Dolf Jansen

Columns

Gewichtig

Verschenen in Runners World op

Je maakt nog es wat mee, althans, ik wel! Vorige week nog, een congres over sport en voeding: Papendal, 400 of meer medisch geschoolde sport-begeleiders, dozijn zeker zo geschoolde sprekers, in- en uitleiders, en wat dies meer zij, en ik dan. Eter, atleet, ervaringsdeskundige kortom. En neergezet aan het eind van het programma, als ‘Olympische Afsluiting’. Eervol, toch?

Waar nog bijkomt dat zeker voor de loper eten (drinken) en wat dan wel, en wanneer, en wat (wanneer) juist niet, zaken van levensbelang zijn, zeker als er ook nog een beetje gepresteerd moet worden.

De dag was overigens zeven uur eerder geopend door Erika Terpstra, en dat vond ik dan wel weer humor, Erika en Dolf als uiteindes van dezelfde schaal, de voorzitter van Noc*Nsf als een soort lijstduwer, en uw dienaar om de dag uiteindelijk nog enigzins overeind te houden. Voor een zaal van overwegend dietistes, als ik zo es recht voor me uitkeek. langs de stands van vitamineschuivers en sportdrank-uitbaters. En Liga, ook. Die zo blij waren dat ik er was, en er hongerig als altijd uitzag, dat ze drie grote plastic tassen volstouwden met hun productvarianten, ‘voor de terugreis’. Ze denken bij Lu geloof ik dat ik op 36000 kilometer van Papendal woon. De buurkinderen hier smeken me sinds vorige week ‘nee, niet nog meer Liga, neee!’

Afijn, wat te eten, en wat niet? Energie, dat is belangrijk, weet ik. Nu. Ik las in mijn voorbereidingsmateriaal een prachtige weetje aangaande de hoeveelheid energie die we in ons lichaam kunnen opslaan: ‘een sporter kan ruim 259000 kJoules aan energie bij zich dragen. Als je dan weet dat voor bijvoorbeeld een triathlon (Olympic Distance) ongeveer 7300 kJoules nodig is dan zou deze voorraad dus voldoende zijn voor een kleine 35 wedstrijden’. Dit las ik, en vond ik niets minder dan briljant: dat je met wetenschappelijke gegevens in de hand bij de finish van een triathlon kan gaan staan, en direct na de finish tegen de atleet zeggen ‘goed gedaan, en nou kan je er nog 34...!’. Gewoon, om eens te kijken wat je dan voor reactie krijgt.

Ook genoot ik van een doorwrocht stuk over maag-en darmklachten, met daarin aanbevelingen als niet een volledige maaltijd nuttigen kort voor de zware inspanning, niet te vet eten vlak voor de wedstrijd en goed drinken igv warmte. Toen wist ik er ook nog wel een paar: het is aan te bevelen niet te trainen vlak voor een aanstormende trein; het is aan te bevelen niet te douchen met water van 65 graden; en sex tijdens de wedstrijd is af te raden, behalve als je thuis voor de tv zit. Natuurlijk.

En zorg, absoluut, dat gewicht geen obsessie wordt. Lopen, daar gaat het om, en dat die dijen iets dikker zijn dan die van Lornah is echt niet van belang. ‘Worstel niet met eten’, om in congrestermen te blijven. En daar sluit ik me bij aan, al was het maar omdat ik in mijn jeugd geregeld over de grond lag te rollebollen met een door mijn moeder bereide gelatinepudding met een geheel eigen wil. Mijn moeder en gelatine was als Prins Bernhard met een jachtgeweer, als een Ahold accountant met de waarheid, als Frans Bauer met een zangmicrofoon, als minister Verdonk met een vluchteling....levensgevaarlijk! En je loopt er geen meter harder van.