Dolf Jansen

Columns

Uit de mode....

Verschenen in Havana op

Schrijver dezes was, ooit, een jaar of 19. We spreken van de vroege jaren tachtig van de vorige eeuw. Ja, daar schrik ik ook van, maar het gaat er natuurlijk om hoe jong je je voelt. Hoe jong je zou kunnen zijn, als de kalender niet zo meedogenloos was.

Toen, 1982, voelde ik me heel jong, en was ik dat ook. (Zoals de vaste lezer van deze column weet: mijn echte bloei-jaren kwamen later, zo vanaf mijn dertigste. Soms gaan dingen zo) Afijn, Dolfje was 19 en studeerde wat en liep wat hard en keek wat naar meisjes en had geen idee wat het leven hem allemaal nog zou gaan brengen. Laat staan hoeveel vreugde hij anderen nog zou gaan bezorgen. Ooit.

Een vriend van mij was geen kapper maar dacht er wel hard over dat te worden. Bijvoorbeeld als het studie-traject fysiotherapie dat hij poogde af te leggen toch tot onoverkomelijk verdwalen zou gaan leiden. Hij knipte zijn oudere broer, zijn moeder, soms een passerende vriend met te wilde haren. En toen zag hij mij. Bleekneusje, onbestemd kapsel, melkboerenhondenhaar (term van mijn vader), bril zonder uitstraling. Zag hij in mij the future of hairdressing of had hij gewoon zin in een geintje, zag ik in hem een eerste stap op een carriere- en imagopad of had ik (ook) gewoon zin in een geintje? Ik weet het niet, wist het toen zeker niet, maar een paar dagen later zat ik in zijn keuken op een hoge kruk en zoemde een heuse tondeuse in de buurt van mijn ietwat flapperige oren. Verderop, in een plastic bakje, stond een papje van onbestemde kleur en samenstelling. Dat zou hij korte tijd later geheel volgens afspraak in mijn geschoren manen gaan smeren. Waarbij ‘afspraak’ stond en ook altijd bleef staan voor ‘we zien wel...’, ‘wat vind je er zelf van?’ danwel ‘ik ben ook heeeel benieuwd!’. Het werd oranje, het werd groenig blauw, het werd felrood, het werd opgeschoren met golfjes op mijn achterhoofd, het werd elke keer wat anders en ik voelde me er lekker bij. Het had geen reden, het had geen doel, het was niet speciaal om af te wijken, laat staan op te vallen, het ging zomaar bij me horen en doet dat, denk ik, nog steeds.

Mijn dochter en haar beste vriendin hebben een eigen taaltje. Als iets echt niet kan in hun tienjarige ogen, kijken ze elkaar aan en roepen geaffecteerd ‘uit de mode!’  Ik wacht rustig af.