Dolf Jansen

Columns

De man loopt

Verschenen in Runners World op

Er loopt een man door de polder.

Er loopt een weg door de polder.

De man loopt over een weg, door de polder.
De man weet precies wat hij doet. Hij loopt.

Hij weet niet precies waarom.

 

 

De man loopt door de polder.

Hij weet niet waarheen.

Het eind van de polder?

Het eind van de polder en weer terug?

Naar huis, of juist de andere kant op? Of allebei?

Kan dat?

 

 

Hoe harder hij gaat, hoe verder hij komt.

Hoe langzamer hij gaat, hoe langer hij het volhoudt.

Hoe verder hij komt.

Hoe harder hij gaat, hoe eerder hij thuiskomt.

Hoe langzamer hij gaat, hoe later hij thuiskomt.

De man doet rustig aan.

Thuiskomen kan altijd nog.

 

 

De man doet dit al 21 jaar.

De man doet dit al bijna een uur.

Hij doet dit nu, en hier, en zal het altijd doen.

Hij wordt moe, maar hij wordt er nooit moe van.

Als hij niet loopt, dan wordt hij moe.

Hij is nooit moe.

 

De man zweet niet, hij denkt.

De man vliegt niet, hij zweeft.

Een beetje.

De man wandelt niet, hij loopt.

De man luistert niet, hij hoort.

Alles.

De man ziet wat hij moet zien.

Sloot. Gras. Asfalt. Loopschoenen.

 

 

De man denkt.

Bikila   Jifter   die kleine Ethiopier die samen met Jifter liep

Gebreselassie   Abera

Hermes en Tebroke.

Nijboer en Lambregts en Vriend en ten Kate.

Maase en van Hest.

Overwinningen en nederlagen, vreugde en pijn.

De loper wint altijd, ook als hij verliest.

Denkt de man.

 

 

De sloot wordt vluchtstrook, het gras snelweg.

Asfalt blijft asfalt.

Huizen. Borden. Lantaarnpalen. Auto’s.

Zijn straat.

De man loopt naar huis.

Hij is thuis.

Morgen weer.  

 

 

 

copyright Dolf Jansen, oktober 2000