geleden is dat hij onze tjokvolle theatertent op zijn kop zette, is ons 25-jarig jubileum een perfect moment voor een glorieuze comeback. Jansen tourt vanaf september vier maanden met Louise Korthals met de oudejaarsvoorstelling ‘Omdat We Het Waard Zijn’, maar komt zoals gewoonlijk met een unieke, speciaal voor Lowlands Paradise gemaakte set naar de festivalpolder. Op zondag om 21:00 in de Juliet

 

Kijkje in de kast

Toon mij uw kast en ik vertel u wie u bent. Jigal Krant belt aan bij prominente Nederlanders met het doel de kasten open te trekken. Deze week deed hij dat bij Dolf Jansen.

De cabaretier komt liever uít de kast, dan dat hij een kijkje biedt ín een van zijn kasten. 'Ik ben niet heel angstig, maar wel een hele slechte zwemmer. Ik heb zes jaar gedaan over mijn A-diploma', biecht Jansen op. 'Nu lig ik hier bijna elke dag in het water', vertelt hij, wijzend naar het water achter zijn huis. 'Ik kom nu uit de kast als zwemmer.' Een belangrijke ontwikkeling in zijn recente leven, stelt Jansen. 'Ik durf iets wat ik eerst niet kon. Dat zegt iets over mijn leven.'

Kijkje in de kast terugluisteren 

5 mei: Vrijheidscollege

21 Jaar geleden kwam ik, tot mijn verbazing, voor het eerst in aanraking met het Comite 4 en 5 mei. Natuurlijk, ik wist van herdenkingen en bevrijdingsdag, ik kende de indrukwekkende beelden, ik had zelfs wat flarden van oorlogsverhalen uit mijn eigen familie gehoord, maar dat ze mij voor iets zouden vragen had ik niet gedacht. Of verwacht.

Het ging toen om een bijeenkomst in de Rode Hoed in Amsterdam, waar jongeren samen zouden komen om te praten over vrijheid en onvrijheid, over discriminatie en racisme, over het verleden maar vooral ook over het nu. De vraag aan mij: zou je een tekst, een gedicht, willen schrijven die raakt aan die thematiek. Ik had in de jaren ervoor televisie gemaakt gericht op de jonge doelgroep - die keken nog tv in die jaren - en het was iemand opgevallen dat ik wel eens wat min of meer rijmende regels gebruikte om dingen uit te drukken die niet zo goed in een grap of een column pasten.

Nog tijdens dat telefoongesprek schreef ik de regels ‘Ik heb de oorlog meegemaakt’ op een papiertje. Waarbij mijn gedachte, toen, was: niet alleen de oudere mensen in Nederland, die over vroeger praten, en over hoe zwaar ze het hadden – met als onderliggende boodschap soms: wees blij met hoe goed jullie het nu hebben, want je hebt werkelijk geen idee hoe zwaar het leven kan zijn -, niet alleen die generatie heeft de oorlog meegemaakt. Ook wij, nu, in 1996, maken de oorlog mee. In voormalig Joegoslavie, in het Midden-Oosten, op plekken waar mensen strijden voor vrijheid en tegen onderdrukking en onrecht. Het gesprek en de vraag aan mij leverden uiteindelijk een gedicht of liedtekst op, die ik later in mijn bijdrage met u zal delen.

Omdat het verzoek dit jaar aan mij, wil je naar een paar serieuze steden en Nijverdal en Emmen afreizen om een vrijheidscollege uit te spreken, raakt aan hetzelfde. We herdenken, terecht, nog steeds oorlog en bezetting en onvrijheid van toen, maar meer dan ooit raakt het aan nu. Aan hier. Aan dit land, aan onze plek in de grote wereld en vooral, denk ik, aan de rol die wij allemaal, stuk voor stuk, als mens, als deel van een gemeenschap en een samenleving en de wereld kunnen spelen.

Niemand van ons kan de wereld veranderen, niemand van ons kan ervoor zorgen dat anderen, laat staan iedereen, volledige vrijheid van meningsuiting en van religie kunnen genieten, niemand van ons kan ervoor zorgen dat anderen, laat staan iedereen, gevrijwaard worden van gebrek en angst.

Maar, en daar wil ik vandaag graag over spreken, ieder van ons kan eraan bijdragen dat al die dingen een beetje dichterbij komen, dat de Four Freedoms van Roosevelt niet alleen 4 stipjes aan de horizon zijn. Dat heeft denk ik te maken met menselijk gedrag, met je onderdeel voelen van een groter geheel, met verantwoordelijkheden voelen en durven nemen, en uiteindelijk ook met hoop.

