Dolf Jansen

Columns

Putting the band back together...

Verschenen in NS op

Soms vind je jezelf op een plek die zo mooi is, met vrienden die je er graag bij wil hebben, en dan nog een heerlijke temperatuur , en dik 600 mens publiek, dat je je bijna gaat afvragen waar je dit allemaal aan te danken hebt. Bijna, want voor je het weet moet je een opperwezen gaan bedanken, of gaan nadenken over het lot, of je af gaan vragen of je je niet wat zondiger moet gaan gedragen, voortaan, of noemmaarop.

Ik heb er dus maar gewoon van genoten, afgelopen zaterdagavond, hier op Curacao, op het strand van Jan Thiel (nog steeds geen idee wie dat is of was), bij Zanzibar (een soort cafe-restaurant-danshol aan bijna alle kanten omringd door zand of zee of beide), waar ik met mijn bandje mocht optreden. Soundchecken bij ondergaande zon, op een open podium met de rug letterlijk tegen de branding (direct achter de drumkit vond je het trappetje waarmee je als snorkelaar het felblauwe water zou kunnen betreden), aansluitend iets verderop langs het water pasta en bier en wijn en water, schoon shirtje aan en hopen dat de Antilliaanse aanvangstijd van half negen niet verder zou uitlopen dan half tien. Dat bleek te lukken, om negen uur twintig schoven we, nu in het pikdonker, met wat maanlicht en hier en daar wat wapperende peertjes licht, tussen publiek en waterkant door, wankel podiumtrapje op, podiumlampen aan, alle versterkers op 9 (om nog iets over te hebben voor later), en spelen. SPELEN. Voor ons zo’n 300 mensen op netjes-geplaatste plastic stoelen, daarnaast en achter mensen op ligstoelen, lounge-chairs, op daken van gebouwtjes en containers, op de bar, staand in het zand en wellicht ook hier en daar hangend in of aan een palmboom; ik kon niet alles goed zien, wegens fel licht in de ogen. Anderzijds kon ik de reactie van de 600 wel weer heel goed horen, wegens wind van die kant. Ik realiseerde me na tien minuten dat ik nog nooit tegen de wind in gespeeld had, maar dat ik het prachtig vond. Zoals het prachtig was om liedjes van onze laatste twee theatertours te spelen, twee oude lebjans-liedjes, en heel veel grappen daardoorheen te ouwehoeren over bolletjes, resorts, mariniers (zoals de marine man  het verschil tussen hen en mariniers aan me uitlegde ‘wij zijn heteroseksueel’), Anthony Goddett en zijn zus, Brabanders, vrouwen, en de gevolgen van zowel een buikgriepvirus als een zeilregatta die deze week over het eiland trokken. Twee (3) regenbuitjes wisten mij niet van het podium, en de mensen niet van hun stoeltjes te jagen, en tegen het eind stonden we weer ‘gewoon’ onder de sterrenhemel te spelen.

En vandaag, zondag,  liep ik een fijne duurloop, bij Daaibooi-baai, en stopte er een auto naast me, met twee vrouwen, jong, leuk, blond, om me te vertellen dat ze een topavond hadden gehad. Waar heb ik het aan verdiend...?