Dolf Jansen

Columns

Ierland

Verschenen in Noord Hollands dagblad op

Voor de wedstrijd tegen de Ieren werden twee groten van het Nederlandse voetbal gehuldigd: Dennis Bergkamp en Aron Winter. Ik viel er middenin, op tv dan, omdat je ook soms je kinderen naar bed moet brengen. Dat blijkt zelfs elke dag te moeten.

Maar goed, er moest nog even een fotootje geschoten, van de genoemde groten allicht, hun zeker zo grote vrouwen en twee pakken plus stropdas namens de bond. En daar stond dan opeens een soortement beer in een oranje pyama bij, die nog probeerde Bergkamp en Winter bij de hand te nemen…ik kan daar heel slecht tegen, als je twee absolute topvoetballers hebt die bedankt en gehuldigd worden, dat daar dan een banenpooler in een berenpak bij moet staan, als mascotte.

Het verschijnsel mascotte is over het algemeen al het toppunt van triestheid in pluche uitgevoerd, maar een levensgrote mascotte doet mij altijd terugverlangen naar de tijd dat die dingen nog gewoon in het doel hingen. Liefst met een touwtje strak om de nek, en een beetje wiegend in de wind. Sodemieter op met je beer, ik wil geen mascotte, ik wil de doelpunten van Bergkamp zien en de inval beurten van Winter en ik wil dat die beer zijn pyama strak dichtknoopt, zich naar een bijveld van de ArenA begeeft, daar een hele diepe kuil graaft, zich daar instort voor een winterslaap van een maand of 48 en dan wil ik nog wel even de moeite nemen die kuil en passant weer dicht te gooien. Ik zeg niet dat Nederland speelde als een vochtig dagblad door die beer, maar ik geef hem graag de schuld. En voor die banenpooler is werk zat in de zorg.

Maar ook mijn moeder had een moeilijke avond, zaterdag. Zij is namelijk Iers, en zat op de tribune. Met haar man, tevens mijn vader, want ik kom uit een heel ouwerwets gezin.  Nou weet mijn vader meer van voetballen dan mijn moeder, hij weet zelfs meer van voetballen dan iemand anders in Nederland (Cruyff woont overwegend in Barcelona), dus hij zal haar uitgelegd hebben waarom Nederland vooral moest winnen. En als mijn vader iets zegt dan is dat zo, zeker voor mijn moeder. Anderzijds, ik zei het al, is zij zelf zo Iers als een klavertje vier in een glas Guinness, dus kreeg ze het toch wat moeilijk. Twee keer tijdens de wedstrijd is ze juichend opgesprongen, en wist dan toch nog voor ze op haar kuipstoeltje landde ‘goh, jammer!’ tegen mijn vader te roepen. Dat is echte liefde, lezer! En daarna werd het nog ingewikkelder, want toen Oranje na een uur eindelijk het beeld van Dennis en Aron met die beer van zich af had gezet, en begon met voetballen, kreeg zij twee doelpunten en een opgeluchte echtgenoot over zich heen, was dus ook heel blij, voor hem, maar zou zeker fukfukfuk gemompeld hebben, als ze niet zo’n nette dame was geweest.

Uiteindelijk zal het allemaal wel weer aflopen zoals altijd als wij de Ieren in een voorronde of een beslissend moment treffen: wij gaan verder en zij vliegen eruit. En dan is mijn moeder dus heel blij, voor mijn vader, en heel verdrietig, voor Ierland, het Ierse volk en de baromzet op dat prachtige eiland in het algemeen en het bijzonder. Maar dan gebeurt het volgende: mijn vader gaat drie weken aan een stuk voetbal kijken, inclusief voor- en nabeschouwingen, herhalingen, analyses en wat dies meer zij. En dan kan mijn moeder lekker even op vakantie. Naar Ierland.