Dus laat ik daarmee beginnen: Vroeger, tot m’n 18e kwam ik in de kerk. De Martelaren van Gorcum kerk Linnaeushof, Amsterdam-Watergraafsmeer. Dat was niet onder dwang maar toch wel behoorlijk verplicht. Met consequenties als ik niet zou gaan. En omdat je het als opgroeiende jongen gewoon prettig vindt om elke dag een warme maaltijd te nuttigen en niet te vaak in het tuinhuisje te slapen ging ik elke zondagochtend ter kerke. En luisterde naar de preek.

Herstel, luisterde niet naar de preek. Ik luisterde eigenlijk nergens naar, ik geloofde het wel.

Een gevoel is me bijgebleven, van toen, van die kerkdiensten, van het moment dat de priester van dienst aan zijn preek begon. En dat gevoel is hoop. Hoop dat het niet te lang zou gaan duren. Er waren in die tijd niet echt duidelijke afspraken over preken en de lengte dienaangaande, en dus had je als ontvanger, als luisteraar, als jongen van 14 op de achterste kerkbank, eigenlijk maar een gevoel. Hoop. En dat is het gevoel waar ik het vanavond over wil hebben. Omdat het zo’n mooi gevoel is, omdat het me zo vaak overeind houdt, blij maakt ook.

 

Toen ik 15 was kocht ik een lp die Darkness on the edge of town heet, en hoorde ik dit:

 

The dogs on main street howl,
'cause they understand,
If I could take one moment into my hands
Mister, I ain't a boy, no, I'm a man,
And I believe in a promised land.

 

Dat raakte me. De zanger zong:

 

On a rattlesnake speedway in the Utah desert
I pick up my money and head back into town
Driving cross the Waynesboro county line
I got the radio on and I'm just killing time

 

Ik wist niet wat een rattlesnake speedway was; ik wist eerlijk gezegd nauwelijks waar Utah lag; ik had geen idee van een leven van hard werken en dan ‘s avonds maar rijden en rijden zonder ooit op de plek te komen waar je wilde zijn. Maar iets in de klank van de stem van de zanger begreep ik, en raakte me. Zorgde ervoor dat ik bleef luisteren totdat  ik begreep waar hij over zong. Tot ik het ging voelen:

 

I've done my best to live the right way
I get up every morning and go to work each day
But your eyes go blind and your blood runs cold
Sometimes I feel so weak I just want to explode
Explode and tear this town apart
Take a knife and cut this pain from my heart
Find somebody itching for something to start

 

Vooral die laatste zin is zo mooi: Find somebody itching for something to start  

Ik had op mijn 15e pas een heel vaag idee dat het mogelijk was dat je iemand - een vrouw, een meisje – ging tegenkomen die jou begreep, die jij begreep, en dat alleen daardoor al dingen op z’n plek zouden vallen. Of haar plek natuurlijk.

Wat voelde ik was hoop.

Hoop is niet weten dat het allemaal goed komt,

het is niet eens weten dat het minimaal beter wordt dan het nu is, nee,

hoop is erop vertrouwen dat het beter wordt, erop vertrouwen dat het allemaal goed zou kunnen komen.

 

U begrijpt, want u bent een intelligente zaal - u zou de elite kunnen zijn, u vraagt zich net als ik ook wel eens af of wij echt op 15 maart het populisme hebben verslagen, of Feyenoord in de komende 18 jaar nog een keer kampioen gaat weten te worden, waarom een hologram van Andre Hazes meer publiek trekt dan hij ooit deed, of we inderdaad allemaal anti-Turkse fascisten zijn en of Justin Bieber n groot zanger is of  n omhooggevallen onderbroekenmodel- , afijn, u begrijpt dat hoop een mooi gevoel is, maar lang niet altijd uitkomt.

Het wordt niet altijd beter, voor sommigen van u.

Het komt uiteindelijk niet allemaal goed, voor zo ongeveer ieder van ons.

En toch, het gevoel dat dat zou kunnen, zou kunnen gebeuren, dat is zo’n goed gevoel.

