Dolf Jansen

Columns

In de zaal

Verschenen in Volkskrant Banen op

Wat je eigenlijk wil, als je vaak op een podium staat, is een keer bij jezelf in de zaal zitten. Tussen al die andere mensen die, bij jou, in de zaal zitten. Om dat een keer mee te maken, dat een keer te ondergaan. Om te merken hoe zo’n voorstelling eigenlijk voelt als je ernaar zit te kijken. Na een aantal pogingen heb ik moeten constateren dat wat ik eigenlijk wil eigenlijk onmogelijk is. Ik kan op een podium staan, doen wat ik wil doen, vertellen wat ik wil vertellen, mensen in de zaal laten lachen of boos maken, vele vraagtekens in de hoofdjes proppen, kan allemaal, maar zelf in de zaal zitten terwijl ik dat doe...onhaalbaar!

The next best thing is, logischerwijs, in de zaal gaan zitten en een voorstelling van een collega over me heen laten komen. Nou zijn er nogal wat cabaretbedrijvers die op hun hoogst-mogelijke nivo dat vak bedrijven, maar die mij daar echt niet bij nodig hebben, en insgelijks. En er is een kleine groep die ik als het even kan altijd, elke nieuwe voorstelling weer, ga bekijken. Om te zien wat ze vertellen, hoe ze het vertellen, om te genieten, om te lachen, en om dat zaal-gevoel te hebben. Om ‘de voorstelling’ van die andere kant mee te maken. In de rij te staan voor de zaaldeur, een beetje het publiek scannend. Ah, er zit een hoester bij, en een paar dropzakkrakers. Plus daar drie oudere dames die zich in de komende 100 minuten een paar keer zullen afvragen of het nou echt nodig is de medemens (de vrouw, de gehandicapte, het kind, de politicus) op zo’n manier aan te pakken, en met een paar goedlopende zinnen terug te brengen tot een rokend hoopje nutteloze as. Inderdaad, ik ga deze avond doorbrengen in het gezelschap van de beste liedjesschrijver van het Nederlandse theater en ruime omstreken, Jeroen van Merwijk. Ruim 200 mensen hebben Griffioen in Amstelveen tot uitverkochte staat gebracht. Er klinkt vage bluesmuziek, ik vind een stoeltje aan de trap, ik zie Niesje achter haar knoppen, ik zie de technicus en de zaaldame en de directeur de laatst-binnenkomenden naar hun stoel wijzen, het zaallicht ‘loopt’, het wordt donker, Mozart klinkt en vanuit het donker van het podium klinkt een stem. De voorstelling begint, ik mag ‘m ondergaan, ik ben op mijn plek. Zorg dat u ook bij hem in de zaal komt!