Dolf Jansen

Columns

Schoon

Verschenen in Volkskrant Banen op

Lang geleden, ik spreek nu van de jaren zeventig van de vorige eeuw, huurden wij wel eens een huisje. Op Texel, net buiten Vrouwenpolder (Zeeland? Nog net Zuid-Holland?), of ergens in de Achterhoek. Na twee of drie weken vakantie moest zo’n huisje dan schoongemaakt. Vonden mijn ouders. En wij, vier zoons in getal, deden dat. Met opgewekte tegenzin. Omdat we natuurlijk niet zo van het schoonmaken waren, en omdat er direct na ons vertrek – en al die andere gezinnen in al die naburige huisjes – een ploeg zo te zien dorpsdames met schrobbers en bezems en emmers en doekjes om hun hoofd het vakantiepark binnenstoomde om al die huizen gereed te maken voor de volgende kudde gezinnen. Wij hadden, al die zomers weer, het idee dat onze ouders om de een of andere reden een goede indruk wilde achterlaten. Op de dames die direct na ons vertrek die vakantiebungalow binnen zouden komen. Waarbij in mijn hoofd de vraag naar het waarom daarvan opkwam. Naar het WAAROM?! zelfs. Ik bedoel, en bedoelde ook toen al (13 jaar jong, maar wat een kritische blik al op mijn omgeving!), wat zou het die dames kunnen schelen hoe wij, gezin uit Amsterdam, dat huisje achterlieten. Zij moesten het toch schoonmaken. Waarbij ik me wel realiseerde dat gescheurd beddengoed en varkensbloed tegen alle ooit-witte muren een ander verhaal was. Maar dat is echt maar een keer gebeurd! Schoonmaken was hun werk, daar kregen de dames naar ik aannam rijkelijk voor betaald. Nogmaals, ik was 13, en had nog niet echt een idee hoe de wereld van werkgevers en –nemers in elkaar zat...

Nou heb ik net een weekje doorgebracht in een huisje. Oke, een huis. Mijn (ons!) huis ergens in Ierland. Vijf dagen. Dat is, in mijn optiek, nauwelijks voldoende tijd om een huis een beetje vies te maken. En toch hebben we, met zijn vieren, zojuist een paar uur besteed aan het schoonmaken van dat huis. Omdat over een paar weken wat vrienden er gebruik van gaan maken. Wil mijn vriendin op hen indruk maken zoals mijn ouders ooit op die poetsdames? Is het van belang onze kinderen het belang van ‘schoon’ duidelijk te maken? Doet ze het om mij te fokken? Is het haar twice yearly test van onze relatie? Of ben ik echt de enige die zich realiseert dat juist in een echt schoongemaakte ruimte elk piezeltje vuil opvalt? En dat dus ‘een beetje schoon’ uiteindelijk veel en veel beter is dan ‘heel erg schoon’.