Dolf Jansen

Columns

Veiling

Verschenen in NocNsf op

In de VS is het een miljoenen-business. Het kopen en verkopen en veilen en tentoonstellen van sportartikelen, shirts, schoenen, knuppels, ballen, petjes. Van beroemde sporthelden, dode sporthelden ook vaak. Elke stad, en bijna elk dorp in de VS heeft een museum(pje) gewijd aan de plaatselijke helden, en hun spullen. Meestal Hall of Fame genaamd. Elke bal waartegen ooit hard is aangemept ligt ergens in de VS in een vitrine, elk honkbalplaatje plus handtekening, elk voorheen-bezweet shirtje, alles! Sports memoribilia, mooi woord ook.

Wij zijn, als bekend, wat nuchterder. Ons Sportmuseum is in Almere. En slechts heel soms word er eens wat geveild of verkocht, en dan nog meestal voor een goed doel. Waar natuurlijk niks mis mee is, maar je mist (ook op dit gebied) de verering die sporthelden verdienen.

Maar omdat er de afgelopen weken het een en ander te doen was over het veilen van sportspulletjes van Nederlandse Olympiers en aanpalende atleten, ben ik voor de gein es in mijn eigen oude doos gedoken. Om te zien wat ik allemaal bewaard heb, wat de verhalen bij de spullen zijn, en wie het wil kopen ook. Eventueel.

Aah, kijk eens, kavel 1, het lijkt een flodderig half-gescheurd paarsig zwembroekje met overdreven veel ruimte in de kruisstreek, en eigenlijk is dat het ook. Mijn eerste ‘sportonderbroek’, we spreken van 1978, ik droeg een soort trainingsbroek en vond dat daar geen Hema-slip onder kon. En vond toen deze. Die nog van mijn vader was, en door hem jarenlang onder zijn voetbalbroekje van SVL’59 was gedrapeerd. Het elastiek sneed een beetje in mijn magere buik, maar ik liep. Hard! Soms.

Hier: eerste sportbril, pootje hangt wat slapjes, maar zweet en tranen van toen plakken nog tegen de wat grote glazen. Eerste gesponsorde trainingsjekkie ooit (Leo van Vuuren Sport). De dunne wit-groene handschoentjes die ik ooit in Ohme, Japan net voor de start van de dertig-kilometer-door-sneeuwstorm kreeg aangereikt (en die ik Paasmaandag nog droeg toen ik voor Novib in Utrecht liep). Het startnummer (9) van de marathon van Helmond, oktober 1985. Waar ik ’s avonds met trillende handen nog mijn plek (4e) en tijd (2.28.22) opgestift heb.

Loop schoenen, ooooh loopschoenen, als ik daar aan begin, het zijn er teveel, het zijn er teveel geweest (plus ik begrijp echt wel dat het aanbod niet te groot moet zijn, om de prijs interessant te houden). Nee, dan deze nog, kavel 132, een maillot, zou tegenwoordig tight heten, en er behoorlijk anders uitzien. Deze ziet er namelijk, vooral, niet uit, maar is nog door mij gedragen in mijn voetbaljaren (1971-1980). Was ‘huidkleurig’, zodat het niet op zou vallen dat je een mietje met koude beentjes was, en viel juist daardoor heel erg op. Een beetje roze-lichtoranje-beige- onbestemde kleur, en gefabriekt van afgekeurde panty-stof. Maar wel origineel en echt, en van mij, en oud. Ik weet het zeker: als ik een sportheld zou zijn, en dit land had smaak, dan zou ik binnenlopen, met een veilinkje!