Dolf Jansen

Columns

Ingewerkt

Verschenen in Volkskrant Banen op

Eigenlijk is het heel simpel. Ik meld me op het kantoortje, vertel welke plek op deze camping we gebruiken, betaal een bedrag en krijg een bonnetje, een kaartje en een folder. Moet binnen anderhalve minuut af te ronden zijn, wat ik wel lekker vind want de zon schijnt en hoe minder tijd ik in kantoor(tjes) doorbreng hoe beter het voor alle partijen is. Weet ik uit ervaring. Vandaag echter blijkt anderhalve minuut ongeveer net zo haalbaar als een dag Amerikaanse politiek zonder leugens of spins. Niet zozeer omdat ik twee dames tref die gezamenlijk 138 jaar oud zijn, wel omdat de ene dame de andere aan het inwerken is. Blijkt al snel. Hoe dat ongeveer gaat: ik heb ons site-nummer genoemd, zij heeft het herhaald, nog eens gevraagd, op een papiertje geschreven, dat papiertje kwijtgemaakt, nog eens gevraagd (het is nog steeds 80!), op zo’n post it-ding geschreven en een toets van haar computer aangetikt. Per ongeluk, maar dat maakt voor de computer niet uit. Die zoemt zichzelf tot leven en wacht, met mij, op de dingen die komen gaan. De dame wil mijn naam, die spel ik, evenals mijn adres in Nederland – ik ben nu dolph jensens uit amstermad en heb een postcode met 5 cijfers en 1 letter -, ik blijk geen enkele kortingkaart te hebben maar wel twee kinderen plus nul huisdieren en een vriendin ook, zij tracht die vloed aan persoonlijke informatie op de juiste plekken in en op haar scherm te krijgen. Haar collega komt erbij staan en geeft haar wat tips, waar ze moet klikken, waar ze moet invullen, dat ze nog een keer moet invullen omdat ze te vroeg geklikt heeft en dat ze naar beneden moet scrollen om de categorie te vinden waar mijn gezin en ik onder vallen. Ze scrolt zo enthousiast dat ik in een keer acht plekken tot mijn beschikking heb totaan de feestdagen, dus dat doen we nog een keer. Ondertussen staat de collega wat wc-reiniger te verkopen aan een man die daar duidelijk behoefte aan heeft en gaat de telefoon. Mijn dame onderbreekt haar incheck-arbeid en neemt de telefoon op. Drukt een knopje in, de rinkel rinkelt door, drukt nog een knopje in, meldt zich met vrolijke stem en de naam van deze camping, waarna de telefoon wederom rinkelt. We naderen nu de slapstick. Jammer dat de computer niet ondertussen begint te roken. Iets later vertrouwt ze me toe dat ze nog niet zo lang met computers werkt, behalve dan in haar vorige baan, bij de pharmacy.  Echt waar. Ik ben zo blij dat ik daar nooit enig medicijn heb hoeven ophalen.