Dolf Jansen

Columns

Kleine zelfstandige

Verschenen in Volkskrant Banen op

Ik herken het plein, en toch ook weer niet. Het ziet er anders uit dan toen ik het eerder – een jaar of drie geleden? – zag. En ik was ook iets heel anders aan het doen, toen. Rechts zie ik iets dat het gemeentehuis zou kunnen zijn, verder overal om me heen het begin van winkelstraten en eet- en drinkgelegenheden. Vijftig meter verder weet ik het: hier was de finish van een halve marathon die ik liep, hier in Zwolle dus. Dan was het meer dan vier jaar geleden, want het was mijn laatste wedstrijd voordat ik ‘veteraan’ werd. Veertig-plus, master, oude man-die zo hard mogelijk doorloopt. Hier hing het finishdoek, daar stonden de enthousiaste Zwollenaren drie rijen dik achter dranghekken. En daar rechts was een podium gebouwd, maar daarop dan weer zo’n schavotje met 1, 2 en 3, en de laatste driehonderd meter van de race kwamen daar van links. Waar het nu een soort doorlopende bouwput is. Zwolle bouwt, of die NoordZuid-lijn waar de Amsterdammers zich zo op verheugen heeft ergens een heel erg verkeerde afslag genomen. Dat zou goed kunnen, want ik ben ‘m de afgelopen weken ook in Alkmaar en Nieuwegein tegengekomen. Geloof ik.

Ik wandel nog een stuk, kijk wat om me heen, doe inspiratie op voor de voorstelling van vanavond. In de deuropening van een winkel staat een man. Hij kijkt naar me, volgt me met zijn ogen. Ik werp een blik op zijn winkel, zie cd’s en posters van mensen met een zangstem, zie opera aangeprezen en symfonieorkesten die stukken uitvoeren van componisten die al zolang dood zijn dat ze zelfs hun nabestaanden niks gaan ontvangen van Buma noch Stemra. De man handelt in klassieke muziek en alles wat daarbij in de buurt komt. Niet mijn kopje thee, ik heb mijn handen vol aan het enigzins bijhouden van Amerikaanse bands die de jaren zeventig nog maar eens met een bezoek vereren, en Britse bandjes wiens trendy-omloopsnelheid ook steeds maar hoger wordt. Plus ik ben een proleet, natuurlijk.

De man oogt als iemand die heel erg op klanten staat te wachten, die heel erg hoopt op wat omzet.

Gisterenavond moest ik aan die man denken. Nadat ik, op een maandagavond, voor bijna 900 mensen een voorstelling had gespeeld. In Hoorn. En denk nou niet ‘cabaret is altijd uitverkocht’, want daar is echt geen sprake van, kan ik u verzekeren. Het aanbod is namelijk heel heel groot, en er is best vaak voetjebal op tv. Eigenlijk ben ik, als ik tour, ook een winkelier die hoopt dat de mensen binnen zullen komen. Ik hoef er alleen niet voor in de deuropening te gaan staan.