Ik hou van het beeld van the promised land, het beloofde land. Het idee dat je een tijdje onderweg moet zijn, zult zijn, om er uiteindelijk te komen. Waarbij ik toegeef dat de veertig jaar die daar in de bijbel voor uitgetrokken zijn wat aan de lange kant lijken. Natuurlijk, de Sinai is best een grote woestijn en we spreken van een tijd lang voor tomtoms en gps-en, maar dan nog…..40 jaar! Later leerde ik dat die veertig jaar, zoals eigenlijk alles in de bijbel, symboliek is. Het waren geen feitelijke 40 jaar, en ik kan dus alle mogelijke tussenzinnen over vrouwen die klaarblijkelijk de leiding hadden over de route van de expeditie achterwege laten. De symboliek is: je bent lang onderweg, je hoopt aan te komen, je vertrouwt erop aan te komen, uiteindelijk kom je aan. En inderdaad, dat raakt voor mij zeer aan grote vrijheden, aan vrijheden die je iedereen zou gunnen, maar waar steeds weer voor gestreden moet worden. Dat je mag zeggen wat je denkt en voelt zonder daardoor gevaar te lopen. Waarbij ik altijd vermeld dat ik voor vrijheid van meningsuiting ben, maar dat alles mogen (willen, kunnen) zeggen volgens mij ook een verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Dat je wellicht wat langer nadenkt over wat je zegt, en dat je een reden hebt als je harde woorden gebruikt of beledigt of satire bedrijft.

Meer vrijheden: dat je mag geloven wat je wilt, religieus of anderszins. Dat je niet in angst hoeft te leven. Dat je niet zult sterven van honger, dorst, kou of andere ellende. Dat je mag leven, en zijn wie je wilt zijn.

 

We treffen elkaar aan het begin van de lente. ‘Een nieuwe lente, een nieuw begin’, zoals het wc tegeltje ons vaak vertelt. Behalve als U ‘Van het concert des levens krijgt niemand een program’ heeft opgehangen. Of ‘Dit is geen wc!’, maar die heb ik zelf bedacht, vrij naar Magritte. En op de buitenkant van mn toiletdeur gespijkerd. Om in elk geval op een plek soms nog even iets van rust te hebben.

 

Het was natuurlijk mooi en wellicht symbolisch dat we ons in maart in deze gave democratie mochten uitspreken over wat we met dit land willen, en welke partij of persoon dat voor ons zou moeten gaan bewerkstelligen. En het is nogal frustrerend om te zien dat drie van de meest succesvolle partijen in meer of mindere mate hun blik naar achteren hebben gericht, naar normen en waarden, naar Doe punt Normaal punt, naar Nederland weer van ons, naar verlangen naar een tijd (een land) die nooit heeft bestaan, die ook niet gaat bestaan.

Kinderen verplichten het Wilhelmus te zingen gaat ons echt niet verder brengen, en als je ze al wil laten zingen zou ik eerder gaan voor deze hoopgevende regels van Stephen Foster uit 1854, in 1905 voor het eerst vastgelegd: ~Let us pause in life's pleasures and count its many tears /  while we all sup sorrow with the poor / there's a song that will linger forever in our ears / oh, hard times come again no more // While we seek mirth and beauty and music light and gay / There are frail forms fainting at the door / Though their voices are silent, their pleading looks will say / Oh, hard times come again no more.

 

Waarom? Je leert ze een lied vele malen mooier en raker dan ons volkslied, en het gaat meteen over ongelijkheid die bestaat, maar die je niet hoeft te aanvaarden.

 

De afgelopen maanden waren we allemaal politiek geinteresseerd, volgden we debatten en lazen we artikelen, verslonden we columns en pakten beleefd als we zijn geregeld een flyer of een toen-nog-niet-geknakte rode roos aan. Het zegt volgens mij wel iets over ons en de ingewikkelde tijden waarin we leven dat zeker … van ons hier aanwezig, en wellicht zelfs meer, tot op het laatste moment twijfelden. Zweefden. Ik geloof dat dat niet komt omdat we zelf niet ongeveer weten waar we heen willen, met dit land, deze samenleving, de wereld, maar omdat heel vaak een visie daarop ontbrak, bij de heren politici. En het zou zelfs zo kunnen zijn, dat ergens uitkomen, uitkomen op de plek waar je wilt uitkomen – ja, U mag het the promised land noemen, als u van een beetje symboliek op de vrijdagmiddag  houdt – vrij weinig met politiek van doen heeft, en vrij veel met je eigen gedrag, je eigen manier van in de wereld staan, je eigen invloed en hoe je die aanwendt. Ja, we glijden nu heel zachtjes van de keiharde realiteit naar wat allerlei mensen met een luide stem of twitter-rsi graag naiviteit noemen, of deugen, of politiek correct, of links zelfs, maar het mooie is, U hoeft niet te luisteren naar die luide stemmen, U hoeft die tweets niet tot U te nemen.

