Dolf Jansen

Columns

Acquisition

Verschenen in NS op

Zo heb ik onlangs ontdekt dat je op internet veel meer kunt vinden dan plaatjes en filmpjes van mensen (en huisdieren soms ook) die geheel ontkleed en vaak nog in staat van opwinding ook lichaamsdelen in elkaars lichaam steken, soms op plekken waarvan je denkt ‘nou, ik moet nog zien of dat gaat passen’, maar dat blijkt dan vaak toch het geval te zijn. Muziek bijvoorbeeld. Niet alleen door internetradio te luisteren, of de 3voor12-site te bezoeken, maar ook middels volstrekt legaal zoeken en downloaden. En dat werkt, voor mij, dan weer zoals goede popmuziek-radio ook werkt: je hoort (zoekt) dingen die je al kent, maar zeker ook dingen die nieuw zijn, en die je zomaar ineens kunnen raken, waar je meer van wil weten of horen, waar je bij wijze van spreken direct een cd-tje gaat scoren.

En dat zoeken en binnenhalen en luisteren doe ik dan middels acquisition, en ongetwijfeld loop ik dan alweder twee veel betere peer to peer-programma’s achter, maar dit is geen hightech-info-rubriek, dit is het verhaal van Jansen die zich gemiddeld maar net weet te redden, in het leven, in de VS, op internet ook. Dankjewel.

Voorbeeldje: ik kreeg twee weken geleden een mailtje van een vriendin in Nederland, die een liedje van Buffalo Tom had gehoord, en dat vond ze prachtig, en kon ik haar vertellen of die Tom nog meer (mooie) liedjes had. Waarop ik haar gelijk terugmailde dat het een bandje is, uit Minneapolis dacht ik uit mijn hoofd, en dat ik jaaaren geleden het pracht-trieste liedje Taillights fade vaak op de radio draaide. En dat ik voor haar op zoek zou gaan. Voor leuke vrouwen doe je een stapje extra, plus ik was zelf ook benieuwd, of ze nog bestonden en speelden, en wat ze verder ook al weer gemaakt hadden. En dan wordt het zomaar simpel: Dolf opent dat programma, typt bandnaam in, en op de een of andere manier wordt dan wereldwijd bij miljoenen mensen die ook aan dat programma hangen gezocht naar liedjes van het bandje. Die je dan met een dubbelklikje kunt (laten) binnenhalen, en in je i-tunes zet. Wow! Een dag later kon ik twaalf liedjes naar Nederland sturen, en was ik ondertussen alweer verdiept in Matt Costa (vriendje van Jack Johnson, en speelt hier vandeweek een outstore-optreden, voor de deur bij platenzaak Lou’s), Guillemots (nooit van gehoord, maar waren volgens de krant erg goed op SxSW, het overvolle festival in Austin), Dead60’s, omdat mijn vele kinderen hun singletje Riot Radio zo goed vinden, en At Montreal, een orkest ergens in de hoek waar ook Arcade Fire huist. Waardoor ik nu liedjes als The party’s crashing me, Disconnect the dots en natuurlijk Satanic panic in the attic kan horen. Popmuziek blijft me verassen en ontroeren, ook als het op deze manier bij me binnenkomt.