Dolf Jansen

Columns

Everybody’s high here! *

Verschenen in NS op

Als je met een vliegtuig landt heb je geen idee van hoogte. Omdat je landt. Op de grond. En dat die grond zich wellicht veel hoger bevindt dan je gewend bent, dat weet je pas als je de reisgids goed hebt doorgelezen (dat doet mijn vriendin altijd), je anderszins goed op de reis hebt voorbereid (dat doet mijn vriendin altijd) of enige inspanning gaat leveren. Een koffer optillen, met enige nadruk meer dan vier lange zinnen uitspreken in een discussie over het Amerikaanse anti-terreur-beleid en de samenwerking dienaangaande met zeg Europa, vandiedingen.

We zijn in Colorado, sinds een week, en die staat bevindt zich zo’n beetje in zijn geheel op hoogtes waarvoor je in Europa toch minimaal naar Alpen of Pyreneen moet tuffen. Steden als Denver, waar wij landden, en Colorado Springs zitten al boven de 6000 voet (een kleine 2 kilometer boven zeenivo) (en dat is dan met vloed) (je ziet wel, geografies ben ik niet heel sterk, ik ben meer een man van het gevoel), maar wij hebben natuurlijk een plekje off the beaten track, hetgeen betekende dat we bij Colorado Springs rechtsaf gingen en de Rockies inreden. Opreden. Omhoog, in elk geval. Richting Woodland Park, een plaatsje dat zich bij binnenrijden al aanprijst als city above the clouds. ‘Tzalwel, denk je, als je dat in de reisgids gelezen zou hebben, maar ik ben bang dat het hier eigenlijk gewoon waar is. Ons huis zit tegen de 10000 voet, hetgeen inderdaad betekent een kleine 3000 meter. Dat is hoog, bij ons thuis. En dat van die inspanning merkte ik dan ook al snel: een eerste rustig traininkje begon hier voor de deur, de dirtroad op naar de wat-meer-doorgaande weg, tegen een heuvel op. Dat klimmetje is zo’n 600 meter, een stukkie van niks, maar al na zo’n 300 meter reageerde mijn (toch getrainde) lichaam alsof ik op een atletiekbaan bezig was met snelle 400jes, terwijl ik ondertussen series sit ups deed en aan beide armen een gewicht van 8 kilo had hangen. En de dag ervoor een redelijk grote hoeveelheid alcohol had weggeklokd. Niet helemaal realisties, geef ik toe, maar het lichaam ging echt op alle mogelijke manieren ‘in het rood’. Benen, andere spieren, ademhaling, hoofd zelfs... ER IS HIER GEWOON GEEN ZUURSTOF!! En dat is niet eerlijk, als je inspanning levert. Boven bij de weg gekomen moest ik eerst een stuk joggen om enigzins te herstellen, maar bij elk volgend sneller of stijgend stuk begon het hele lichaam weer net zo hard te piepen. Proefondervindelijk heb ik in de dagen sindsdien uitgevonden dat je gewoon twee keer zo vaak moet ademen, maar dat je dat natuurlijk niet moet doen omdat je dan gaat hyperventileren. Deze laatste zin heet in mijn universum ‘een vrouwenredenering’, dat is iets beweren en direct aansluitend met net zoveel overtuiging het tegenovergestelde vinden. Mooi. Dat ik dat ook kan.

Vandaag waren we even in Manitou Springs, een dorpje verderop, hippies en rockclimbers en stenenverzamelaars, een hele leuke boekwinkel. In een etalage hing een t-shirt met de opdruk die nu bovenaan dit stukje staat. En een grote grijns kost nauwelijks zuurstof.

 

 

 

* Terwijl ik dit schreef viel Keith Richards (62) op Fiji uit een palmboom, er zijn kortom momenten dat je even niet high bent