 

Een regel of 15 geleden had ik het over ‘de heren politici’ en u weet dat ik als comedian geregeld gedwongen wordt de vrouw in het algemeen en het bijzonder satirisch te benaderen, maar nu even niet. Het is niet alleen een schande maar ook doodzonde dat uiteindelijk toch weer 13 mannen en slechts een vrouw zich meldden, de dag na de verkiezingen. Dat het aantal vrouwen in de Kamer weer veel te laag gaat blijven. Waarom? Omdat mannen uiteindelijk toch weer gaan kijken wie de grootste heeft, de leiding gaan nemen, verantwoordelijkheid gaan dragen en de baas gaan proberen te zijn, terwijl vrouwen meer van het gevoel zijn, de empathie, samen die fukkin woestijn door zien te komen want in dat beloofde land verderop is schaduw, vers water en genoeg zonnepanelen om 17 miljoen mensen van een warme douche te voorzien.

Ja, de man met het voortouw, de verkenner, de formateur, het is een vrouw. Ik weet het. Ze heet Edith. En ze weet vooralsnog de weg, inderdaad. Zou het kunnen, beminde gelovigen en ongelovigen, dat het hele idee van vrouwen en richtingsgevoel alleen maar een soort symboliek is…? Net zoals die 40 jaar die ze er in de bijbel over deden om door de woestijn te geraken? Dat de man, als overheerser, niets liever wil dan de vrouw - uit zijn overtollige rib in elkaar gekleid ook nog - neerzetten en zien als ietwat hulpbehoevend schepsel; en dat de vrouw, die natuurlijk op bijna elk gebied veel en veel verder geevolueerd is, het wel best vindt zo, en dus met een veelbetekenende glimlach zegt: ’ja graag, schatje, kijk jij even op die grote kaart, dat is echt veeeel te ingewikkeld voor mij….kan ik me ondertussen met echt belangrijke zaken bezighouden, zoals emoties, echte communicatie, empathisch vermogen en welke tas het beste past bij deze pumps!’

Weet u wat ik wel echt mooi vindt van de PvdA: dat ze zoveel zetels niet meer innemen zodat allerlei partijen ervan profiteren….dat is ook solidariteit!  Vraag is alleen of er voor die 29 afvallers uit de fractie allemaal n plattelandsgemeente te vinden is om burgemeester te worden. Of n commissie om voor te zitten. Want je moet na zo’n carriere in de political limelight niet teveel thuis gaan zitten. Daar komen ongelukken van. Dat heet het Camiel Eurlings principe.

 

Het beloofde land waar Bruce Springsteen over zingt, waar hij vaker over zingt, is eigenlijk dit: dat het in orde komt, in je leven; dat je werk zult hebben waar je iets van jezelf in kwijt kunt, werk dat niet zal verdwijnen omdat die bonussen ergens van betaald moeten worden; dat de liefde die je voelt overeind zal blijven; dat hij of zij van jou zal blijven houden, dat hij zich niet teveel zal laten leiden door de behoefte aan andere borsten of blondschuimend bier, dat zij wel leuke mannen tegen zal komen maar dat ze zal negeren omdat ze jou al heeft, omdat die mannen gay zijn of onbetrouwbaar of zelfs een combinatie van de drie voorgaande redenen; dat je het zult redden, dit leven. Want dat is vaak al moeilijk genoeg - dit leven een beetje redden - daar heb je vaak al een aardige dosis hoop voor nodig.

 

Ik geloof heel erg dat wij allemaal onderdeel zijn van een groter geheel, en dan heb ik het niet over een geloof of een genootschap, of een partij of beweging, maar van een samenleving, van een wereld. Dat klinkt wellicht logisch, maar ik denk dat het echt belangrijk is om je dat geregeld te realiseren, en dan ook mee te nemen dat het niet alleen fijn en lekker en veilig en vertrouwd voelt, om daar onderdeel van uit te maken, maar dat het ook iets van verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Dat het goed is om je te realiseren dat je niet alleen voor jezelf hier bent, of voor jezelf en een paar mensen om je heen – in mijn geval de mensen die op mijn kosten in hetzelfde huis wonen, en mijn manager die vanavond naar ik aanneem lekker haar geld zit te tellen terwijl ik hier voor een boekenbon en een alcoholvrij biertje mijn ziel en zaligheid met u sta te delen – nee, dat we als mens, allemaal, stuk voor stuk, een band hebben met andere mensen. Mensen hier vlakbij, letterlijk en figuurlijk, maar ook mensen op andere plekken op deze aarde, mensen met een andere kleur en andere normen en waarden en geen volkslied om te zingen omdat ze door conflicten, corruptie en noodlot niet eens meer weten in welk land ze feitelijk wonen.

