Dolf Jansen

Columns

Eindelijk

Verschenen in NS op

2 December, laat in de middag. Na weer eens een week met net iets teveel werk voor een (1) week zomaar een hele dag thuis. Alleen thuis, zelfs. De rest van het goedgelukte gezin viert Oma’s verjaardag in een prachtig Fries dorpje, ik zou er graag bijzijn, ik zou graag bij ze zijn, maar was pas vannacht thuis, na die week uit de eerste regel. En was toen best moe ook, door die zes optredens en het reizen en mijn radioprogramma en wat columns schrijven en tussendoor nog wat zaken overleggen aangaande televisie-avonturen in het komende voorjaar en mijn ‘boek over hardlopen’ dat ook in die periode gaat verschijnen en...afijn, niet gezeurd, ik voel me goed en gezond en ik loop ook weer, goddank, na drie weken knieklachten. Die ik opliep door een huiselijk ongelukje – ik stootte mijn knieschijf snoeihard tegen een houten deurpost, de deurpost won.

Vandeweek - in Utrecht en Rotterdam en Hilversum - was het nog steeds nazomer, voelde het althans als nazomer, had ik genoeg aan twee dunne shirtjes en een dito tight. Door Amelisweerd, langs de Maas, over de hei richting Laren, wat voelde het goed om weer te kunnen lopen, wat was ik blij dat mijn lichaam ondanks alle uitputtingen ook nog de energie had weten te vinden voor herstel. Uitroepteken.

Vandaag denk ik, uit het raam kijkend, dat ik wel eens een  beschermend laagje meer nodig zou kunnen gaan hebben. Dat wordt dus een iets steviger tight en een mouwloos trainingsjekkie extra. En buiten het dorp gekomen voel ik al snel dat een dun petje vandaag ook geen gek idee zou zijn geweest, de druppels regen gaan over in een echte fikse bui, ondersteund door windkracht zes, schat ik, en een diepgrijze lucht. De weg is leeg, ik denk dat iedereen zich zo overdekt mogelijk richting feestdagen shopt, het water waar ik langsdraaf golft en kolkt, de boten die er nog liggen zijn blij met hun extra landvast, en als ik een lange bocht-met-bomenrij doorben zie ik opeens links voor me honderden vogels opstijgen. Uit het weiland waar ik zo langs mag. Ik denk trekvogels, geen idee van welke soort of model, maar ze lijken zich voor te bereiden op een tocht naar een plek met iets minder neerslag en wind-tegen. Ze stijgen, dalen, zwieren, volgen een route en patroon dat alleen in hun instinct lijkt te bestaan. Dat alleen door hun samen-vliegen kan ontstaan. En ik mag het zien, terwijl de regen het nu echt van al mijn laagjes heeft gewonnen en de wind me nog steeds denkt te kunnen slopen. Maar ik ben niet te slopen, vandaag, ik geniet.

Het is herfst, eindelijk. En elke stap brengt me verder, en daarmee ook weer dichterbij. Er zit een gedicht in deze dag, in deze duurloop. Wellicht staat dat straks op papier.