Dolf Jansen

Columns

Kouououououd

Verschenen in Noord Hollands dagblad op

Slechts gehuld in een dunne heupslip zit ik voor mijn tv. Voor u. De voordeur staat open, de achterdeur staat  open, alle ramen staan open en de gure polderwind blaast door mijn huis. Ik heb het, dat mag duidelijk zijn, koud. Voor u. Ik kijk, via mijn tv-scherm, naar de Alternatieve Elfstedentocht, in Finland, en probeer het net zo koud te hebben als de mannen daar. De Alternatieve Elfstedentocht is, dat zult u vast wel weten, ontstaan als alternatief voor de Elfstedentocht, die steeds maar weer niet gehouden kan worden, omdat het niet koud genoeg is, in Friesland. Die ijsmeesters zouden eens in mijn huiskamer moeten komen voelen! Herbert Dijkstra, die zelf ook wel eens een stukje heeft geschaatst, praat me door de beelden heen. De naam Hotze Zandstra is al meermalen gevallen, en hij zelf ook geloof ik, want het gaat niet lekker met ‘m…vorig jaar bevroren zijn tenen al, en toch weer naar Finland, wat een kerel! Je moet ook wel, met zo’n naam, ik bedoel, als je Hotze en Zandstra heet wordt je geen register-accountant.

Piet Kleine glijdt zo de auto in, een grote carriere is ten einde. Die man schaatste al, en hard, toen ik nog nauwelijks kon schrijven. Een mooie tijd was dat.

Angenent, die al jaren niks meer met spruitjes heeft, of doet, is sterk en in vorm, maar valt toch, en weet niet meer terug te komen. En Jeroen de Vries heeft ‘hongerklop’, te lang gewacht met eten, dan krijg je dat. Het  is 8 graden onder nul, maar door de wind voelt het als min 23. In mijn huis is het een stuk kouder. Mijn vriendin, die altijd creatief met me meedenkt, heeft de diepvries open en op maximaal gezet. Dank je, lief.

De Vries, ook al zo’n goede naam, tracht een bevroren banaan te nuttigen. Op tv begint het te sneeuwen, bij mij mot de regen naar binnen. Er ligt nu zoveel sneeuw op het ijs, dat de scheuren niet meer te zien zijn, dit is geen schaatsen meer, dit is klunen op ijs. ‘Iedereen is kapot’ ziet ook Herbert, en in de verte ligt  Kyopio. Je ziet het alleen niet liggen. 

De kopgroep bestaat al rondenlang uit vijf man, ze wachten op elkaar als er eentje onderuit gaat. Eigenlijk wachten ze meer dan dat ze hard schaatsen, maar als ze even niet hoeven te wachten, schaatsen ze hard. Want uiteindelijk is het toch gewoon een wedstrijd, met ‘een finale’, en een laatste bocht. Waar Jan-Maarten Heideman als eerste doorheen vliegt, en hij wint dan ook. Bij de andere vier, de verliezers, spreekt de hele lichaamstaal nog maar een woord: pijn. Mijn lichaam praat niet meer, mijn lichaam heeft het te koud voor die onzin. Nu es kijken of iemand voor mij de ramen en deuren wil sluiten, de tv uit wil zetten en deze column wil schrijven. Voor u.