Als ik het zo in een paar zinnen achter elkaar zet kan het best zwaar klinken, of kan de verantwoordelijkheid groot lijken, maar ik denk dat dat meevalt. Ik geloof oprecht dat wij grotendeels kunnen blijven leven zoals we doen, en wellicht heeft u ook vandaag weer gemerkt dat dat in grote overvloed is, want ook als u niet bent wezen shoppen, ook als u zichzelf geen dagje wellness gunde, ook als u toevallig niet vandaag de zomervakantie heeft geboekt, ook dan had u alles wat u nodig had en veel veel meer. Niemand van ons heeft met zijn moeder over zijn schouder dik twintig kilometer gelopen naar een plek waar wellicht medische hulp voor haar was, niemand van ons heeft vandaag honger en dorst geleden, niemand van ons heeft zijn zoon of dochter in zijn armen zien sterven.

Dit is geen oproep voor een gironummer, dit is een oproep voor een manier van leven, en dus ook van politiek bedrijven. Want er is genoeg gezweefd, er is genoeg beweerd en meer dan genoeg gedebatteerd.

Het is mogelijk dat wij alles waar we in dit land goed in zijn - hard werken en de hele wereld over gaan en technische oplossingen bedenken en water controleren en akkerbouw en veeteelt bedrijven en, jazeker, geld verdienen - al die dingen kunnen wij, en al die dingen zouden wij kunnen inzetten voor een wereld waar heel veel minder mensen kansloos, rechteloos en reddeloos zijn. Waar veel minder mensen nog maar een oplossing zien en dat is vluchten naar een plek waar ze hopen het beter te krijgen.

Het businessmodel van de mensensmokkelaars, zoals minister Hennis dat naar mij toe eens omschreef, dat businessmodel doorbreek je niet door repressie, dat doorbreek je niet door hogere muren en hekken langs je grens, dat doorbreek je niet door het Australische model, zoals door de Baudets en Rozen geregeld genoemd wordt, dat doorbreek je zeker niet door ‘de bootjes met vluchtelingen per kerende post terug te sturen of te slepen’, zoals in VVD-kringen gezegd wordt, nee, dat doorbreek je door op plekken waar mensen de keuze hebben tussen doodgaan en vluchten te zorgen dat ze nog een keus krijgen: leven, overleven, iets opbouwen. En inderdaad, daar ben ik weer in die glijvlucht tussen realiteit en naiviteit.

Of nee, hoop, dat is een veel betere term.

 

Dat hele bijbelverhaal van die tocht door de woestijn en uiteindelijk uitkomen op een plek waar het beter is, gaat denk ik niet over een groep vluchtelingen, maar is symboliek voor ergens voor strijden, ergens voor gaan, ergens in durven geloven en zoveel mogelijk mensen daar bij betrekken.

Nogal wat mensen weigeren in te zien dat bijbelteksten, en Koran-soera’s, net als lyrics van Springsteen en uitspraken van populistische politici, niet tot op de letter serieus genomen dienen te worden. Het gaat om symboliek, het gaat om beelden waarin je iets van jezelf zou kunnen herkennen, het gaat bij populisten om angst aanjagen omdat angstige mensen niet al te lang nadenken over hun beslissingen laat staan over hun democratisch stemgedrag.

De symboliek van de bijbel, van de lange tocht naar het beloofde land, betekent niet ik herhaal niet, beminde ongelovigen, dat Israel het beloofde land is. Betekent dus ook niet dat iemand recht heeft op dat land. Het lijkt me ook wat: dat je, laat ons zeggen, heel lang onderweg bent, uiteindelijk die langbeloofde plek vindt, en dat het dan een warme zanderige bedoening blijkt, omgeven door boze Arabische types die hun heilige boek ook alweer veel te letterlijk nemen en behoorlijk handig zijn met kunstmest, chemicalien en ontstekers; een land dat dan ook nog eens bewoond blijkt te worden door een groot aantal lotgenoten – ook zoekers die een lange lange tocht achter de rug hebben, stijf staand van het sjaggerijn door overmatig transpireren en zand in hun Birkenstocks– lotgenoten waarbij vergeleken Ronny Naftaniel een toonbeeld van redelijkheid en objectiviteit is en Leon de Winter een intelligent redenerende man.

Ik begrijp dat een vrijheidscollege niet de plek is voor een stukje merchandise, maar wat dacht u van t-shirts met If this is the promised land, Lord I want my money back…

 

Ik vind, dat begrijpt u, hoop het mooiste gevoel. Omdat je altijd hoop kunt hebben, mag hebben; omdat hoop je zelfs in de diepste put, in het zwartste duister, ietsje blijer kan maken.

En, ook mooi, vind ik: je kunt hopen voor een ander, hopen dat het goedkomt, hopen dat het beter wordt, of hij weer beter wordt. Het helpt niet, maar het is beter dan niks. Beter dan bidden, dus ook. En dat laatste weet ik uit ervaring. Mijn moeder heeft vaak voor mij gebeden. Samengevat: 17x ben ik afgereden, nog steeds heb ik een OV-jaarkaart…!

