Dolf Jansen

Columns

Stijn

Verschenen in Noord Hollands dagblad op

Was het twee weken geleden dat Ajax tegen Utrecht speelde? De wedstrijd waar een speler van Utrecht, het lange haar in een glimmende staart op de rug, mij en mijn eega, zondag-avond op de bank, Studio Sport, ernstig tot opwinding bracht. En dan bedoel ik negatief, in de zin dat ik schreeuwde naar de tv, en bij mijn vriendin de stoom uit haar perfecte Friese oortjes spoot. Ik schreeuw noooit naar de tv, en of en wanneer bij mijn vriendin wel eens vaker stoom etcetera gaat u in het kader van dit stukje verder niet aan.

Stijn Greven bleek de naam van de jongeman die met zwaaiende armen een drietal Ajaxcieden neer wist te krijgen, waarvan de scheids niets zag, want die concentreerde zich op keeper Grim. Denk ik. Hij ging hard de duels in, hij bikkelde, hij zwaaide zelfs nog een paar keer een bal ‘voor de pot’. En wij, thuis op de bank, dachten wat is dat voor een eikel? Vanwege dat bikkelen, maar vooral vanwege die uithalen en die loszittende handjes.

En toen zat ie zaterdag opeens vlak naast me, Stijn, bij Spijkers met Koppen: gebruind, gespierd, witte trui, en Belg. En uitermate rustig en sympathiek. Niet dat ik verwachtte dat hij met maaiende armen en puntige ellebogen het gesprek met Felix Meurders in zou gaan, maar het verraste me toch op de een of andere manier. Hij praatte over voetballen en FC Utrecht, want dat kan in een zin, zeker in een overvol cafe in het centrum van die stad die dan wel Leefbaar schijnt te zijn (worden), maar in elk geval altijd volledig onbereikbaar en open- of opgebroken is, maar ik had het over Stijn.

Hij praatte over de reacties van het voetbal-publiek op zijn verschijning in het veld: de fans van U. roepen ‘gooi je haren los en maak me gek!’, wat ik erg grappig vind, de fans van de tegenstander hebben ‘er loopt een wijf in de wei’ ingestudeerd, waar ik zeker zoveel om moet lachen. Het valt me trouwens toch op dat er geregeld, tussen al het gesis en gescheld en gebrul door, slimme of grappige kreten en liedjes ontstaan op voetbal-tribunes. Alsof een satiricus of tekstschrijver met een vrije zondag daar zijn vondsten uitprobeert. Ik kan u verzekeren: ik ben het niet. Ik schrijf op zondag mijn column, voor u. Over Stijn, die vertelde over zijn fascinatie met indianen, over zijn huis en zijn dochter en zijn vrouw die allemaal iets indiaans hebben, en zijn wens nog eens naar Arizona te gaan, waar de echte indianen wonen.

Ik realiseerde me dat ik er naast hadden gezeten, twee weken geleden…wat een aardige, gevoelige jongen bleek hij te zijn, en wat was ik dus de eikel, op de bank, toen ik hem beoordeelde op zijn uiterlijk en zijn net effe te fanatieke inzet. Mooie indiaan.