Dolf Jansen

Columns

(On)bekend terrein

Verschenen in Runners World op

Als ik het me goed herinner was het bijna zomer. Waarbij ik moet toegeven dat het, toen, nog alle kanten opkon, met die zomer. En het zomerse gehalte ervan. Ondertussen begrijpt u wat ik bedoel. Maar goed, een regenbuitje op zijn tijd is ook wel lekker, toch?

Ik bevond me aan de rand van Hilversum. Daar kom ik vaker. Niet omdat die rand nou zo mooi is, of Hilversum, maar als je (als loper) de weg weet, is het uiteindelijk overal mooi. Lijkt mij.

En ik kom er vaker, aan die rand, omdat het Mediapark zich daar bevindt, een opeenstapeling van studio- en redactieruimtes des radio zowel als televisie, in een architectuur-palet waarin de liefhebber vooral Oost-Duitsland 1973 terugziet. Apart. Zeker gezien de creatieve arbeid die aldaar 24-seven geacht wordt plaats te grijpen. Maar goed, mijn werk zat erop - een paar uur muziek opgenomen voor de zondagavondse radio6-programmering -, ik mocht ontsnappen. Hardlopend, natuurlijk.

Er zijn een paar routes die ik vanuit het Mediapark kan nemen, allemaal goed, allemaal met bospaden en stukken hei of vlakte anderszins, mooie doorkijkjes, plekken met herinneringen (stevige tempo’s, bizarre weersomstandigheden, mooie ontmoetingen..), heerlijk dus.

En toen gebeurde dit: ik liep een pad dat ik de afgelopen 20 jaar – ja, zo lang maak ik al radioprogramma’s – vele honderden keren gelopen heb. Schelpenpad, ergens rechts achter al die bomen een camping voor mensen die niet al te veel amusement zoeken, en links…links klopte het niet, uitroepteken. Het was niet wat het was. Of was ik op een ander pad? Dat kon niet, want ik kende dit pad. Ken dit pad, vanwege die vele honderden keren etcetera. Maar het was dat pad niet meer, dit pad…

Ik hoop dat u mijn verwarring, als loper, als mens, als man die net zijn 49e verjaardag achter de magere rug had, enigzins kunt invoelen. Vooral omdat ik pas twee kilometer verderop doorhad wat er aan de hand was: een deel van het bos was verdwenen. Omgekapt. Of –gehakt, of hoe dat in Staatsbosbeheer-lingo ook mag heten. Er was een vlakte ontstaan waar geen vlakte was, mijn vaste terugweggetje – paadje van niks, bochtjes, boomstronken en modder – was zomaar een ander pad geworden, omdat het nu ter rechterzijde grensde aan een vlakte, met hier en daar resten boom.

Niks is wat het lijkt, dat wist ik al, maar nu was al hardlopend ook niks meer wat het was. Ik leek verdwaald op een plek die ik kende. En dat is als heimwee hebben naar een plek waar je nooit was, maar nu word ik wat te poetisch voor een hardlooptijdschrift.

Tegen het eind van mijn duurloop trof ik een groepje dames, met fietsen en verstandige schoenen, en een kaart. Ik hoorde een van hen met een blik op die kaart zeggen ‘..dan zijn we dus in Blaricum!’ Zij waren echt verdwaald…