Ik zag beelden uit de noordoost-hoek van Ethiopie, het gebied waar het nu groen en vruchtbaar zou moeten zijn, maar na drie jaar van grotendeels uitblijvende regen, niet is. Een paar 100 vluchtelingen, ondertussen veel meer, waren daar neergestreken. Vermoedelijk uit Somalie of Somalieland. In de hoop dat hun laatste scharminkelige koeien hier zouden overleven. En hun gezin, hun familie. Hutjes opgetrokken tussen de kale dorre bomen, heet en droog en stoffig. Een groepje vrouwen was aan het koken, verslaggever Bram Vermeulen vertelde dat dat eten afkomstig was van een dorp verderop. Waar ze, dat leek me wel duidelijk, ook niet zoveel hebben. Maar zo is de mens, zo kan de mens zijn: jij hebt het moeilijk, ik help je. En daarna gaan we samen verder.

Het gaat niet om medelijden en hulpbehoevendheid - zoals ook alles waar ontwikkelingssamenwerking voor staat niet gaat over medelijden en hulpbehoevendheid, maar over de kracht van mensen benutten, empowerment, samenwerking, het eigen lot in handen nemen - het gaat volgens mij om de basis van mens-zijn: er zijn voor een ander, op wat voor manier dan ook. Want deel uitmaken van een gemeenschap, een samenleving, de wereld, betekent zowel dat je verantwoordelijkheid neemt en begrijpt dat je hoort bij een groter geheel, maar ook dat de anderen er voor jou zijn, dat je weinig kan gebeuren want ze staan om je heen.

Ik heb, via de sociale en soms asociale media, geregeld een soort van contact met mensen die van alles vinden en vaak ook van alles van mij vinden. Als u daar verre van blijft, of liever een goed boek leest, omdat u uw geestelijke gezondheid graag een beetje op peil houdt: ik ben volgens een groep twittertypes en reaguurders in elk en ieder geval lelijk, links en niet-grappig, maar daarnaast wordt ook veel waar ik aandacht voor vraag of naar verwijs, of zelfs maar vragen over stel, het liefst zwart gemaakt, dan afgebrand, dan aangestampt en als het dan nog nodig mocht zijn stevig ondergepist. Jazeker, er zijn mensen die dat binnen 140 tekens kunnen. De beledigingen aan mijn adres vind ik eigenlijk oninteressant, of zoals ik wel eens gereageerd heb: ‘lelijk, links en niet-grappig…..volgens mij ben ik best grappig!’

 

De rest van de reacties doet me meer, omdat er zoveel woede en verontwaardiging inzit, en vaak geen enkele poging om te begrijpen waar ik aan raak, of waar ik het graag over wil hebben. Niet met pasklare antwoorden, niet met meningen of moralisme, maar open en op zoek naar raakpunten en nieuwe ideeen.

In maart merkte ik dat zelfs het mild onder de aandacht brengen van giro 555, met de toevoeging ‘geef als je kunt, wat je kunt’, voor sommige mensen reden is tot een angry rant over dictators die wel wapens kopen maar niks doen voor hun volk, hoe slecht we het zelf in dit land hebben, bestuurders van hulp-organisaties die maar graaien en het volledig en rampzalig mislukken van alles wat naar ontwikkelingssamenwerking of hulp neigt. En dan gaat het dus over de mensen die ik beschreef in noordoost-Ethiopie, maal honderduizend. Dan gaat het dus over mensen die net als wij deel uitmaken van een wereld, een aarde, een mensheid. Dan gaat het dus, als je iets inzoomt, over mensen die natuurlijk slachtoffer zijn van conflicten en corruptie, maar ook van klimaatverandering en economische achtergesteldheid en oneerlijke handelsverdragen en massale belastingontwijking door multininationals en Nederlandse bedrijven, door massale belastingontwijking die mede door Nederland mogelijk wordt gemaakt en wordt ondersteund: denk glimmende gevels aan de Zuidas, denk brievenbussen aan de Herengracht, denk Jeroen Dijsselbloem.

Waarom ik even inzoom, waarom ik die zaken noem: omdat dat dingen zijn waar wij wel wat aan kunnen doen, waar wij wel invloed op kunnen hebben.

En dat is denk ik ook de reden dat ik even sprak over al die woede en verontwaardiging die gespuid wordt: het is zoveel lekkerder, geloof ik oprecht, om in de wereld te staan als iemand die verantwoordelijkheden heeft en neemt, die een klein beetje invloed heeft, die keuzes maakt en een bepaalde richting op wil, zoveel lekkerder om zo te denken en te leven, dan elke ochtend weer verontwaardigd wakker te worden, verongelijkt je joggingbroek aan te sjorren en daarna woedend achter je kleverige laptop te gaan zitten. Het is zoveel lekkerder iets te doen, of op zijn minst iets te proberen, dan alles te wijten aan anderen – de politiek, de vluchtelingen, Brussel, de NPO, die lelijke linkse grappenmaker – zonder ooit enige blik op jezelf te richten.

