Dolf Jansen

Columns

Honds

Verschenen in NS op

Nazomer 1979, ik liep sinds een maand of drie, een vast rondje door de Watergraafsmeer in Amsterdam, en dat dan bij voorkeur in schemering of pikkedonker. Ik was zelf nog niet helemaal gewend aan het feit dat ik ‘hardloper’ was, dat ik dat elke dag deed en me passend kleedde, en dat dan op en door plekken waar gewone mensen (niet-lopers) kwamen en naar je keken vaak ook. Laat staan dat die mensen er al aan gewend zouden kunnen zijn. Vandaar, als het even kon, in het donker. Deze septemberavond was het nog niet echt donker, maar omdat het een zondag was bleek het toch rustig genoeg op straat. De stoep was breed, de bladeren klemden zich vast aan hun takken - nog even, nog even - en iets verderop liep een man met zijn hond. Ik kon makkelijk passeren, maar op het moment dat ik dat deed schoot de hond plotseling naar mijn benen, hard (agressief?) blaffend. Ik schrok me, zoals dat heette in die jaren, de tering. Week wat uit, remde af, en riep iets woedends naar de man, toch ongetwijfeld ‘het baasje’ en daarmee verantwoordelijk voor dat blafbeest, en indirect voor mijn benen. De man schreeuwde meteen terug dat het gedrag van zijn hond toch echt mijn probleem was, en of ik nog wat had? (Even voor de duidelijkheid: de Watergraafsmeer is en was een rustige beschaafde buurt, je zou ‘m naar Apeldoorn kunnen verplaatsen en niemand zou er wakker van schrikken). Ik werd kwaad, dat gebeurde me niet vaak, in die jaren, maar dit was schrik plus angst plus onrecht, en onder invloed van die emoties legde ik de man uit hoe de wereld volgens mij op dat moment en deze plek in elkaar stak, en dan nog iets over sociaal gedrag. Terwijl de hond bleef grauwen, en dat vlak bij mijn nog-magere kuiten... Ik denk dat mijn woorden overkwamen, want de man was even stil, en sloeg me toen met de riem waaraan de hond had moeten vastzitten. Echt waar...eerst aangevallen door een prototiep van de latere vechthonden uit buurten waar het SBS6-logo in de tv-schermen gebrand staat, aansluitend de discussie gewonnen en toen een mep met de hondenriem. Auwauw! (He, ik was net 16, en nog lang geen stoere jongen). Zelfs de hond viel even stil. Achteraf bedacht ik me dat het beest ongetwijfeld verbaasd was dat hij nu een keer niet geslagen werd, maar een onverwacht verschenen jochie van 14 (zo zag ik eruit, toen) in een blauwe korte broek, op sportschoentjes van de Hema. Ik maakte me uit de voeten, riep de man nog iets toe over geestelijke gezondheid, en bereikte met een hartslag van tegen de 180 de bocht richting mijn ouderlijk huis. Het was de eerste van een lange rij ontmoetingen met viervoeters die mijn hardlooppad verstoren. En de eerste van een lange rij discussies, die ik allemaal won, OMDAT IK GEWOON GELIJK HEB. Maar de enige hondenriem-striem uit mijn loopleven.