Dolf Jansen

Columns

Oranje

Verschenen in NS op

Wat is er met je aan de hand als je verspreid over anderhalve week tientallen uren kunstschaatsen bekijkt? Kunstrijden op de schaats. IJsdansen. Paren en singles en fukkin estafette, of zat die alleen in mijn hoofd? Triple loops en double flips en nog iets met quadruple, maar dat eindigt dan meestal met een kontje op het ijs (sjeezus, wat kunnen die meskes snel opstaan, ik bedoel, ze staan sneller op dan dat ze vielen in the first place, en zo heeft de Here God het toch niet bedoeld, dacht ik) of een lichaam in de boarding, wat mij weer op de gedachte bracht om kunstschaatsen en ijshockey te combineren, en dan niet als grap zoals in die commercial, maar echt, als sport. Dat de ene kandidaat druk bezig is punten te verzamelen met haar sprongen en gedoe, aangevuld met haar glimlachjes naar de jury (niet corrupt, niet corrupt!!), terwijl de andere kandidaat mag proberen haar met een bodycheck in de boarding te rammen, of een puck tussen haar beentjes door te schijven...ijs-panna, dubbele punten! En, natuurlijk, direct na de dweilpauze (dat is hier de commercial break, maar alles is hier de commercial break, ze onderbreken hier de reclameblokken voor extra reclame, en zeggen na elke vierde commercial ‘we will be right back after this’, waarna er een stukje tv-programma komt, maar niet te lang, want er moeten auto’s verkocht en slaapmiddelen en nu-nog-minder-vette-burgers), mag de oorspronkelijk schaatsende partij wraak nemen. Op een sportieve manier, vanzelfsprekend. Want dit zijn, waren, de Olympics, en daar is meedoen belangrijker dan winnen. Yeah right, en D66 wordt de grootste partij van Nederland.

En toch bleef ik kijken, en raakte zelfs gefascineerd door de persoonlijke verhalen achter de ijs-ballerina’s m/v, de moeder die een nieuwe nier nodig heeft, de vader met kanker, de afgescheurde achillespees, de spanning binnen het koppel nadat hij haar van een kleine 2 meter hoogte op het keiharde ijs had laten vallen, tijdens een WK-finale. Prachtig! Topsport!

Kijken is belangrijker dan te zien krijgen wat je echt wilt zien. Er waren avonden bij dat ik drie uur dubbele axels in mijn mik had, voordat ik eindelijk een flard Wust Wennemars of Shani Davis te zien kreeg. Waarbij de Amerikaanse tv en schrijvende pers uiteindelijk vooral aandacht had voor ‘het legioen’, de mannen m/v in het oranje, het naar Turijn doorgereden carnavalsspektakel, de gezellige debielen die Nederland voor het oog van de wereld elke keer weer weten terug te brengen tot een infantiel land van schreeuwers, drinkers en liefhebbers van hoempapa-versies van welk liedje dan ook. Maar het bracht wel sfeer, en ze werden geprezen voor hun aanmoediging van Duitse en Amerikaanse schaatsers, en waarom zou je niet een oranje pijl door je hoofd jagen en je vrouw een dito klomp van twee meter doorsnee aantrekken? Uiteindelijk verscheen onze Kroonprins hier op NBC om uit te leggen dat we al schaatsen sinds de 12e eeuw, en dat sinds 1324 dit soort mensen daar doorheen-hossen. En dan was het nog goed dat Willem Alexander het woord inteelt niet in het Engels kent. Hup Holland! Hup! Op naar Thialf.