Dolf Jansen

Columns

Op reis

Verschenen in Samsonic op

Als je op reis gaat maak je nog eens wat mee. Je moet wel, want je bent op reis, dus je kan niet weg. Sterker nog, je ben al weg. Want je bent op reis.

Ik moest wel, van mijn vriendin. Die wilde op reis, dus ik ook. Met het vliegtuig zelfs, temeer daar we naar Amerika gingen, en dat is kwa busverbindingen niet echt top. Behalve als je in Mexico zit, hoewel de meeste Mexicanen die naar Amerika willen weer de Rio Grande pakken. Zonder strippenkaart! Maar wij gingen dus met het vliegtuig, vanaf Schiphol. Dat is dat veel te kleine, economies onrendabele vliegveld onder de rook van Hoofddorp. Mensen roepen nog wel eens ‘op een eiland in de Noordzee!’, maar dat kan ook over Hoofddorp gaan.

Ik zat te wachten bij een slurf, een vliegtuig-uitgang zeg maar, en zag twee piloten-types naar buiten komen. De een zei iets tegen de ander, die knikte, en direct daarna ging de een linksaf en de ander naar rechts. Ik hoop dan dat ze het in de lucht wat meer eens zijn. Iets later naderde een vergelijkbaar type, samen met een stewardess (die had ie naar ik aanneem net daarvoor een beurt gegeven in de Red Carpet Lounge, of is dat mijn zieke geest?). Ze naderden dezelfde slurf, onze slurf zeg maar, maar daar kan je niet zomaar naar binnen, neeeee, dan moet je een ticket hebben en niet te veel haast, of je moet er werken natuurlijk. Als piloot bijvoorbeeld. Vandaar dat er een code bij de slurfdeur hoort, dat niet elke Richard Branson naar binnen kan wippen om te kijken of ie wellicht met dit vliegtuig nog een of ander obscuur lucht-record kan breken. De piloot liep met ferme pas (pilotenschool, tweede jaar, twee uur per week: de pilotenpas; extra module: ontspannen staan tijdens een luchtzak) in de richting van die deur, hij remde net op tijd af en bekeek langdurig het paneeltje met de getalletjes 0 1 2 3 4 etcetera. Daar moest hij dus even die code mee intoetsen, dan kon hij naar binnen. En dan vliegen maar! En anders wij wel.

Wat bleek, de man had geen idee, hij keek naar de getallen alsof hij eindelijk in drie regels het verzamelde werk van Albert Einstein uitgelegd kreeg, en begreep(!), hij keek naar het zilver-metalen plaatje om de getallen heen alsof het een door hem persoonlijk gewonnen olympische medaille was (zilver, maar goed, de Duitsers versla je echt never in de Dressuur, of je moet echt op Anky van Grunsven rijden. Die zou hij wel eens mee willen nemen naar de Red Carpet Lounge, of is dat weer mijn zieke geest?), hij had nogmaals en nog steeds geen idee! Dat is dan toch zo’n moment dat ik me zorgen ga maken. Deze man gaat een vliegtuig besturen, een groot vliegtuig, met veel mensen waaronder een beroemd columnist van Samsonic en zijn sympathieke gezinnetje, over een heel eind water, helemaal naar Amerika, hij heeft wel tijd om nog even het rode tapijt van de daar naar vernoemde Lounge te bevlekken, maar op het moment dat hij een simpel codetje moet intoetsen op een paar knopjes van niks, om godbetert een deur open te krijgen, staat ie aan de grond genageld. Hij werd zo snel grijs, daar was niet tegenop te kleurspoelen. De man wist de code niet maar had volgens mij dooroverheen nog eens geen idee hoe dat soort knopjes werken. Die zou nog een aardige klap gaan krijgen, zo direct in die cockpit.

Ondertussen had de in vrolijke vliegtuig-clubkleuren gestoken jongedame hem bijgehaald (stewardessenschool, derde jaar, een uur per week: loop altijd een paar passen achter de piloot; extra module: get the fuck out of the Red Carpet Lounge!!), ze zuchtte, toetste met zachte vingertoppen in hoog tempo de benodigde getalletjes in en daar verdwenen ze al in de slurf. Tot mijn vreugde zag ik de piloot later, met een sjaaltje losjes om de nek en een wat ongelukkige uitdrukking op zijn gebruinde gezicht, met glaasjes sinassap door het gangpad schuiven. Ik heb geen idee wie er vloog, maar het was een erg prettige reis.