Hoop heeft ook te maken met je eigen invloed, je eigen manier van leven, je eigen inzet om een beetje dichter te komen bij de situatie die je zo graag zou willen, voor jezelf, de mensen om je heen, de wereld.

 

Waar ik voor pleit  is om van al onze zachte stemmen een luide stem te maken, zoals een koor van zachte zangstemmen tot een overweldigende gospel kan komen. HARD TIMES COME AGAIN NO MORE, weet u nog wel…

Die iedereen in de kerk, in de zaal, in deze bibliotheek, op dit festival, tot tranen toe roert, omdat het opeens gaat over echte liefde, of tegenslag overwinnen, of er zijn voor elkaar in times of need, of een God die zou kunnen bestaan zelfs.

Er is een grote politieke beweging in dit land die de vrijheid heeft gekaapt, terwijl volgens mij grenzen sluiten en godshuizen dichttimmeren en groepen buitensluiten en je angstig terugtrekken achter je grauwe vitrages en de wereld aan haar lot overlaten niks niks niks met vrijheid van doen heeft. Ik pleit ervoor om de vrijheid, de grote woorden en zelfs het populisme terug te kapen. Om er openheid, saamhorigheid en compassie aan toe te voegen.

Al die zaken zijn net zo goed van ons, en ik weet zeker dat wij er beter mee omgaan, er meer mee kunnen. We zijn niet allemaal gelijk en zeker niet hetzelfde, maar als we die verschillen aanvaarden kunnen we uitkomen op een plek die beter is, beter voor ons in al onze overvloed, beter voor heel veel anderen op de wereld voor wie het elke dag gaat gaat over leven en overleven. 

Ik heb het over een strijd, niet met wapens, maar met woorden en argumenten, met luisteren en praten, met respect en passie.

 

Ik raak nog even aan mijn Ierse roots, met uw welnemen. Omdat de Ierse premier Enda Kenny op St Patricks’ Day, in bijzijn van hoofd-populist Donald Trump, precies dat deed. Spreken met respect, en argumenten, en passie. Hij vertelde dat St Patrick niet alleen de patron saint van alle Ieren is, maar ook van de vluchtelingen, de asielzoekers, de mensen op drift. Overal ter wereld. Dat ooit de Ieren, gedreven door honger en wanhoop, Amerika zagen en vonden als veilige plek, als plek waar ze werden opgevangen en konden overleven, en dat Amerika daar uiteindelijk ook zoveel voor terugkreeg, in economische zin, in culturele zin, in menselijke zin.

Een quote uit zijn speech: We lived the words of JFK long before he uttered them – we asked not what America could do for us but what we could do for America. And we still do.

Ieren zochten naar the promised land, en vonden het. En iedereen werd er beter van. Als je zo naar de wereld kunt kijken, durft te kijken, geef je wat je kunt, krijg je wat je nodig hebt, wordt je opgevangen en gevoed als je het zelf even niet voor elkaar krijgt, en worden we er uiteindelijk allemaal beter van.

Ja, in die laatste zin zit alle hoop die ik heb samengebald. En ja meneer Buma, daarin zitten volgens mij ook alle normen en waarden in die je maar nodig hebt.

 

Ik ben geen prediker, maar als ik 40 minuten onafgebroken mag praten laat ik die kans natuurlijk niet aan me voorbijgaan. Ik ben niet naief, meer helemaal realistisch ben ik ook niet. Ik ben geen pessimist, ik geloof niet in wc tegeltjes, ik heb geen religie of spiritueel leider nodig, ik geloof niet in een God, ik heb m’n handen vol aan mezelf.

Hoop, daar gaat het mij om. Hoop dat het beter wordt, beter kan worden, en vooral de hoop dat ik, dat jullie, dat wij allemaal, de kracht hebben om de mogelijkheden die we hebben te benutten. Om iets te veranderen, iets te beinvloeden, andere keuzes te maken. Iets te doen voor anderen, en als bonus ons beter voelen over onszelf.

Ik ben naief, soms, ik ben een romanticus, oke, maar dat kan mooie beelden, mooie momenten, mooie ontmoetingen opleveren. Zoals hier vanavond, zoals op zoveel andere plekken waar ik kom en mag spreken of optreden, zoals op een wit vel papier waar na een paar uur (of een paar weken soms) een tekst staat die weet vast te leggen wat ik zie, wat ik voel, waar ik naar verlang.

