Dolf Jansen

Columns

Simpel

Verschenen in NocNsf op

Binnen 24 uur mocht ik vorige week vele facetten van topsport in Nederland meemaken. Op maandagavond was ik op Papendal waar NOC*NSF haar ‘partners in sport’ ontving, grote sponsors en suppliers, stuk voor stuk grote bedrijven die de eerstkomende vier jaar de breedtesport en de topsporters in ons land gaan ondersteunen. En op dinsdagmiddag was ik op die andere ‘Olympische plek’, het Olympisch Stadion in Amsterdam, waar om geheel andere redenen ondermeer Pieter van de Hoogeband en Johan Cruyff aanwezig waren. Dat ik op dat soort plekken, bijeenkomsten, mag rondlopen vind ik al heel wat, dat ik er het woord mag voeren vind ik helemaal prachtig, en als zelfs Johan Cruyff en Erika Terpstra om je grapjes lachen, dan...dan...precies!

De maandag werd een topavond die niet geheel liep als gepland, omdat enige techniek ons in de steek liet (er was een sportkwis en iedereen had een stemkastje er waren fragmenten en tussenstanden en mogelijke antwoorden en percentages fout-antwoorden en nog veel meer), maar dat heeft geen enkele pret mogen drukken. Tuurlijk, ik moest een of twee keer wild-improviserend inspringen (overigens niet nadat ik presentator van Nieuwkerk een tijdje had laten zweten), maar dan heb je toch wat meer vrijheid om rare dingen te roepen, es kijken of je kan uitvinden wie nou Ernest en wie nou Young, wat Pfizer precies gaat supplien en of het nou toeval was dat de NS mij die middag werkelijk op de seconde nauwkeurig naar station Arnhem had vervoerd. Een topavond dus, al helemaal toen ik na afloop nog even in de buurt stond van de discussie over het weigeren van de high-technology (het was de schuld van een apparaat, dat heel goed was, maar wel nieuw en dan wil het wel eens weigeren, als het er echt om gaat).

Een kleine 16 uur later deden we het zo’n beetje helemaal zonder techniek, maar als de grote Cruyyf aanwezig is, ‘hebben degenen wie dat doen dat ook helemaal niet nodig, dat is logies’. Tijdens mijn aankondiging zei ik dat mijn grootste angst op dat moment was een goedlopende Nederlandse zin uit te spreken, iets dat in het JC-universum niet de bedoeling is, en gelukkig was zijn eerste zin gelijk lang, mooi, inhoudelijk sterk en volstrekt onbegrijpelijk. Hij vertelde veel, de zaal hing aan zijn lippen, en hij wist alles weer terug te brengen tot de simpelste essenties.

Waarom was hij als jong jochie al de baas? Omdat hij de bal had, en als je geen bal hebt kun je niet spelen.

Had hij altijd al een grote mond? Ja, maar als je een grote mond hebt wil dat nog niet altijd zeggen dat je gelijk hebt (iets dat u wellicht herkent uit uw eigen relatie).

En wat deed JC de trainer toen hij een paar keer achtereen zag dat een bepaalde spits van een sterke tegenstander altijd uit de dekking liep en dan heel gevaarlijk werd? Hij gaf hem geen dekking meer...inderdaad, hij liet hem ongedekt, ‘want als je geen dekking hebt kun je er ook niet uitlopen!’ En verdomd, het werkte. Zo simpel kan het zijn, topsport. En het leven. Zo simpel is eigenlijk alles, behalve dan dat ene apparaat dat ons door de sportkwis heen had moeten helpen.