Dolf Jansen

Columns

Pijn

Verschenen in NS op

Pijn, dat lijkt me het onderwerp van deze maandagochtend. Dat ken je vast ook wel, pijn. Dat iets pijn doet.

En dat je dan denkt AU.

Of erger nog, vloekt tiert en de rook uit je oren voelt spuiten. Wat dan ook weer pijn doet, en zo blijf je aan de gang.

De marathon, zoals ik die gisteren door sfeervol Amsterdam aflegde heeft ook met pijn te maken. Maar er zijn wel meer dingen die het doen. Pijn.

Ik hoef maar te verwijzen naar een kaasschaaf en een babyhuid, en u begrijpt wat ik bedoel. Of dat je opgefokt door de vele doehetzelf- en huisverbouwprogramma’s , of zelfs door Martijn fukkin Krabbe, of komhoeheetdie SBS-boormachine die aan de wijven zat, of was dat juist de tuinman, afijn, ik kijk nooit, dat lijkt me duidelijk, maar goed, dat je jezelf vast weet te klemmen in je workmate, of met zo’n klauwhamer op je klauwen slaat, de naam zei het al, of je wenkbrouw met secondenlijm vastplakt aan die werkbank, dat valt nog mee maar dan moet ie weer los, dat is waxen voor beginners, of dat je nog sterk onder de indruk van het voorgaande met je ogen nog dicht en toch tranen erin, met je rechterhand naar de plek grijpt waar je je kopje koffie hebt staan, oh ja, en een gloeiend hete soldeerbout, waar je dus vol ingrijpt, ruik je wel, die schroeilucht, en voel je dat, nou, dat is nou pijn. Of dat je al vanaf kilometer twee van de marathon, of zoals wij dat noemen nog ruim 40 kilometer te gaan, een wat-weigerende spier hebt in het linkerbovenbeen, daar ergens waar je vanaf het bovenbeen in de buurt van de plek komt waar slechts je wettig vastgelegde partner aan mag komen, en dat je dat dus elke stap voelt, waar nog bijkomt dat je linkervoet om volstrekt onduidelijke redenen 30% in omvang lijkt toegenomen, waardoor er elke stap een steek doorheengaat, en even stoppen om je veter wat los te trekken zit er niet in, in de wondere wereld die marathon heet. Afijn, langs de Amstel kom je vol in de wind, en op tv hoorde ik later dat er ‘relatief weinig wind ‘ was, maar dat was dan relatief ten opzichte van een windtunnel, denk ik, want richting Ouderkerk hoorde ik mijn ribbenkast een hoge fluittoon weergeven. En dat voel je ook alweer.

Het gezicht van de voormalige zangeres mevrouw FreerecordShop van dichtbij zien, dat doet ook pijn, omdat het eruit ziet alsof ze is bijgewerkt met twee strijkbouten tegen de zijkanten van haar hoofd, wat ook weer pijn doet, denk ik. Ik heb dat zelf niet nodig.

Zeker niet kwa pijn, als je ergens na 23 kilometer de eerste strook klinkers afgewisseld met verkeersdrempels voor de voetjes krijgt, en woonboten ook, maar daar hoefde ik niet overheen. Waarna je door het meest desolate stuk zuidoost mag, en je iemand langs de weg hoort zeggen ‘nou, die zit er al aardig doorheen’. Dat kan wel zo zijn, maar dat wil je niet horen! Want dat doet...precies!

En al helemaal als je tijdens een klimmetje uit een treinviaduct vandaan, na 32 kilometer, het groepje waar je zo fijn mee liep, en meeliep, moet laten gaan, omdat je bovenbenen helemaal vastlopen. Daar is mee te leven, maar een stuk lastiger als je nog ruim tien kilometer moet. En wat doet er dan pijn, meneer Jansen, hoor ik u vragen. Nou, een besnijdenis   uitgevoerd door een zo goed als blinde amateur, zoals beschreven in het briljante nieuwe boek van Arnon Grunberg, waarna de besnedene nog een tijdlang met een soort mummie van verbandtussen de benen en de spanning in zijn hoofd rondliep, al was het maar omdat de besnijder was uitgeschoten, en hij had geen idee hoeveel. Tuurlijk, zegt u, maar bij jou, gisteren? Oke, de voetzolen, een beetje, de voorvoeten, een beetje meer, de scheenbenen, die bovenbenen natuurlijk, links al ruim dertig kilometer nu, weet u nog wel, ik kon zelfs mijn armen links noch rechts meer uit de hoek van 90 graden krijgen zonder het idee te hebben dat het zou kraken en versplinteren. En toen moest de Nieuwe Uilenburgerstraat nog komen, een straat die volgens mij helemaal niet bestaat, maar op kilometer 35 moest ik er doorheen, en dan voelt elke klinker als een schot hagel in je voetzolen. Plus waar nog bijkomt dat de laatste 7 kilometer 12, 13 bochtjes telde , en bochten, en je kan dan nog met moeite rechtdoor, maar bochtjes zijn zo goed als onmogelijk. Alsof je op pumps over de ijsbaan kluunt, en dat dan na 36 kilometer hardlopen. IK WIL GEEN BOCHTEN, ik wil een rustig aflopende spiegelmooie asfaltweg, en ik wil een lekker wijf, althans, na het douchen, maar daar word ik voor behandeld, en vooral wil ik geen pijn meer voelen. Maar ik moest nog ruim 5 kilometer. Waaronder de ingang van het Vondelpark, een van de vele noordzuidlijn-slachtoffers, en de uitgang van dito, aangelegd door het debiele zoontje van een adhd-architect met een stapel kasseien over. Auw, wederom. En de Amstelveense weg, met zijn vele traimrailtjes en voor de zekerheid nog een rotonde halverwege, ook. Auw.

Maar goed, nog vier bochtjes en een marathontunnel later mocht ik finishen. Met pijn, maar dat zal je niet verbazen. Maar al die pijn, en die inspanning, en die kilometers doorstaan, is wel de enige manier om het te doen. Om het gedaan te hebben.