Dolf Jansen

Columns

POLO

Verschenen in Spijkers op

Het is 5 voor 12, dat is mij bekend, maar vandaag een gedicht. Over wat mij van de week overkwam, en inhaalde. En wie. En waarom wellicht. En wat ik toen dacht. Maar laat ik niet alles weggeven, anders wordt de aankondiging interessanter dan het gedicht, en krijg je zo’n film-trailer-gevoel:alle hoogtepunten van twee uur film in anderhalve minuut, en nog een stuk beter gemonteerd ook. Dus van mij hoor je verder niks, behalve dat gedicht dan.

 

Een Polo vol met peuters

een wagen van het volk

de moeder is weer zwanger

ze rijdt als op een wolk

 

haar voorruit is een roze bril

daarachter zonneschijn

het kroost klaagt over ruimte

de auto wordt te klein

 

Ze voelt de vliezen scheuren

ze ziet de kleine kop

ze schakelt terug, hij schiet eruit

de airbag vangt ‘m op

 

ze moet een station-wagon

of een skibox op het dak want

de vrouw rijdt vruchtbaar verder

haar vlees is snel maar zwak

 

ze overweegt een bakkie:

aan de trekhaak met dat grut

maar dan worden ze verkouden

en niezen heeft geen nut

 

voor kniezen geldt hetzelfde

dus de vrouw blijft vrolijk, lacht:

een Polo vol met peuters

dat had ze nooit gedacht

 

De kinderen observeren

aan  de weg een grote M

en als je langs de Mac Drivet

zit je als ouder klem

 

de moeder met de Polo

gaat beleefd voor mij opzij

ik heb geen zin in fastfood

maar zij blijft me altijd bij

 

ze heeft dat vijftal peuters

en een lach op haar gezicht

want geluk zit in een milkshake soms

en soms in een gedicht