Dolf Jansen

Columns

Ontspannen

Verschenen in Runners World op

In het zomernummer van dit blad schreef ik over ‘vorm’, wat het is, waar het vandaankomt, en of je ‘een beetje in vorm’ kunt geraken, bijvoorbeeld in combinatie met een soms best wel druk leven. Ik voelde toen, begin juli, dat het kon, dat het er aan zat te komen, een beetje vorm. Hoeveel vorm wist ik nog niet, laat staan wanneer de top-  eventueel bereikt zou worden. Vaak, de afgelopen zes, zeven jaar, was ik in mijn hoofd zo’n hele zomer al met een marathon in het najaar bezig, dit jaar besloot ik dat eens anders te doen. Lekker trainen, hard trainen ook, Canadese trails en Hollandse polderwegen, pittige dagen en rustige dagen. Maar niet met een doel, een najaarsmarathon in het hoofd, gewoon lekker trainen, twee of drie kortere wedstrijden op de planning, en verder ‘maar es kijken hoe het gaat’. Dat heb ik gedaan, en dat heb ik ook volgehouden tot een dag of tien voor marathon Amsterdam, u weet wel, die wedstrijd waar ondermeer Rene Froger zich zo warm voor loopt.

In de twee weken voor die laatste tien dagen liep ik met redelijk gemak drie trainingen van (ruim) 30 kilometer, waarvan een met stukken tempo erin, en toen vond ik dat ik mezelf er maar weer aan moest wagen. Aan de marathon, aan de ultieme uitdaging voor eenieder die het woord ultra niet kent. En nou ben ik zo benieuwd of dat gaat werken, of je aan de ene kant een marathon goed kunt lopen zonder daar maandenlang, in gedachten en activiteit, mee bezig geweest te zijn, en aan de andere kant of je jezelf een beetje in de maling kunt nemen. Ofwel, of je de ontspannenheid die je maandenlang gehad hebt (er stond ten slotte geen marathon in de agenda...) vast kunt houden tot aan die marathon, en als het even kan ook nog op de dag zelf.

Vroeger trainde ik twee keer per week op de baan, en liep ik geregeld baanwedstrijden. Dan kwam het dus soms voor dat je met een paar maatjes op dinsdagavond besloot de vrijdag erop  weer eens een 3 of een 5 te lopen, gewoon, gezellig met een clubje ernaartoe, ‘en dan maar kijken hoe het gaat’. En dan wilde het, inderdaad, nogal eens heel erg lekker gaan, omdat je jezelf niks had opgelegd, omdat je geen spanning had opgebouwd. Maar goed, een 3 kilometer bij Startbaan is toch wel even wat anders als de Marathon van Amsterdam. Plus dat tegenwoordig God en zijn buurman opkijken als ik langshobbel, dus helemaal rielekst is het nou ook weer niet.

En toch geloof ik erin, ontspannen aan de start staan, ook niet te gefixeerd op een tijd en tussentijden en de groep waarin je mee moet enzoverder. Wie weet durf ik vanuit dit gevoel en deze voorbereiding ook wel een ‘langzame’ eerste helft te lopen, zodat ik na kilometer 34 ook nog wat over heb. Kan ik ook eindelijk eens die tweede helft wat sneller afleggen dan de eerste, want dat begint bij de snelle meskes en meneren toch ook meer regel dan uitzondering te worden. En als dat lukt, met een doorkomst halverwege van zeg 1.16.30 dan zou ik toch nog ...sorry!

Gewoon lekker lopen, zondag. Ontspannen.