Dolf Jansen

Columns

Langs de Maas

Verschenen in Runners World op

De afgelopen weken was ik meer onderweg dan ik normaalgesproken al onderweg ben. Ik maakte Jansen op Jacht, en dat leverde lange dagen op, geregeld wat te weinig slaapuren, een fijn televisieprogramma en helaas helaas te weinig tijd om te trainen zoals ik die weken had willen trainen. Het trainings-idee was: rustig opbouwen, wat meer lange(re) duurlopen, wat intensievere tempo’s, voldoende hersteltrainingen, wat wij noemen een afgewogen programma. Zeker als je ook nog goed eet, voldoende slaapt en rust, afijn, u droomt er zelf vast ook vaak van. Het liep anders, inderdaad. Voorbeeld: als ik een dag gedraaid had in Dalfsen – op zoek naar het geheim van een coalitie CDA-PvdA-CU, een coalitie die ze daar al een jaar hebben – en tevreden maar best moe thuiskwam, na acht uur des avonds, was het toch snel half elf voor ik de voordeur achter me dichttrok voor mijn dagelijkse tocht-op-Nikes. En op zo’n tijdstip, na zo’n dag, was ik dan eerlijk gezegd blij als het me lukte er nog een kilometer of tien uit te persen. Vaak ging het tot mijn verbazing ‘best lekker’, liep ik makkelijk, kon ik een pittig duurtempo draaien, maar om op zo’n moment van de dag (met de volgende ochtend weer een pick up-tijdstipvan 07.40 ofzo) een goede duurloop van 18 kilometer of een duurloop met twee of drie tempoblokken af te werken, was voor mij echt te veel gevraagd. Waarmee ik ook maar mijn respect wil betonen aan iedereen die altijd lange dagen maakt en buiten werkt en vroeg op moet en toch een marathonopbouw weet vol te houden.

En toen kwam ik in Rotterdam. Vanuit Groningen, waar ik de hele dag in een kerk had doorgebracht. Niet ter gebed, maar ter conferentie. Die ik leidde, min of meer. Tegen achten was ik in het hotel waar ik zou verblijven, belde met thuis, deed de serie oefeningen die mijn buik en rug nog sterker, mijn houding nog beter, mijn tred nog krachtiger moeten maken, keek eens uit het raam, zag nachtelijk Rotterdam en de Erasmusbrug, voelde dat ik nog wel even kon wachten met eten en rusten, en besloot toen toch maar te gaan. Lopen. De koude donkere avond in. Waar ik, langs de Maas, de Maasboulevard trof en eigenlijk opvallend veel lotgenoten. Late hardlopers. Ik passeerde er een paar, sommigen alleen, vaker met zijn tweeen, kwam er een paar tegen, zag veel reflecterende keding en mutsjes, kreeg geregeld een groetende hand-beweging terug. Mijn handschoenen hielden me warm, mijn tempo lag hoger dan ik verwachtte, ik passeerde zelfs nog het atletenhotel van de Rotterdam marathon, ik liep alleen maar was niet alleen. Er liepen er nog veel meer, deze gure warme avond in Rotterdam.