Dolf Jansen

Columns

Leucadia-Biddinghuizen

Verschenen in NS op

Bijna acht maanden was ik weg, waren we weg. Sabbatical, op reis, werkvakantie? Touching base with the family – zoals een new age type het benoemde, ergens op Vancouver Island – zou ook kunnen, maar lijkt me toch niet.

Oke, ik wilde graag schrijven en een beetje rust, ik wilde rust om te schrijven eigenlijk en wat meer ruimte dan je hier meestal hebt. Ruimte om ons heen, ruimte in mijn hoofd. En als dat lukt, als je op plekken weet te belanden waar die ruimte is, waar die ruimte ontstaat, kunnen er, denk ik, twee dingen gebeuren. Of helemaal niks (geen inspiratie, geen zin, geen idee), met vele lege blikken in dito vertes als gevolg, of heel erg veel. De sluizen gaan open, de inspiratie vloeit als het schuimende zeewater over de uitgestrekte stranden vlak voor je, het schrijfblok en de laptop maken overuren. En wat denkt u...er gebeurde in mijn geval heel veel. Uitroepteken. Veel meer nog dan ik vantevoren – vorig najaar – hoopte. Mijn bedoeling was een boek te schrijven over hardlopen en daarmee over de afgelopen 28 jaar van mijn leven. De plekken waar ik liep, de plekken waar ik loop, de pijn, de vreugde, de teleurstellingen en de uitzonderlijke momenten dat je niet loopt maar vliegt. Daarmee ben ik heel ver gekomen, geef me nog een week of zes en er is een boek. Althans, een eerste versie.

Tussendoor raakte ik soms zo in de war van de Amerikaanse maatschappij, de berichten in de krant, de mensen die ik tegenkwam, de uitbarstingen van natuurschoon of juist over-consumentisme, dat ik bleef schrijven, columns, verhalen, gedichten, liedteksten, halve grappen en driekwart invallen. Eind juli begon mijn harde schijfje te protesteren, eind augustus (vandaag) begin ik alles te ordenen, eind oktober komt er een bundeling van al dat moois en minder-moois onder de titel ‘It is what it is’. Met een coverfoto van mijn lief, ook nog. En toen ik onlangs op het Lowlandsfestival mijn jaarlijkse optredens deed bleek ik voldoende stof in mijn hoofd te hebben voor zo ongeveer een hele (nieuwe) voorstelling.

 

In februari waren we in Leucadia, klein plaatsje aan de Californische kust. Om de hoek zat niet alleen een top-koffietent, maar ook Lou’s Records. Drie pandjes vol, nieuw, oud, collector’s items, ramsj, dvd’s, boxsets, te veel, te veel. En in een van die pandjes stond zomaar op een vrijdagmiddag Shawn Mullins te spelen. Ik herkende zijn naam, maar wie was het ook alweer...? Oh ja, jaren geleden een radiohit met liedje over LA, Lullaby. En nu speelde hij prachtige nieuwe liedjes, over een vrouw die mooi blijft hoe diep ze ook wegzakt (Beautiful wreck), over vluchten naar een plek waar je nog ruimte kan vinden (Talking ‘bout going to Alaska Blues). Dat eerste liedje draai ik sindsdien wekelijks in mijn radioprogramma op 3FM, dat tweede liedje bleef in mijn hoofd hangen, simpele melodie, mooie tekst van verlangen. En die combinatie leverde op dat ik, twee weken voordat ik in de tenten van Lowlands werd verwacht, Biddinghuizen schreef, een tekst over dat festival, over het gevoel dat daarbij hoort, over thuiskomen op een plek waar je maar een keer per jaar komt. De tekst viel op zijn plek, eerst op papier, toen op de overvolle harde schijf en uiteindelijk aan het eind van mijn voorstellingen in de Juliet-tent.

 

ik ben in Biddinghuizen

niet echt trendy niet echt cool

ik moest naar Biddinghuizen

om te zeggen wat ik voel

ik ben in Biddinghuizen

waar ik jullie weer herken

‘kom terug naar Biddinghuizen

waar ik zijn kan wie ik ben