Dolf Jansen

Columns

Loom

Verschenen in Vroege Vogels op

Eigenlijk zijn rages nooit mijn ding geweest. Knikkeren gebeurde veelvuldig om me heen, in m’n jonge jaren – ja, dat is meer dan 40 jaar geleden, ik begrijp niet waarom we daar opeens de nadruk op moeten leggen – maar ik was niet echt ’n knikkeraar. Ik deed weleens mee, met m’n zakje bonken en simpele uppies, maar op het moment dat ik me vooroverboog om de beslissende score te rollen, gleed m’n brilletje van m’n bezwete neus, struikelde ik over m’n zak, m’n knikkerzak wel te verstaan, en in de aanpalende chaos wisten een paar onverlaten zich met mijn volledige bezit aan glazen balletjes uit de voeten te maken. Waarna ik maar weer naar huis ging om ’n boek te lezen. 

Ook flippo’s, go-go’s, scoobiedoo-touwtjes, wuppies, pokemonkaarten en het volledig afscheren van je schaamhaar zijn aan mij voorbij gegaan.

Maar toen kwam de loom. Of het lomen. Elastiekjes in alle kleuren van de regenboog, te knopen tot armbandjes, sieraden anderszins en hulpstukken in het spel der SM, maar dat heb ik natuurlijk verzonnen. Althans, nog niet geprobeerd.

Ik vond knopen vroeger, op de basisschool, bij handwerken meen ik me te herinneren, vre-se-lijk. Het was met touw, raffia heette dat, en dat was duur, werd ons elke keer weer verteld, heel duur, en daarmee moest je dan net zo lang knopen totdat het enigszins leek op een ophangding voor een plantenpotje, een wijnfleshouder of een hulpstuk in het spel der SM, maar dat verzin ik want in de jaren 70 op een Rooms Katholieke school werd niet aan seks gedaan, althans, dat dachten wij. Voor meer informatie verwijs ik u naar de helaas niet volledige rapporten van de commissie Deetman.

Als wraak of eigenlijk therapie om die zware jeugdjaren te verwerken, ben ik de afgelopen maanden aan het loomen geslagen. Mijn dunne lange vingers die helaas verkrampen als er pianotoetsen in de buurt zijn, blijken te kunnen loomen als een....als....als een meisje van 10. Cheong-Choon Ng, de uitvinder en grootverkoper van de elastiekjes kan trots op me zijn.

Maar u niet, lieve vroege luisteraar. Want er zitten duistere kanten aan de rode, gele, groene en paarste elastiekjes. Als ze van rubber zijn is het een aanslag op het milieu – teveel plantages, lucht- en watervervuiling – als ze van silicone zijn, komen al die miljoenen elastiekjes uiteindelijk op de afvalberg terecht.

Maar erger nog is dit: allerlei beestjes en beesten kunnen in de problemen raken door de loom-pjes. Als ze ze opvreten – ik geeft toe, niet verstandig, maar niet alle kleine huisdieren lijken op hun baasje, zeker ook kwa intelligentie, en die zin mag u best nog een keer horen, niet alle kleine  huisdieren lijken  op hun baasje, zeker ook kwa intelligentie, waarbij de baasjes van alles eten dat ze beter zouden kunnen laten staan, en katten, honden en vogels zelfs dus geregeld loom-elastiekjes. En dan zijn er ook nog eenden die ze om de snavel weten te krijgen of zelfs om hun nek.

Ik wacht vol spanning op de eerste foto van een krokodil in de Everglades die het aflegt tegen een loom-project van een meisje uit Miami, Florida.

Wat wij ook doen, eten, autorijden, reizen, consumeren anderszins, we maken op, we maken kapot. Dat beperken en toch een leuk leven hebben, lijkt me de uitdaging.

En loomen, sorry loomen heeft in dat wereldbeeld gewoon geen plek. Dus als u ze straks op het muurtje ziet zitten, zo’n clubje loommeisjes, of morgen op het schoolplein: neem uw verantwoordelijkheid, grijp in, pak alle elastiekjes af en laat u niet vermurwen door gekrijs en scherpe nagels in uw rug. U doet het voor het milieu, u doet het voor uw kleine huisdieren, de eenden en wellicht de krokodil. Namens hen allen hartelijk dank. En fijne  zondag...