Dolf Jansen

Columns

Onverschillig

Verschenen in NS op

Ruim een week geleden overleed Bram Vermeulen, zanger, liedjesschrijver, bluesman, theatermaker, man van ideeen. Een groot man, een goed mens, een beer van een vent die in korte broek bij ‘het cabaret’ van Spijkers met Koppen naarbinnenwalste, drie gesprekken tegelijk voerde, waarvan zeker twee behoorlijk inhoudelijk, en aansluitend in de uitzending drie, vier prachtliedjes uit de piano ramde. Of streelde.

Ik kende meer mensen zoals hij, mensen met een luide stem en een grote aanwezigheid en een mening over alles (en nooit te beroerd om die stem te gebruiken om die mening te verkondigen), maar hij week op een punt erg af van dat soort mensen. Hij luisterde ook, en dat maakt praten, discussieren, ouwehoeren soms, een stuk aangenamer. Het kon gaan over de Grote Oorlog, of de oorlogen van nu, het kon gaan over hardlopen of bacillen, het kon gaan over Vlaanderen Frankrijk Noord Holland of de hele wereld, als Bram er was, als ik met Bram praatte, ging het ergens over, en kwam ik vaak ergens uit waar ik nog niet eerder geweest was. En waar nodig bulderde hij met zijn lach de bril van mijn bleke neusje. (Ik denk dat hij in zijn leven wel genoeg wijsneuzen met een rond brilletje had meegemaakt...).

Hij laat goddank stapels prachtige liedjes en teksten achter, mooie woorden in mooie zinnen in mooie coupletten, hij blijft bestaan op beeld en plaat en cd en papier, en er werden natuurlijk stukken over hem geschreven. Om uit te leggen wie hij was, nu hij er niet meer was om dat zelf te doen. Denk ik. Een ding is voor mij het belangrijkste, uit wat hij schreef en zei en zong en riep. Dat wat er om je heen en in de wereld gebeurt je zou moeten raken, dat je erbij bent en erbij moet willen zijn, dat je ermee bezig moet zijn, dat het je en ons aangaat, en dat je nooit nooit nooit onverschillig mag zijn. Als het gaat om zaken die de wereld, en ons leven, bepalen.

Wat ergens verderop op de wereld gebeurt, gaat ons aan, gaat ook over ons. Een oorlog die gevoerd wordt, wordt ook namens ons gevoerd. De manier waarop het in de wereld verdeeld is, gaat niet alleen degenen aan die aan het kortste eind trekken, maar juist ook ons. Want wij laten het zo verdelen, of laten het op zijn minst toe. Beleid dat gevoerd wordt, maatregelen die genomen worden, belangen die verzwegen worden, het gaat allemaal (ook) over ons, en dus moeten wij ermee bezig zijn. Ons erover uitspreken. Er iets van vinden. Er niet onverschillig over zijn.

Dat is niet altijd makkelijk, dat doet wel eens pijn, dat lijkt wel eens hopeloos, maar we moeten het wel doen  (en zijn, en blijven) anders wordt de wereld er alleen maar slechter op. 

 

Vindt iets, doe iets, roep iets, schrijf iets, stem, kalk, loop in een optocht, maak het over of collecteer het bij elkaar, praat over wat je vindt en waarom en luister heel goed naar wat de ander vindt, heb een mening of bepaal een mening, en wees nooit onverschillig. 

Zoiets.

 

ik tel mijn idealen

en raak er steeds meer kwijt

het went, dat gevoel van spijt

verliezen tegen de tijd’ ‘