Dolf Jansen

Columns

Maratwee

Verschenen in NS op

Een ijselijke gil klinkt in de bagagehal van Casablanca International Airport. Een stuk of twintig atleten, begeleiders en Nederlanders anderszins kijkt om: het is Wilma van Onna, voormalig topatlete, die even op een (stilstaande) bagageband was gaan zitten, geen gek idee na een stief half uurtje vruchteloos wachten op een flinke stapel koffers en sporttassen, ooverwegend gevuld met loopschoentjes, korte broeken en veiligheidsspelden voor het startnummer. We zijn onderweg naar de Marrakech International Marathon, het is vrijdagmiddag laat, we hebben nog zo’n 39 uur voor de start en als het zo doorgaat zullen we die nodig hebben ook. Laat mij samenvatten: op Schiphol stond het vliegtuig van Royal Air Maroc er wel, maar niet echt tegen de slurf aan, dat kostte ons een uurtje wachten met vrij uitzicht op de Haarlemmemeer. Mooi.

De vlucht ging best voorspoedig, hoewel het baby-en peutergehalte onder de passagiers zeker 25% was. Of leek, althans klonk. ‘...mooie babies, maar wat kennen ze kreisen’, zeiden we vroeger in Amsterdam. Interessant eten ook.

Casablanca bereikt, nog even overstappen op vluchtje naar Marrakech, half uurtje, naar het hotel, duurloopje, douchen, eten...dat was het idee. Dat ik al snel kon verlaten, want na enig heen- en wedergeschreeuw tussen wat autochtonen en de dames van het vliegveld bleek (voor straf?) de hele vlucht gecanceld te zijn. Wij achter een andere dame aan, tussen immense groepen pelgrims in kringgesprek door, naar een balie waar ze het volgende voorstelden: ga even door de douane, haal even je bagage op, kom terug, regelen wij een bus (of wat taxi’s, een boot, een kamelenwagen), kunnen jullie lekker vandaag nog naar Marrakech. Dat was anderhalf uur geleden. Die hebben  we vooral doorgebracht in een rij voor de paspoortcontrole, bestierd door zeven kekke dames  die allemaal ongesteld waren of dat vandaag moesten worden (niet mijn woorden, oobservatie van een van de dames in mijn overlevingsgroep), en een man waar geregeld vreselijk en vreselijk luidruchtig ook ruzie mee gemaakt werd. Dan stonden er, ongelogen, drie of vier van die kekke dames bij zijn hokje te schreeuwen, nadat ze eerst even hun loket op nonactief hadden gesteld. Vanzelfsprekend.

Een keer wisselden wij, domme domme Nederlanders, van rij, waarop de andere rijen verdwenen als de waarheid op een VVD-congres, en wij als allerallerlaatsten aan de beurt kwamen. Mijn vriendin doet op dit soort plekken meestal het woord etc., maar de dame in uniform sprak alleen speed-Frans, en mijn vriendin was sinds de langdurige landing voor ruim 70% doof, iets met een buis van Eustachius en het normaal zo sterke geslacht. Afijn, ik schoot te hulp, waarop de kenau mij toeriep ‘DOE?”. Ik glimlachte beleefd. ‘Que?’, zei ik Manuel uit Fawlty Towers na. DOE?, en toen nog iets. Ik mompelde op goed geluk ‘Amsterdam...Hollande’ ze knikte. Iets later begreep ik dat ze ‘de ou? had gezegd ofwel d’ou...waarvandaan. Dus die punten had ik binnen! Er kwam nog een vraag, net zo luid, foneties niet terug te halen, maar mijn antwoord ‘Marrakech’ was maar deels  goed...of we daar gingen travaillen dan? He, dame, ik ben beroemd, ik werk niet, ik heb mensen die voor me werken, ik heb wel es in een ruimte gezeten met Ivo Niehe, wat denkt u nou? Maar dat zei ik niet, ik verduidelijkte ‘Marrakech marathon...courir!!’ Dat was voldoende voor een hele ruime glimlach van haar kant. En zestien stempels later mochten we verder. Naar de bagageruimte, waar precies tien minuten na ons arriveren alle  banden stopten, terwijl we net daarvoor hadden gezien dat de kar met onze bagage buiten stond. Aaaaaaaaah!

Ik besloot  op de grond rekoefeningen te gaan doen, ik krijg namelijk vreselijk ‘pijn in mijn poten’ van staan sjokken wachten wandelen en vrouwen die net vandaag ongesteld moeten worden. Sorry, ik ben een min mens. Maar zit nu wel, bijna zeven uur na vertrek van Schiphol, in een bus naar Marrakech. Toch nog een beetje sixties dus, ‘everybody’s riding on the Marrrakech Express!’’ Met een verschil: die hippies hadden allle tijd, en een tas vol dope ook, ik heb honger, wil nog een stukkie lopen vandaag, en wordt geacht zondag de Nederlandse eer enigzins hoog te houden. Hardlopend, over 21  kilometer. Een ding is zeker: mijn excuus voor eventueel ondermaats presteren is helemaal in  orde!