 

De oorlog meegemaakt

Ik ben Jaap, ik ben je buurman

72 jaar oud

Ik was 14 toen de mof kwam

Het was lente, het werd koud

5 jaar hebben wij geleden

Je land bezet, je hart gekraakt

Dus praat jij mij niet over vrede

Ik heb de oorlog meegemaakt

 

Noem mij maar Zofie als je wilt

Ik ben 15, klein en blond

Ik woon nog steeds in Sarajevo

In een kelder, op de grond

Toen ik 10 was klonken schoten

Ik had geluk werd niet geraakt

Pas nu weet ik hoe vrede klinkt

Ik heb de oorlog meegemaakt

 

Ik ben een Ier dus zeg maar Paddy

Hoewel ik Sean heet in het echt

Als je in Belfast bent geboren

Is het leven een gevecht

Brits out! Up the IRA!

Het zijn maar kreten die je slaakt

Maar als je aan de Shankill Road woont

Heb je de oorlog meegemaakt

 

Ik ben Dolf, 32

Trendy bril en piekig haar

Ik heb tv, ik lees de kranten

Ik zie geweld gevecht gevaar

Ik kijk het nieuws dan ga ik slapen

Je vergeet totdat je weer ontwaakt

En heel soms droom ik zelfs van vrede

Ik heb de oorlog meegemaakt

 

Nu ik deze tekst, 21 jaar na dato, in het voorjaar van 2017 weer lees en voorlees, realiseer ik me dat er eigenlijk een couplet over mijn vader bij had gekund. Omdat mijn vader eind april van dit jaar overleed. Omdat hij 12 was toen de Tweede Wereldoorlog in ons land ten einde kwam, maar hij in de jaren erna, en eigenlijk in zijn hele leven, met gevolgen van die jaren te maken had. En omdat ik er wel iets van wist, en zeker het een en ander van merkte in mijn jonge jaren en nog steeds, maar ik het er eigenlijk nooit met hem over heb kunnen hebben. Dat had ik graag in 8 regels alsnog gedaan….ik heb de oorlog meegemaakt.

We herdenken de oorlog, we vieren de vrijheid, we strijden waar nodig voor de Four Freedoms, we hopen op betere tijden en veel meer, en alles waar we wel over kunnen praten, met onze ouders, met onze kinderen, met alle anderen die samen met ons deel uitmaken van wat niet voor niets samen-leving heet, alles waar we over kunnen en durven praten geeft ons nieuwe ideeen en inzichten, geeft ons rust en ruimte.

 

33 Jaar geleden zat ik in de achterste kerkbank van de Martelaren van Gorcumkerk en hoopte ik dat de preek niet te lang zou duren. Ik las een boek of staarde in de verte. Want in de kerkbank krassen, wat anderen wel eens deden, dat durfde ik niet.

Maar als ik dat gedurfd zou hebben stond er nu:

If I could take one moment into my hands
Mister, I ain't a boy, no, I'm a man,
And I believe in a promised land

 

Dankuwel

 

Terugkijken? Klik hier

 

 

17 maart: Dolf bij Pauw & Jinek De Verkiezingen

In deze laatste uitzending reageert Sharon Dijksma op het opstappen van partijvoorzitter Hans Spekman en de historische verkiezingsnederlaag van haar PvdA, NOS-presentatrice Dionne Stax is sportief en reageert op de niet helemaal vlekkeloos verlopen verkiezingsavond bij de NOS, onze politieke verslaggevers blikken terug op de verkiezingsperiode en Martijn Koning en Dolf Jansen sluiten af met een vrolijke noot.

Kijk hier terug

14 maart: Dolf bij Pauw & Jinek: De Verkiezingen

De dag voor de verkiezingen blazen we de verkiezingscampagne uit bij Pauw & Jinek met een extra lange (en bijzondere) uitzending. Lijsttrekkers Mark Rutte, Sybrand Buma, Jesse Klaver, Alexander Pechtold, Emile Roemer en Lodewijk Asscher voerden het NOS-slotdebat in Den Haag en schuiven meteen na afloop aan bij ons aan tafel. Daarnaast schuiven ook de lijsttrekkers van de wat kleinere partijen aan: Jan Roos, Sylvana Simons, Marianne Thieme, Gert Jan Segers en Kees van der Staaij. Met onze duiders Xander van der Wulp, Joost Vullings en Jort Kelder bespreken we de hoogte- en dieptepunten van de verkiezingscampagne. Dolf Jansen en Johan Fretz verzorgen de vrolijke uitsmijters.

Kijk hier terug