Dolf Jansen

Columns

Voorzitter

Verschenen in NocNsf op

We hebben een nieuwe voorzitter! Of jullie, want ik ben natuurlijk niet meer dan een buitenstaander die zijn persoonlijke meninkjes en anekdotes maandelijks op deze plek kwijt mag, maar verder eigenlijk nergens bijhoort.

Hoera!

Niet voor mij (en al helemaal niet voor mijn tekortschietende sociale leven) maar voor de nieuwe voorzitter. Waarbij ik opmerk dat ik de vorige erg goed vond. Sympathieke man, dacht ik te merken, en betrokken, en allesbehalve het bobo-type dat ik geregeld zie aan de top van sportbonden en (vooral!) in het bestuur van grote voetbalclubs. Sorry, BVO’s. (Bah! Ik vind een bloeiende voetbalclub met supporters en bloed in de kleur van het shirt omdopen tot BVO ongeveer net zo ergerlijk als mensen die hun man, vrouw of anderszins echtgenoot hun  ‘partner’ noemen...dan heb ik echt het idee dat het uitwisselen van lichaamssappen en het extases nastreven tot de bewusteloosheid erop volgt echt tot het verleden behoren, of praat ik nu weer helemaal voor mezelf..?)

Maar nu dus mevrouw Terpstra, want als iedereen haar bij haar voornaam noemt is dat voor mij juist weer reden dat te vermijden. Dat heet eigenwijs.

NOC*NSF heeft trouwens bij mijn weten in haar hele bestaan niet zo vaak in de krant gestaan als in de afgelopen zes weken. Tuurlijk, een beetje verkiezing en de strijd waarmee dat gepaard kan gaan levert altijd wel enige publiciteit op, maar dit sloeg alles. Het bestuur had de opvolging van Blankert rond, mevrouw Terpstra dacht daar anders over, was natuurlijk kansloos omdat het bestuur etcetera, mevrouw T. begon een publiciteits-bombardement, kreeg ongemerkt de een na de andere bond achter zich en walste dwars door het hele old boys network heen. Zo ongeveer.

En toen brak de beslissende avond aan, in dat sfeervolle gebouw op Papendal. Mevrouw T. kwam binnen zoals alleen zij binnen kan komen, iets met luchtdruk en enthousiasme en niet-te-missen-aanwezigheid. Derop en derover, Anschlusstor, ONEHUNDRED AND EIGHTY!!, een rondje 33-laag, een koka, een zwarte piste zonder gipsvlucht, een keerpunt waarbij de tegels uit de zwembadwand slaan, zoiets. Iets eerder was ook haar opponent gearriveerd, burgemeester Vreeman, in uiterlijk en uitstraling een vertegenwoordiger van het wat grijze regentenschap. Het zou heel goed kunnen dat hij in kleine kring bekend staat als een hilariese anekdoten-disser, of wat men in Vlaanderen noemt ‘een begenadigd charmezanger, wie weet kent hij het volledige Bauerrepertoire uit zijn hoofd of verkleed hij zich vier ker per jaar als vrouw om de onderdrukking dan wel de geneugten van de mannelijke aandacht zelf te ondergaan, maar je ziet het er niet aan af. En tot overmaat van rampzaligheid kwam hij ook nog tevoorschijn met een tweetal oude kiekjes uit ‘zijn studenten-hockeytijd’, twee hockeyballenteams waar hij deel van had uitgemmaakt, een keer zelfs tot het kampioenschap aan toe. De verslaggever van de televisie vroeg nog wie hij dan wel was, waarop hij bijna verontwaardigd antwoordde ‘de keeper’, alsof dat voor iedereen met danwel enige kennis der hockeyhistorie danwel met minimaal een werkend oog in zijn/haar hoofd toch volledig duidelijk moest zijn...

Maar nog steeds wees alles erop dat het bestuur en de grote bonden hun zin gingen krijgen. Burgemeester V. zou gewoon volgens planning in een soort deeltijd de sportbond van Nederland gaan leiden en dan zouden de medailles vanzelf binnenstromen (althans, als al die andere atleten maar gepakt worden met designer-dope in hun plasje).

Ik hoorde via Tom Egbers een halve minuut na de uitslag van de stemming wat de uitslag was, hij noemde het op dat moment nog ‘bijna too close to call’’, maar er bleken later 17 stemmen tussen te zitten. Dat is een overduidelijke uitslag, dat is een teken, dat wordt nog wat in het bestuur van onze club. Jullie club.

Twee dingen nog: als ik het goed begrijp was de hockeybond een van de (machtige) bonden die de Vreeman-lijn voorstond...als ik zie hoe daar de afgelopen weken met de sporters en hun belang wordt omgegaan zou het wel eens kunnen dat ik heel blij ben dat die voorlopig wat toontjes lager gaan zingen.

Want dat is gelijk het tweede punt: laten we komen tot een NOC*NSF dat er is voor de atleten, voor degenen die de prestaties moeten leveren, tot een sport-bond waar het gaat om de sporters, en waar al het andere een afgeleide is. En dat dat een team-effort is staat buiten kijf, maar wellicht is juist dat iets waarvoor je bij een vrouw moet zijn die niet alleen als atleet zelf succesvol was, maar dat ook juist als deel van een team was. In de estafette namelijk.