Dolf Jansen

Columns

Comrades via internet

Verschenen in Samsonic op

Er zijn mensen die op zaterdagochtend om 6 uur thuis komen, omdat de chillout-party toch wat tegenviel. Er zijn mensen die om 6 uur op zaterdagochtend wakker worden, omdat ze kleine kinderen hebben die zien dat ’t buiten licht is. Er zijn mensen die op die dag en dat tijdstip slapen, en het vier uur later ‘nog vroeg’ vinden. En er zijn mensen die precies dan starten voor een tocht van 89 kilometer, hardlopend, over heuvelige Zuid-Afrikaanse grond. Toegegeven, ze doen dit slecht een keer per jaar, maar toch…89 kilometer, Zuid-Afrika, heuvelop, of –af, want dat wisselt per jaar, de Comrades Marathon. Als je dat durft, als je dat kan, dan weet ik zeker dat je een echte loper bent.

Vorig jaar in Rotterdam, de dag voor de marathon, sprak ik een paar lopers uit Zuid-Afrika, en ging het al heel snel over de Comrades, ook voor die mannen (subtoppers op de 42 punt 2) de ultieme wedstrijd. Ze vertelden hoe die wedstrijd leeft in hun land (heel erg), hoe zwaar het is (heel erg), en hoe mooi als je hem weet te volbrengen (heeeeel erg). Ik was in Rotterdam met Hans, ook geen lullig lopertje, sterker nog, hij zou dat jaar naar Zuid-Afrika gaan om de ultieme marathon te lopen. En nog sterkerder nog, hij deed dat ook, vorig jaar juni. Sindsdien probeert hij mij, en nog wat lopers in zijn omgeving, met zich mee te krijgen. En ik geloof dat je in zijn ogen nogal een mietje bent als je dat niet aandurft. Nog niet aandurft.

Ik heb geprobeerd me voor te stellen wat 89 kilometer is, hoe ver, hoe veel, hoeveel pijn doet dat, en wanneer, en hoe lang, en hoe hard (langzaam) moet je lopen, wat moet je drinken, en eten ook, en hoeveel, en lukt dat…

Voor mij is een duurloop van 33, 34 kilometer echt lang, een marathon is eigenlijk echt te lang, dit gaat over twee marathons en dan nog 5 kilometer om het af te leren. Je moet daar dus anders naar kijken, lijkt me, maar ik zou niet weten hoe dan wel.

Hans ging dit jaar weer, voor de heuvel-af versie, en die schijnt nog net even zwaarder te zijn dan de andere kant op. Ik heb het gevoel dat je na een kilometer of 60 uberhaupt niet meer weet of je op of  neer gaat, dat je niet eens meer weet dat die twee magere gespierde pijnlijke staken onderaan je buik bij jou horen, en dat die twee staken nog zo’n 30 kilometer te gaan hebben. Of dat je dat niet wil weten, dat kan natuurlijk ook.

Zaterdagochtend 16 juni, net na 6 uur: ik heb kinderen, inderdaad, en een ervan werd wakker, dus ik ook, maar met een combinatie van beloftes, bedreigingen en (niet-gespeelde) wanhoop wist ik haar weer slapend te krijgen. Ik was echter wakker genoeg om in gedachten even in Maritzburg te zijn, waar tien minuten eerder het kanon had geklonken. Ik dacht ook aan oktober vorig jaar, toen ik op een vergelijkbare dag en tijdstip (zondagochtend, 7 uur) met Hans voor mijn tv zat om Greg en Kamiel in Sydney van heel ver een heel klein beetje bij te staan. Ik ben blijkbaar zo’n type dat altijd wakker is, maar alleen loopt op tijdstippen die hij aankan. En daar hoort zaterdagochtend 6 uur niet bij. Nog niet bij.

Later op de dag, toen u zich wellicht nog eens omdraaide, of uw partner vroeg dat te doen, zat ik voor het schermpje van mijn laptop, en via de magie van internet was ik opeens dichter bij de Comrades dan ooit: ik kon lezen wat er gebeurde, op dat moment, duizenden kilometers verderop, de koplopers, de massa, ik kon de route bekijken, foto’s zien van lopers in velerlei staat van emotie en/of ontbinding. Ik kon zelfs, door zijn achternaam in te typen, de tussentijden van mijn maatje overzee zien, met ook nog een verwachte aankomsttijd. Die heeft heel lang 13 uur 17 bedragen, oftewel 7 uur 17, en ik kon ook nog lezen dat hij nog 23 kilometer te gaan had, nog 17, nog 13…

Ik zag de overwinning van Andrew Kelehe, politieman, in 5.25.51. Hij had maar 37 seconden over op de Rus Leonid Shvetsov. En de eerste vrouw, Elmira Kolpakova, finishte stralend in 6uur13. Hans kwam uiteindelijk, volgens mijn schermpje, tot ‘1 km to go’, maar toen dat wel heel lang bleef staan begreep ik dat er toch iets mis was, of was gegaan. En dat is ook zo: een paar uur later las ik een sms-je waaruit bleek dat hij moest uitstappen, ergens langs die lange lange Zuid-Afrikaanse weg. Ik stuurde terug ‘driewerf shit volgend jaar samen’. En nou ben ik zo bang dat hij me daaraan wil gaan houden.