Dolf Jansen

Columns

De Healy pas

Verschenen in Runners World op

Het huis is wit. Het uitzicht is fantastisch, als je van heel veel heel groen houdt, van bergen en meren en wolken. Het pad dat ik neem begint in de tuin, kronkelt via een stuk boerenland naar een weggetje – rechtsaf voor Glenmore Lake, langs toprestaurantje Josie’s en dan door naar Lauragh, een dorpje met beduidend meer schapen dan mensen -, dit weggetje gaat me naar de voet van de berg brengen. Het is donderdagmiddag, over een uur is het donker, het weer is zoals zo vaak deze winter zacht, de Ierse lucht is fris en heerlijk. De afgelopen dagen brachten me een paar pittige duurloopjes over wat heuvels verderop, voorbij Kenmare, en een hersteltraining in een naburig park annex wetlands, vandaag wil ik echt nog even ‘beuken’. Bergop beuken zelfs, want schuin achter me ligt de berg, en de pas eroverheen. De Healy pas, nog lang geen hooggebergte, maar wel zo hoog dat de top nu nog schuilgaat in mist of wolken. In Lauragh sla ik direct weer rechtsaf, er staan nog een paar borden ter aanprijzing van afgelegen B&B’s en een paardenstoeterij, verder is hier helemaal niks meer. Een strook asfalt met dichte begroeiing aan beide kanten, vals plat. Ik loop makkelijk, gelukkig. Kwa training was de decembermaand meer een periode van licht onderhoud dan van in vorm komen, dat laatste moet vanaf nu gaan gebeuren, met als voorlopig einddoel een geinig wedstrijdje in Rotterdam, half april. Maar eerst maar eens deze klim. Een kilometer of twee buiten het dorpje verdwijnen de bomen en struiken langs de weg – alsof de boomgrens nadert, ik moet denken aan de beklimming van de Mont Ventoux die ik ooit per racefiets deed, kilometers tussen de bomen en dan opeens die witte kale berg - , hier en daar staat nog een huisje, voor (en boven) me is alleen nog maar berg. Ooit deed ik deze klim op een zomerdag en kwam ik geregeld hijgende fietsers en dampende auto-toeristen tegen, vandaag ben ik zo ongeveer helemaal alleen. Vind ik eigenlijk wel mooi. Zoals ik het mooi vind dat deze hoek van Ierland, Beara, door de meeste toeristen nog niet ‘ontdekt’ is. Rechts van me valt de berg naar beneden, richting Glenmore lake, voor me kronkelt de weg, die naarmate de top nadert steiler wordt. Herinner ik me ook opeens, van die eerdere klim, anderhalf jaar geleden. De laatste acht minuten ofzo waren (en zijn) echt moordend, percentages weet ik niet, maar het tempo gaat terug van stevig duurtempo naar zwoegen. Nog een bocht, nog wat meer mist, het begint ook serieus te schemeren nu, twee koplampen stralen in de verte opeens over de top van de berg heen. De inzittenden van die auto kijken bij het passeren naar me....bewonderend? Verbaasd? Onverschillig misschien?

Na precies drie kwartier bereik ik de top en kom ik vol in de wind. Ik draai om en jog een stuk van de afdaling. En in de diepte zie ik nog net dat mooie witte huis liggen. Ons huis.