Dolf Jansen

Columns

Ik had niet eens een snor

Verschenen in Volkskrant Banen op

Ooit was ik portier slash beveiliger bij een bank. Een grote bank, met een A. En het was niet de ABN. Hoewel, niet lang na mijn dienstverband als portier etcetera werd het de ABN-Amro en was ze nog groter.

Ik had een hokje. Onder de grond. Omdat ik geacht werd vooral de parkeergarage te bewaken, en te portieren ook. Dat klinkt een stuk saaier dan het was, want de OVERVOLLE GELDWAGENS EN WAARDETRANSPORTEN ANDERSZINS reden echt af en aan, daar. In mijn kelder. Uit mijn kelder. Plus waar nog bijkomt dat je vanuit mijn kelder heel erg makkelijk en voor zover ik me herinner zonder pasje of codes het hoofdgebouw kon bereiken – een deur, een trap, nog een deur – en dan lag de weg naar oneindige stapels geld natuurlijk open. Kortom, ik zat daar echt niet voor niks.

Aan de andere kant, ik heb, en had, niet echt het uiterlijk of het postuur van iemand die je Fort Knox laat bewaken. Ik mocht in mijn nog-jongere jaren niet eens de Bank zijn bij Monopoly. Maar schijnbaar speelde dat voor deze bank niet. Wellicht herkenden ze in mijn piekhaar, mijn magere lijf en mijn afzakkende brilletje net die betrouwbaarheid die ze zochten. Of hoopten ze, van de bank, dat eventuele boeven als ze mij als bewaker in die kelder zouden treffen direct zouden besluiten een paar pandjes verderop hun geluk te beproeven, want dat bleke watje zit natuurlijk nooit op grote stapels poen!

Of gedachten van gelijke strekking.

Ik zat acht, negen uur per dag in mijn hokje, keek door het rookkleurige glas om me heen, knikte naar passanten en parkeerders, las soms een paar pagina’s in mijn boek en verdiende zeven gulden per uur. Ofzo. Ik deed het niet voor het geld. Hoop ik, als ik dit bedrag teruglees.

En een keer sloeg ik dusdanig alarm dat binnen vier minuten de straat voor mijn parkeergarage blauw zag van de Hermandad. Ik sloeg ‘stil alarm’. Dat was een semi-verborgen knopje, onder mijn desk. Te gebruiken net voor het moment dat de boef zijn wapen op de bewaker richtte. Allemaal duidelijk, behalve dat er a. geen boef of wapen in de buurt was  b. ik helemaal niet wist dat dat knopje daaar zat en c. ik niet eens merkte dat ik dat knopje had ingedrukt. Ik keek, kortom, nogal op van de plotse uitgebreide politie-aanwezigheid.

De week erna mocht ik helpen in de catering.