Dolf Jansen

Columns

Kerst

Verschenen in Runners World op

Na het succes van eerdere afleveringen van mijn opvoedkundig bedoelde column (‘Lopen tijdens de zwangerschap’, ‘Lopen op momenten dat normale mensen wel wat beters te doen hebben’ en natuurlijk ‘Loop je door een echtscheiding heen’) is het tijd voor een nieuwe aflevering: Lopen tijdens de kerst.

Tuurlijk, links rechts links rechts, ontspannen schouders, blijven ademhalen, wat tempowisselingen, praten als er iemand in de buurt is die luistert, plus al die andere toptips die u maandelijks middels dit onvolprezen magazine opdoet, maar hoe, ik bedoel HOE.

Zonder dat je ruzie krijgt, omdat het toch veel gezelliger is als je je gezellig met zijn allen volpropt...

Omdat je toch niet elke dag, en zeker niet net met de kerst... Omdat je schoonouders het zo leuk vinden als je nou es vertelt wat je eigenlijk precies doet. Of om enig ander, met de tijd van het jaar samenhangend argument.

Goede argumenten, zeker wel, maar dat kan toch ook allemaal wel na je duurloop. Of wat je van plan was. Of na het douchen zelfs, want schoonouders hebben meestal niet zoveel met een zwetende man (vrouw) waar ze door een speling van het lot familie van zijn geraakt, in een glimmend jekkie en een maillot. Of hoeheetdat tegenwoordig.

Jaren geleden bedacht ik zomaar een reden voor de lange duurloop op eerste kerstdag. Ik had een vriendin, toen, en we zouden samen ergens heen en dan nog iets met gezellig. En ik wist dat ik daarvoor getraind moest hebben. Plus ik wist dat we onze kerstkaarten nooit, echt nooit, voor de jaarwisseling wisten te versturen. Terwijl ze vaak al voor de kerst min of meer geschreven klaarlagen, maar dan had je weer net even geen postzegels in huis, en die zou ik dan halen, maar ik heb een hekel aan rijen (Postkantoor!), en dan was het vaak zomaar drie januari voordat mijn vriendin die postzegels gehaald en die kaarten gepost had. En dan lig je toch een beetje voor lul in velerlei brievenbus met je ‘prettige kerstdagen!’

Wat ik dus deed, dat jaar en zo lang als die relatie duurde: op kerstavond zette ik op alle kaarten mijn krabbel, we zochten hier en daar nog wat adresjes bij elkaar, en op de 25e speelde  ik postbode: ik liep vanuit de Indische buurt door de Watergraafsmeer, Diemen, Duivendrecht, langs de rand van Zuid, door de Transvaal- en de Dapperbuurt terug, en pikte zo 15, 20 adresjes mee. Kerstwensen in zo’n superdun rugzakje, thuis op volgorde gelegd, zodat ik direct na het in de bus duwen wist wat mijn volgende adres was. En ik binnen de anderhalf uur een hoop van onze vrienden blij wist te maken (kijk nou, post, met kerst!), en mezelf zeker ook. En dan boog ik me na die training en douche es rustig over mijn schoonmoeder heen. Gezellig!