Dolf Jansen

Columns

Sota

Verschenen in NS op

Ik vond het zo’n mooi, bijna romantisch verhaal. Heracles -  voetbalclub, trots van Almelo en (wijde) omstreken en altijd-lastig voor diegene die niets liever doet dan de klemtoon op juiste wijze uitspreken – had zich weten te verrijken met een jonge Japanner. Een talent, een topper-in-de-dop. Wellicht. Sota Hirayama, net 21, tweebenig, multifunctioneel, echt, ik zeg maar wat, maar voetballen kon ie! Plus met zo’n naam is het al snel voldoende alleen de voornaam achterop het shirtje te stanzen en weten na een reeks topjaren – Heracles....FC Twente...PSV....Chelsea, en dan afbouwen bij Heracles, natuurlijk – alleen de echte kenners nog hoe die jongen eigenlijk heette. Mooi toch, ooit afbouwen op de plek waar het allemaal echt begon, Almelo, parel van de regio Almelo!

Maar het liep al snel anders. Sota kreeg heimwee. De competitie was nauwelijks begonnen, hij had nog nauwelijks kunnen laten zien wat er voor magie school in zijn flukse Japanse voetjes (links en rechts!), hij had nog geen vijandige middenvelders dolgedraaid of dito keepers laten vissen, of hij trok het al niet meer. Als een droevig hoopje zat hij in de hoek van de kleedkamer, het prachtige Heracles-trainingstenue in een zompig hoopje aan zijn voeten. Hij huilde niet – voetballers huilen niet, Japanners als het even kan al helemaal niet – maar het scheelde niks. De trainer nam hem mee naar het spelershome, er kwam weinig uit bij Sota, maar een dag later bleek hij nog bleker, nog verdrietiger, nog meer zijn weg kwijt. De voorzitter kwam erbij en Sota’s zaakwaarnemer tevens tolk, althans iemand die een variant van de Engelse taal sprak waarbij ze in Almelo konden aanhaken. Halverwege dat gesprek zeiden ze tegen Sota dat hij maar even rondjes moest gaan lopen ,- hij moest wel fit blijven natuurlijk! – ze zouden er wel uitkomen. En ze kwamen eruit. Een dag later maakte Heracles bekend dat Sota’s contract om ‘persoonlijke redenen’ zou worden ontbonden, even goede vrienden en Sota kon naar huis. Zichzelf terugvinden, zijn familie en vrienden weer zien en sashimi eten zoals sashimi bedoeld is. En vooral even een tijdje helemaal niks met voetballen te maken hebben, want het was toch de voetbalwereld die hem van huis had gelokt, helemaal naar Finkers-country.

Ik las het verhaal in een van mijn kranten en was blij dat de voetbalwereld, die altijd zo hard en onpersoonlijk lijkt, die altijd alleen maar bezig lijkt met ‘belangen’ en geld en commercie en hier en daar nog een beetje voetbal ook, dat in die wereld de menselijke maat was gebruikt. Dat Heracles had besloten Sota’s talenten op te offeren, zodat hij weer gelukkig kon worden. Thuis, in Japan, in Tokio, dat net zo veel van Almelo wegheeft als een Twentse koe in de modder van een geisha in een theeceremonie. Bijvoorbeeld.

Maar wat bleek, een paar dagen later...Hirayama had een fijn contract getekend bij FC Tokyo, in de J-League. Niks heimwee, niks groot verdriet, het grote geld en een ongetwijfeld gewetenloze zaakwaarnemer. POEF...daar ging weer een mooie illusie mijnerzijds.