Dolf Jansen

Columns

Beren op de weg (2)

Verschenen in NS op

Ergens in Canada, ergens in de zomer, schreef ik een column over beren. Die ik al hardlopend niet, ik herhaal NIET was tegengekomen. En er zijn daar best veel beren. En je wordt geregeld gewaarschuwd voor beren en we zagen zelfs eens een beer op een weg waar ik een dag eerder nog hardliep, maar, nogmaals, GEEN BEREN.

Die column had ik beter niet kunnen schrijven. Denk ik. Nog geen week later waren we onderweg naar Vancouver en besloten we een nacht door te brengen in Harrison Hotsprings, kuuroord aan weer een mooi meer. ‘s Ochtends om een uur of tien ging ik een uur lopen. Aan de rand van HH begint een bosgebied, op de kaart stonden een paar trails, dat moest gaan lukken. Wat bosgrond, wat schaduw, paar klimmetjes wellicht...wat kon me gebeuren? Nou, het eerste half uur niks. De trails waren mooi en vaak best-begaanbaar, de insecten zoemden maar lieten me met rust, er waren hele stukken met dennennaalden, mijn favoriete ondergrond...heerlijk. En ik liep ook al snel een pittig tempo, zeker gezien het tijdstip (ik ben niet echt een ochtendmens en ook niet echt een ochtendloper). Op een bepaald moment nam ik een trail die me naar de voet van de bergen zou voeren. Het was het soort bospad dat je ook bij Bakkum en Castricum zou kunnen treffen, loofbos aan beide kanten, iets van een greppel links van me, stil en verlaten, een lange flauwe bocht waar ik met het van mij bekende enthousiasme indook. En toen stond daar opeens een beer. Of nee, hij (zij?) stond er al – ik kwam er plots aan -voorovergebogen, kont in mijn richting, iets aan stukken knagend dat daar op de grond was gekwakt. Door haar (hem?), naar ik aanneem. Een halve bessenstruik, een domme vogel, een eerdere hardloper? De afstand tussen beer en mij was, ongeveer, 15 meter. Dat is niet veel, bleek toen de beer zich oprichtte en omdraaide. Donker, bijna zwart, dik twee meter groot, ogen op mij gericht. Het gekke is, achteraf, dat ik nauwelijks schrok. Ik dacht ‘fuk, een beer!’ En was binnen een nanoseconde vergeten hoe je ook alweer moet reageren...lawaaimaken, of juist niet? Groot maken of juist plat op de grond gaan liggen? Hard weglopen of vooral niet hard weglopen? Maar bang, zoals ik dat soms voor een onverwachte hond ben, nee. De grote zwarte beer keek naar me, twijfelde nog even, verdween met grote stappen in het bos. Now you see him, now you don’t. Dag beer! Ik nam in best hoog tempo de trail in tegenovergestelde richting en merkte binnen vijf minuten dat ik eigenlijk vlakbij het dorp was, toen ik de beer trof. Ik maakte mijn training af, want dat doe ik eigenlijk altijd. En realiseer me opeens dat het enige dat ik echt nog nooit tegenkwam, al trainend, vier naakt zonnende vrouwen van een jaar of 24 zijn. ECHT NOG NOOIT!