Dolf Jansen

Columns

Postiljon de lingerie

Verschenen in Runners World op

In de winter van 2005 schreef ik op deze plek een column onder de titel ‘Postiljon d’amour’. Het verhaaltje ging over hardlopen, voor mijn dochter: zij had samen met oma een Valentijnskaart gefabriekt voor de jongen die ze leuk vond, zelf was ze met mama en broertje op vakantie en nou was haar vraag (opdracht) of ik die kaart kon ophalen bij oma en ‘m aansluitend in de juiste brievenbus kon deponeren….als ik toch ging hardlopen. Het leverde een barre duurloop op – Valentijnsdag valt ergens in februari – met tegenwind en hagel/regenbuien. Plus kou. Maar goed, het lukte, ook al omdat de jongen in kwestie nog redelijk in de buurt woonde.

Ondertussen is mijn dochter het maken van kaarten wel voorbij, en is er trouwens in september wat dat betreft ook helemaal niks te bezorgen.  

De centrale woorden in die laatste zin zijn wat dat betreft, want de bezorgopdrachten gaan gewoon door. U begrijpt, omdat ik toch ga hardlopen. Ik hoop met de voorgaande inleidende zinnen enigzins duidelijk gemaakt te hebben hoe het kan dat ik een paar dagen geleden, op een warme nazomer-zaterdag, over polderwegen liep met een klein tasje in de hand gevuld met een tweetal bh’s en wat aanverwante onderkleding. Die niet van mij waren. Maar van een vriendin van mijn dochter. Die geheel buiten mij om, vanzelfsprekend, hier gelogeerd had of in de buurt was wezen zwemmen, of er op een andere manier in geslaagd was enige ondergoederen achter te laten. Waarna mijn dochter vroeg….precies! En ik ben een goed mens, zo nu en dan. En dacht ach, ik ga toch hardlopen. En dus kreeg ik zaterdagochtend een what’s app van dochterlief of ik niet vergat het tasje met etc naar N te brengen, want die ging maandag op vakantie en dat kon niet zonder etc. Ik wappte terug dat ik graag enige info ontving aangaande haar adres, om eens wat te noemen. Die kreeg ik per min of meer ommegaande. Het meisje, tijdelijk zonder etc, bleek te wonen in een dorp een paar dorpen verderop, maar eigenlijk realiseerde ik me pas na vertrek – ontspannen stijl, petje op tegen mogelijke nazomer-bui, tasje met etc ontspannen in de hand – dat ik niet precies wist hoe ver het was. Plus ik zou nog terug moeten ook.

Het bleek een kilometer of 11, verderop, gedurende welke ik me vooral afvroeg wat mensen zouden denken als ze wisten (of zagen) dat ik liep te trainen met een tasje vol etc. Een normaal mens heeft een gelletje of een ipod met opzwepende liedjes….die freak loopt met een tas vol etc…! Aan de andere kant: bij het meisje aanbellen, bezweet en wel, de tas met etc omhooghouden en zeggen ‘ruilen voor een groot glas water..?’, dat maakte het toch zeker de moeite waard.